Omslag_EW11 600
Oktober 2019

'De installatiesector kan sleutelrol vervullen'

Dubbelinterview Diederik Samsom en Doekle Terpstra over Klimaatakkoord

EW-600x400Zowel Samsom als Terpstra vinden dat de installatiesector een sleutelrol kan vervullen.

‘Installateurs kunnen ook de verliezers zijn, als ze blijven doen wat ze altijd deden.’  ‘Onze sector kan technisch zoveel meer dan we nu doen, maar dan moeten we wel uit de positie van onderaannemer komen’. Met deze twee uitspraken zetten respectievelijk Diederik Samsom en Doekle Terpstra de toon tijdens een dubbelinterview over het Klimaatakkoord. Volgens hen biedt de verduurzaming van onze gebouwde omgeving enorme kansen, maar dan zal de sector wel zelf in actie moeten komen.

In juli zijn de contouren van het Klimaatakkoord gepresenteerd. Een omvangrijk pakket van afspraken, waarbij de installatiesector vooral zal kijken naar de gevolgen voor de gebouwde omgeving. De intenties in het akkoord zijn veelbelovend. Als het kabinet en het parlement de voorstellen overnemen, dan komt er een mogelijkheid voor gebouwgebonden financiering en een verschuiving in de energiebelasting ten koste van aardgas en ten gunste van elektriciteit. Ook zal er een strengere norm komen voor de maximale warmtevraag van woningen. Een dergelijke maatregel geeft de toepassing van hybride warmtepompen en zonneboilers een duw in de rug. Ook de afspraak om nog voor 2021 maar liefst honderdduizend corporatiewoningen aardgasloos te maken, is een krachtige stimulans.

‘Veel meer urgentie’

‘In vergelijking tot het Energieakkoord, waarmee we de afgelopen jaren druk waren, is het Klimaatakkoord veel omvangrijker. Het heeft ook veel meer urgentie’, zegt Diederik Samsom, voorzitter van de sectortafel Gebouwde Omgeving. ‘Gechargeerd gezegd was het Energieakkoord, waar het om echte daden gaat, vooral het akkoord van de offshore windenergie en grote pv-projecten. Het Klimaatakkoord bevat nu echt het besef dat we nog maar één generatie de tijd hebben om een volledig CO2-neutrale ommekeer te realiseren. Daarom kent het Klimaatakkoord ook maatregelen voor alle sectoren.’
‘Ik vind ook dat het Klimaatakkoord een veel breder maatschappelijk draagvlak heeft’, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI. ‘Het Energieakkoord was vooral op moreel commitment gebaseerd. Maar die fase zijn we echt voorbij. De CO2-reductie is nu een politieke opdracht, waarop we ons, als Nederland, internationaal hebben vastgelegd. Dat geeft het Klimaatakkoord een heel ander kader. Door de koppeling aan de doelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 is het Klimaatakkoord de basis voor veel nieuwe wetgeving.’

Een sleutelrol vervullen

Zowel Samsom als Terpstra vinden dat de installatiesector een sleutelrol kan vervullen. Terpstra: ‘Claudia Reiner, die als vicevoorzitter van Uneto-VNI zitting had aan de sectortafel Gebouwde Omgeving, heeft echt gezorgd dat wij het stuur in handen krijgen. Het akkoord maakt grote sprongen voorwaarts mogelijk. Daarvoor zullen wij als sector wel moeten transformeren.’ Ook Samsom ziet die kansen, maar dan moeten marktpartijen hun verantwoordelijkheid nemen. En zorgen dat de innovaties die we kennen, maar ook die we nog niet kennen, in de markt worden toegepast. ‘In het Klimaatakkoord, dat eind dit jaar nog in wetgeving moet worden vastgelegd, zit bijvoorbeeld het uitgangspunt dat we de normering voor verwarming van woningen flink aanscherpen. Of we dat ook in wetgeving zullen terugzien, is nog wel een lakmoesproef.’ Samsom en Terpstra constateren dat het onderwerp klimaat gelukkig veel minder politieke onenigheid kent dan vijf jaar geleden. Partijen als VVD en CDA zijn zich nu veel bewuster van de noodzaak van snelle en adequate actie op dit terrein. Daarmee is er politiek een groter draagvlak voor strengere wetgeving dan een paar jaar terug.

