EW06 cover 600
Juni 2026

Betreed de AI-bubbel ­bedachtzaam

Waarom installatiebedrijven zich niet klakkeloos moeten laten meeslepen door de hype

22 01

De opmars van kunstmatige intelligentie lijkt onstuitbaar. Nieuwe toepassingen volgen elkaar in hoog tempo op, leveranciers integreren AI-functies in vrijwel elk product en de beloftes zijn groot. Efficiënter werken, kosten besparen, nieuwe omzet genereren – AI zou het allemaal mogelijk maken. Tegelijkertijd groeit bij veel installatie-bedrijven het ongemakkelijke gevoel te worden meegezogen in een ontwikkeling met vooral veel marketing en minder aantoonbare praktijkresultaten.

De afgelopen jaren is AI gepositioneerd als een doorbraak die bedrijfsprocessen fundamenteel zou veranderen. In presentaties en productdemo’s lijkt het alsof werk bijna automatisch wordt uitgevoerd: offertes worden gegenereerd, planningen geoptimaliseerd en rapportages geschreven – en dat alles zonder menselijke tussenkomst.
In de praktijk blijkt dat beeld minder rooskleurig. Veel toepassingen functioneren, maar vereisen wel menselijke controle, aanpassingen en interpretatie. Bovendien leveren ze lang niet altijd direct meetbare waarde op.
Binnen de IT- en AI-sector klinkt inmiddels ook een nuchtere constatering: tot nu toe is er nauwelijks bewijs dat eindgebruikers daadwerkelijk structureel geld verdienen met AI. Of, puntiger geformuleerd: de enige partijen die op dit moment echt geld verdienen met AI, zijn de aanbieders zelf. Ook voor installatiebedrijven is dat een relevant punt. Het betekent dat investeringen in AI niet automatisch leiden tot hogere marges of nieuwe omzetstromen. Met andere woorden: oppassen en kritisch blijven.

Marketing

Een belangrijk deel van de huidige AI-hype wordt gevoed door marketing. Met name grote softwareleveranciers hebben er belang bij om AI zo snel mogelijk breed in de markt te zetten. Niet alleen om nieuwe klanten te trekken, maar ook om bestaande klanten te binden aan hun ecosystemen. Laten we bovendien niet vergeten dat de enorme investeringen in AI-infrastructuur (denk aan al die enorm grote datacenters die gebouwd worden) terugverdiend moeten worden. En dus komt iedereen ineens allerlei AI-tools in Word en Excel tegen – zonder er ooit om gevraagd te hebben. Laat staan dat we het makkelijk uit kunnen zetten.

Dat is ook zichtbaar in de manier waarop AI-functionaliteit wordt gepositioneerd:
• als onmisbare volgende stap,
• als standaard onderdeel van moderne software,
• als noodzakelijke investering om concurrerend te blijven.

Voor veel bedrijven kan dit leiden tot een gevoel van urgentie: de indruk dat men ‘achterblijft’ als er niet direct wordt geïnvesteerd. Tegelijkertijd ontbreekt vaak een helder beeld van de concrete opbrengsten. Daarmee ontstaat een klassiek spanningsveld tussen belofte en realiteit. Wat in demo’s overtuigend werkt, blijkt in de dagelijkse praktijk vaak complexer en minder direct renderend.

Belangrijk om AI niet te benaderen als vanzelfsprekende investering

Kostenpost

Een aspect dat in al dat marketinggeweld nauwelijks aandacht krijgt, zijn de kosten. AI-functionaliteit wordt zelden gratis aangeboden. Vaak gaat het om aanvullende licenties, hogere abonnementsprijzen of bundels met zogeheten premiumfuncties.
Daarnaast zijn er indirecte kosten, zoals training van medewerkers, het aanpassing van werkprocessen, beheer en controle van output en investeringen in hardware. Voor kleinere en middelgrote bedrijven kan dit oplopen tot een aanzienlijk bedrag, zonder dat daar direct aantoonbare opbrengsten tegenover staan. Dat maakt het des te belangrijker om AI niet te benaderen als een vanzelfsprekende investering, maar als een keuze die kritisch moet worden afgewogen.
De introductie van AI gaat vaak gepaard met hogere eisen aan hardware. Nieuwe laptops en werkstations worden aangeprezen als ‘AI-ready’, met snellere processoren en meer geheugen. Tegelijkertijd stijgen de prijzen van componenten zoals RAM, waardoor vervanging van hardware duurder wordt. Dit betekent dat de totale kosten van AI verder toenemen, zeker wanneer meerdere medewerkers moeten worden uitgerust. De vraag is dan: in hoeverre zijn deze investeringen noodzakelijk? En welke toepassingen rechtvaardigen deze kosten daadwerkelijk?

Risicofactor

Naast kosten speelt ook het risico rond data een steeds grotere rol. Veel AI-tools verwerken gegevens in externe omgevingen. Wanneer medewerkers klantinformatie, technische gegevens of contractdetails invoeren in dergelijke tools, kan dat leiden tot ongewenste blootstelling van data. Voor installatiebedrijven, die vaak werken met gevoelige informatie over gebouwen en installaties, is dit geen theoretisch risico. Het vraagt om duidelijke kaders en bewustwording binnen de organisatie. Dat kost tijd en – zoals aangegeven – vaak ook training, wat weer geld kost. Zonder heldere richtlijnen ontstaat al snel een situatie waarin medewerkers zelf experimenteren met AI-tools, zonder volledig zicht op de gevolgen.

