November/december 2019
Column Paul Smorenburg: PFAS en BAHMAS
‘Bijna alles hangt met alles samen.’ Het was het stokpaardje van een oud-collega die deze wijsheid afkortte als BAHMAS (spreek uit ‘Bahamas’). Omdat deze managementterm weinig resultaten oplevert op Google, schrijf ik hem voorlopig even op zijn naam.
Ik moest eraan terugdenken, toen afgelopen maand een voor mij totaal onbekende afkorting met stip binnenkwam in de nieuws top-10: PFAS. Ook installateurs wisten niet dat dit stond voor kennelijk schadelijke perfluoralkylstoffen en al helemaal niet dat er PFAS-normen waren die de start van nieuwbouwprojecten ernstig zouden belemmeren. Eén ding was zeker, de magische vier letters werkten voor de bedrijven in de bouw- en installatiewereld als een rode lap op een stier. In het spoor van de nog nauwelijks opgedroogde tractorsporen van de boeren die een week daarvoor het Malieveld bezetten om te protesteren tegen de stikstofnormen, trokken ook zij massaal naar het Malieveld om te pleiten voor een oprekking van de PFAS-norm. Tja, als we ons niet aan normen kunnen houden, rekken we ze graag op. Dat doen we ook het liefst met CO2-uitstoot, de opwekking van energie uit hernieuwbare bronnen, energielabels en de maximumsnelheid. Maar eerst nog even over BAHMAS. Dat bijna alles samenhangt met alles, maakt het zo verschrikkelijk lastig om normen te handhaven en doelstellingen te halen, die we onszelf opleggen.
Een paar voorbeelden. De economie draait lekker en daardoor is er meer (industriële) activiteit en is het drukker op de weg, waardoor de uitstoot van CO2 sinds 2017 is gestegen, terwijl het doel is die juist terug te
brengen met 49% in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990. BAHMAS! De economie draait lekker en daardoor zijn de orderportefeuilles van installatiebedrijven overvol. Dat werk moet gebeuren, want de klimaataanpakkers uit de installatiesector moeten snel aan de gang voor een versnelling van de energietransitie. Maar er zijn niet voldoende vakmensen te vinden die al dat werk ook kunnen uitvoeren. BAHMAS!
De bouw- en installatiesector moet dus aan de ene kant alle zeilen bijzetten om met veel te weinig vakmensen zoveel mogelijk energieneutrale gebouwen en woningen neer te zetten, maar moet aan de andere kant de zeilen noodgedwongen strijken, want al dat gebouw en geïnstalleer blijkt tot een overschrijding van de PFAS-norm te leiden. BAHMAS! Massaal aan de zonnepanelen en windmolens dan maar? Lastig, want iedereen wil graag aan de groene stroom, maar niemand wil naast een zonnepark (lelijk) of onder een windmolen (hinderlijk) wonen. BAHMAS!
Mochten we uiteindelijk dit Nimby-complex (not in my backyard) overwinnen en ons opwerken uit de onderste Europese regionen als het gaat om het produceren van energie uit hernieuwbare bronnen, dan doemt een nieuw probleem op. Hoe kunnen we al die groene stroom opslaan, om die op tijden dat die nodig is (’s avonds en in de winter) weer slim te distribueren over alle gebruikers? Omdat bijna alles met alles samenhangt, maar we niet alles tegelijk kunnen oplossen, brengen we deze maand in E&W eerst maar eens het opslagprobleem in kaart. Het komend jaar pakken we al die andere onderwerpen weer voor u op.