Verschuiving in belastingen

Naast de gewenste, nieuwe wetgeving zijn de verschuiving in de belastingen en de gebouwgebonden financiering volgens Terpstra twee onderdelen uit het akkoord die echt moeten worden ingevoerd. ‘Misschien kun je de mate waarin nog met elkaar bediscussiëren, maar dat deze instrumenten noodzakelijk zijn, staat vast. Denk erom, we zijn het geitenwollensokkendebat echt voorbij. Iedereen snapt dat er rationele en zakelijke beslissingen nodig zijn om resultaten te bereiken. Maar wel zodanig dat we draagvlak behouden. In dat opzicht zijn de recente uitspraken van CDA-leider Buma (Buma spreekt de vrees uit dat het klimaatbeleid een nieuwe electorale opstand creëert -red.) zeer bedenkelijk. Ik doe dan ook een appél op politici om nu niet weg te lopen voor hun verantwoordelijkheid.’
‘Natuurlijk, het is een spannende ontwikkeling. Tegelijk zijn veel mensen, zeker particuliere woningeigenaren, er op dit moment nog niet mee bezig. Daarom gaan we eerst dat doen waar we grote slagen kunnen slaan. Let op, wij zeggen ook niet dat nu meteen de cv-ketel helemaal niet meer mag worden gebruikt’, reageert Samsom. ‘Het is een erg efficiënt toestel, dat de komende jaren zeker nog een toepassing heeft, en mogelijk wel helemaal nooit zal verdwijnen. Maar dat we van aardgas af moeten, dat staat vast.’

Corporaties als startmotor

Samsom: ‘Het zwaartepunt ligt nu bij partijen en projecten die schaalgrootte creëren. Dat zijn de corporaties en de gemeenten. Corporaties bezitten dertig procent van alle woningen in ons land en gemeenten kunnen plannen maken voor bijvoorbeeld collectieve warmtenetten. Bij de onderhandelingen aan de sectortafel is een stevig bouwblok ontstaan van corporaties, gemeenten, de installatiesector en warmtebedrijven. Dat is zeer veelbelovend en dat blok laat ik niet meer kapotslaan. Dit initiatief moet zo snel mogelijk van start gaan.’
Warmtenetten kun je verduurzamen en zijn volgens Samsom en Terpstra een mooi startpunt. Maar de vele woningen die we niet op warmtenetten kunnen aansluiten, vereisen technische concepten die een-op-een uitwisselbaar zijn met de hr-ketel. ‘De technieken zijn er, de businesscase nog niet’, stelt Samsom vast. ‘Daar moeten we dus aan werken. De corporaties vormen de startmotor. Daar maken we massa, maar jullie sector zal daarin ook het voortouw moeten nemen. Jullie moeten die technieken doorontwikkelen én business-cases opstellen’, zegt hij tegen de Uneto-VNI-voorman. ‘Vervolgens kun je daarna ook bij de particulier met een budgetneutrale aanpak de hr-ketel vervangen. Eerst met een hybride warmtepomp en vervolgens een gewone warmtepomp of een innovatief concept dat we nu misschien nog niet kennen.’

‘Ga nieuwe samenwerkingen aan’

‘Het is natuurlijk een wat vreemde discussie’, zegt Terpstra over de terugverdientijd van een cv-installatie. ‘Geen enkele consument berekent de terugverdientijd van een nieuwe keuken of een badkamer, maar bij een investering in een duurzame installatie zou dat ineens wel moeten. Dat gesprek moeten we dan ook niet aangaan en waar nodig pareren’, vindt hij. ‘Natuurlijk besef ik dat dit razend ingewikkeld is. Daarom moeten we met die wijkgerichte aanpak beginnen. Kom met concepten en businesscases waarmee je hele wijken, woonblokken of woongebouwen kunt aanpakken. Zorg dat je ‘plug & play’ oplossingen kunt bieden. Daarvoor zal je moeten samenwerken. Misschien wel met partijen waarmee je nog niet eerder samenwerkte.’
‘Het gaat erom dat we doorbraken forceren’, vult Samsom aan. ‘We zijn met een enorm maakbaarheidsproces bezig. Dit begint met de toepassing van collectieve systemen. Tegelijk zullen gemeenten plannen maken voor de langere termijn. De wijken in ons land zijn, over het algemeen, best homogeen qua woningtypes. De ene gemeente wijkt echt niet veel af van de andere. Als gemeenten samenwerken, kunnen ze veel sneller en makkelijker plannen maken. Mijn hoop, of droom, is dat een gemeente plannen maakt om bijvoorbeeld in 2033 een bepaalde wijk aan te pakken, en dat de wethouder eind 2032 in die wijk rondloopt en ontdekt dat de particulieren hun woning al lang CO2-neutraal hebben gemaakt. Domweg omdat marktpartijen in de jaren daarvoor hen een zodanig interessant concept hebben aangeboden dat ze gewoon niet konden weigeren.’