22 02

Afhankelijkheid

De integratie van AI in bestaande software versterkt ook de afhankelijkheid van grote technologieleveranciers. Veel AI-functionaliteiten zijn ingebed in platforms die bedrijven toch al gebruiken voor kantoorwerk, CRM of ERP. Daardoor wordt AI geen losstaande keuze, maar een onderdeel van een breder ecosysteem. Wie eenmaal instapt, wordt in de praktijk steeds afhankelijker van dezelfde leverancier. Vaak geldt ook dat je als gebruiker geen bewuste keuze voor of tegen AI kunt maken. Ineens zie je bijvoorbeeld in het mailprogramma dat ‘AI’ je aanbiedt om even een samenvatting van de mail te maken of om alvast een conceptantwoord op te stellen. Maar willen we dat wel? En hoe wordt die samenvatting of dat antwoord dan gemaakt? Stuurt Microsoft jouw tekst naar een eigen datacenter om die samenvatting te kunnen maken? Willen of mogen we dat vanuit privacy-oogpunt eigenlijk wel?
Het zal duidelijk zijn dat dit op termijn gaat leiden tot minder flexibiliteit en hogere kosten, zeker wanneer overstappen complex wordt. En dan hebben we het nog niet eens gehad over zoiets als nieuwe NIS2-richtlijn en de vraag of we als sector vol met partijen die in de kritieke infrastructuur werkzaam zijn, eigenlijk wel afhankelijk mogen of willen zijn van Amerikaanse cloud- en AI-diensten.

Soevereiniteit

De discussie over digitale soevereiniteit wordt hiermee heel concreet. Het gaat immers niet alleen om abstracte beleidsvragen, maar om praktische keuzes: waar staan onze data, wie beheert onze systemen en onder welke voorwaarden gebeurt dat?
Ook voor installatiebedrijven betekent dit dat IT-keuzes steeds vaker strategisch worden. Niet alleen vanwege functionaliteit, maar juist ook vanwege controle en onafhankelijkheid. De opkomst van AI maakt deze afweging urgenter, omdat data een centrale rol speelt in de werking van deze technologie.
Er zijn inmiddels Europese alternatieven beschikbaar, zowel voor cloud-software als AI-oplossingen. Deze leggen vaak meer nadruk op privacy en transparantie. Toch zijn ook hier kanttekeningen te plaatsen. Niet elke oplossing biedt dezelfde functionaliteit of integratiemogelijkheden als gevestigde platformen. De keuze voor een alternatief vraagt daarom om een realistische afweging, zonder te vervallen in een nieuw soort hype.

Begin met concrete toepassingen die aantoonbare waarde kunnen leveren

Bubbel?

De vraag of AI over zijn top heen is, is er vooral een kwestie van hype. Het enthousiasme rond AI begint te verschuiven van onbegrensde verwachtingen naar een meer kritische benadering. Dat betekent niet dat de technologie minder relevant wordt. Integendeel: AI zal zich verder ontwikkelen en een rol blijven spelen in veel bedrijfsprocessen. Maar de manier waarop bedrijven ermee omgaan, verandert. De uitdaging ligt niet in het volgen van een hype, maar in het maken van weloverwogen keuzes. Een verstandige aanpak is om AI gefaseerd te benaderen. Niet alles tegelijk implementeren, maar beginnen met concrete toepassingen die aantoonbare waarde kunnen leveren. Dat vraagt om duidelijke doelstellingen, een kritische evaluatie van resultaten, aandacht voor de kosten en de risico’s, en – heel belangrijk – betrokkenheid van de medewerkers. Door deze aanpak kun je voorkomen dat investeringen vooral worden gedreven door externe druk, marketingboodschappen en een wellicht misplaatst gevoel van urgentie.

Gezond verstand

We zitten nu eenmaal in een AI-markt waarin leveranciers elkaar overbieden met beloftes. Nuchter blijven nadenken is dan misschien nog wel het belangrijkste instrument om te voorkomen dat er kostbare fouten worden gemaakt. Immers, niet elke innovatie is relevant en niet elke functie levert direct voordeel op. De vraag is niet wat technisch mogelijk is, maar wat daadwerkelijk bijdraagt aan het verder verbeteren van de bedrijfsvoering.
AI is zeker niet verdwenen, maar de hype eromheen begint te kantelen. Waar eerst vooral werd gekeken naar mogelijkheden, komt nu meer aandacht voor kosten, risico’s en opbrengsten. De constatering dat vooral aanbieders profiteren van de huidige AI-golf, is daarbij een belangrijke reality check. Voor gebruikers ligt de waarde nog lang niet altijd vast.
Voor kleine en middelgrote bedrijven betekent dit dat voorzichtigheid geen achterstand is, maar juist een verstandige strategie. Door kritisch te blijven, stap voor stap te werken en zich niet te laten leiden door marketing, kan worden voorkomen dat AI vooral een kostenpost wordt, in plaats van een meerwaarde.

Tekst: Robbert Hoeffnagel
Fotografie: Getty Images

Lees meer artikelen in het dossier Software

Meer weten over de nieuwste installatietechnieken en de laatste richtlijnen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis tweewekelijkse nieuwsbrief.