Kom met passende businesscases

‘Die businesscases komen er wel’, belooft Terpstra. ‘Zoals Diederik zegt; alle wijken in Nederlandse steden lijken op elkaar. Ondernemers die dát zien, zullen met passende businesscases komen. Die massieve voorhoede van bedrijven is er ook al, maar nog niet genoeg. Uneto-VNI zal daarin ook haar rol pakken. Het vergt nieuwe kennis, maar ook een andere instelling. Als vereniging zullen we leden helpen om die stappen te zetten. Belangrijk is dat installatiebedrijven inzien dat het businessmodel van de gasketel en bijpassend onderhoudscontract eindig is. De nieuwe kansen zitten in de verduurzamingsconcepten.’

‘Je zal een eindklant volledig moeten ontzorgen; van dakisolatie tot cv-installatie en van zonnepanelen tot energiecontract’, vindt Samsom. ‘Je zal als installatiebedrijf zover moeten gaan dat je de klant de garantie geeft dat het concept dat je aanbiedt ook die energiebesparing of CO2-reductie oplevert die je belooft. Het mooiste is als je de klant laat betalen via zijn energierekening. Maar dan moet je financiële arrangementen opzetten of een samenwerking aangaan met energiebedrijven. Daar zit meteen de andere grote innovatie. Technische innovaties zijn belangrijk, maar economische en sociale innovaties zijn minstens zo belangrijk.’

Meer kosten maken

‘Installateurs kunnen ook de verliezers worden, als ze blijven doen wat ze altijd deden’, zegt Samsom. ‘Mogelijk moet je in de eerste periode rekening houden met wat kleinere marges, want je zal meer kosten maken. De handelingskosten om klanten binnen te halen en te overtuigen zullen stijgen. Ook moet je als bedrijf investeren in sociale vaardigheden. En je moet concepten ontwikkelen. Maar als je die investering hebt gedaan, dan kun je dat op grote schaal uitrollen.’

Samsom: ‘Installateurs kunnen ook de verliezers zijn, als ze blijven doen wat ze altijd deden.’

Terpstra: ‘Onze sector kan technisch zoveel meer dan we nu doen als we uit de positie van onderaannemer komen.’

‘Ik weet niet of je marges minder worden’, neemt Terpstra eventuele koudwatervrees bij installatiebedrijven weg. ‘Als je slim genoeg bent om op behoeftes in te spelen, dan creëer je een unieke propositie waarmee je geld kunt verdienen. Zo zullen er in de overgangsjaren – we zijn echt niet ineens van het aardgas af – wijken zijn waar de gemeente over bijvoorbeeld vijf jaar een duurzaam warmtenet aanlegt. En wanneer in die periode je ketel kapotgaat, huur je als consument een ketel of je zoekt een aanbieder voor een wisselketel. Dat kan nu al.’

‘Leer van de autobranche’

Er is bij klanten van installateurs veel scepsis ten aanzien van de bewering dat we van het aardgas afgaan. Ook de vatbaarheid van consumenten voor ‘duurzaamheidspraatjes’ van installateurs is beperkt. Samsom en Terpstra vinden dat je hiermee pragmatisch moet omgaan. ‘Als ik het heel bot mag zeggen: negentig procent van de Nederlanders kan het milieu niets schelen. Zij vinden het leven al complex genoeg zonder mijn milieupraatje’, zegt Samsom. ‘Daarom moet je een propositie uitwerken waarbij mensen per saldo niet meer betalen, maar wel die verduurzaming realiseren. Leer van de autobranche. Veel mensen rijden in een auto die ze eigenlijk niet kunnen betalen, maar door allerlei financiële constructies en verlokkingen met accessoires en andere extra’s, kopen of leasen ze wel de meest luxe modellen.’
‘Luister goed naar je klant’, vult Terpstra aan. ‘Voor de een gaat het vooral om comfort; de ander wil een lagere energierekening en weer een ander doet het voor het milieu. Uiteindelijk gaat het erom dat we de consument verleiden door weloverwogen te werk te gaan. De cv-ketel gaat niet halsoverkop de deur uit. We gaan voor een haalbare en betaalbare energietransitie. De burger krijgt voldoende tijd voor deze transitie. En dat geldt ook voor onze eigen sector!’ <

Diederik Samsom is sinds februari voorzitter van de Sectortafel Gebouwde Omgeving. Samen met de tafels voor industrie, elektriciteit, mobiliteit en landbouw schreef hij mee aan het voorstel voor hoofdl ijnen van het Klimaatakkoord dat in juli is aangeboden aan minister Wiebes (EZK). Na doorrekening door het Planbureau voor de Leefomgeving volgt dit najaar een kabinetsreactie die moet leiden tot een definitief akkoord.

Doekle Terpstra is voorzitter van Uneto-VNI. De brancheorganisatie heeft meegedacht over de hoofdlijnen in de plannen om tot een Klimaatakkoord te komen.

Beide heren zien uiteindelijk een belangrijke rol voor de installatie sector bij de uitvoering van het Klimaatakkoord.

Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Eric de Vries, Sicco van Grieken