EW juni Omslag 600
Maart 2012

Bouwbesluit 2012: een tipje van de sluier

EW-600x400

De inkt is nog niet droog, maar het nog uit te brengen Bouwbesluit 2012 is traditiegetrouw nu al onderwerp van discussie. Het was voor minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reden om de invoering van een nieuwe set bouwregels uit te stellen. Toch is het nu tijd voor E-installateurs om zich erin te verdiepen, want er zijn opvallende veranderingen.

De verschuivingen in het nog uit te brengen Bouwbesluit 2012 moeten het welzijn in gebouwen bevorderen, de regeldruk verminderen en de toegankelijkheid en leesbaarheid verhogen, dat  is  althans  de insteek van de makers. Het uitgangspunt is dat de hele operatie beleidsneutraal moet zijn; het nieuwe Bouwbesluit, waarin ook het Gebruiksbesluit is opgenomen, is niet bedoeld om eisen te verlichten of te verzwaren.

Er verandert vooral veel doordat in het nieuwe besluit situaties anders worden benaderd. Veranderingen zijn er niet alleen wat betreft de inhoud, ook nieuwe termen doen hun intrede. Zo denken lezers nu nog aan een verbouwing bij het horen van het woord ‘verbouwing’, maar in het nieuwe Bouwbesluit is verbouw een verzamelterm voor geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen en vergroten. In een gebouw zijn er verblijfsruimten, zegt het oude Bouwbesluit. In het nieuwe kunnen dit gebruiksgebieden zijn of verblijfsgebieden, maar ook functiegebieden, verblijfsruimten of functieruimten.

De indeling van een bouwwerk in gebruiksfuncties is bepalend voor de eisen die voor de betreffende onderdelen van dat bouwwerk gelden. Zo kan worden afgeleid wat de functie van een ruimte is, en dat dan nauwkeuriger dan voorheen. In een functiegebied is bijvoorbeeld het verblijf van personen ondergeschikt aan voorwerpen of installaties. Nieuw zijn ook de termen bedruimte en bedgebied. Deze termen worden gebruikt bij de bouw of verbouw van bijvoorbeeld ziekenhuizen of opvanghuizen.

Directe gevolgen

Het Bouwbesluit 2012 wijst, net als in voorgaande edities, normen aan waarnaar wordt verwezen voor aanvullende of verklarende regels. In tegenstelling tot vroeger hoeven dit echter niet de laatste normen te zijn. Wie zeker wil zijn van de juiste versie van een aangewezen norm, wordt doorverwezen naar internet. E-installateurs zullen vooral moeten opletten bij het aanleggen van brandmeldinstallaties en noodverlichting. Op deze werkgebieden is een aantal veranderingen doorgevoerd die direct gevolgen hebben voor de werkvloer.

Een verandering betreft onder meer de lastenverlichting. Het is in Bouwbesluit 2012 niet meer verplicht een elektriciteitsaansluiting te hebben. In de 2003-versie was het voor de meeste gebruiksfuncties wel het geval. Verandert er nu een hoop? Hoogstwaarschijnlijk niet. Wil een gebouw voldoen aan het Bouwbesluit, dan worden er ook eisen gesteld voor verlichting, brandmelders en andere installaties die op het lichtnet worden aangesloten. En daar is dan weer een aansluiting op het lichtnet voor nodig. Maar de omvang van een dergelijke installatie wordt aan de markt overgelaten. Is de installatie niet verplicht, maar wordt deze toch aangelegd? Dan geldt onder alle omstandigheden dat deze moet voldoen aan NEN 1010 en bij nieuwbouw aan NEN-EN 61939.

Noodverlichting

De noodzaak voor brandmeldinstallaties of BMI’s, werd met het Bouwbesluit 2003 in de hand gemeten aan de hand van de vloeroppervlakte. In het geval van nieuwbouw werd ook gemeten aan de hand van de bezettingsklasse. In het nieuwe besluit is noodverlichting verplicht bij een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen, een onder het meetniveau gelegen functieruimte van een overige gebruiksfunctie voor personenvervoer, het stallen van motorvoertuigen en bij een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, met uitzondering van een woonfunctie, lichte industrie en andere overige gebruiksfuncties. Verder wordt dergelijke verlichting voorgeschreven bij een liftkooi in aanbouw, in het geval van een celfunctie ook bij bestaande liftkooien en in wegtunnels langer dan 250 m. Op al deze plekken geldt dat als de stroom uitvalt, de noodverlichting minstens een uur moet branden.

In de uitgewerkte voorbeelden van het Praktijkboek Bouwbesluit 2012 worden de veranderingen uitgelegd aan de hand van voorbeelden. In een van de bijlagen wordt een winkel en een werkplaats opgevoerd. Aan de hand van het Bouwbesluit 2003 zouden deze ruimten van noodverlichting moeten worden voorzien. In beide gevallen is de ruimte niet bedoeld om er meer dan 75 personen in onder te brengen. Er hoeft dus geen noodverlichting te worden aangebracht.

Eenzelfde voorbeeld wordt gebruikt voor het beantwoorden van de vraag of het nodig is om een elektriciteitsinstallatie aan te leggen bij een nieuw te bouwen woning. In paragraaf 6.2 staat immers dat een dergelijke installatie niet verplicht is. Toch zal de installateur rookmelders moeten aanbrengen. Immers, in artikel 6.21 lid 1 staat dat een rookmelder verplicht is en daarbij wordt verwezen naar NEN 2555. In paragraaf 4.1 van die norm is te lezen dat een rookmelder moet worden aangesloten op het lichtnet en daarmee wordt de aanleg van een installatie noodzakelijk. Die installatie moet, net als in het vorige Bouwbesluit, op het publieke net zijn aangesloten.

Er is in het nieuwe Bouwbesluit echter wel een uitzondering; netbeheerders zijn niet verplicht een aansluiting te verzorgen als de hoofdaansluiting verder dan 100 m van het publieke net ligt, of als de kosten hoger liggen dan bij een afstand van 100 m. Onder normale omstandigheden komt zo’n situatie in Nederland zelden voor. Mocht het toch zo zijn, dan moeten er kostbare ingrepen worden gedaan.

Tot slot is ook de aanleg van een  meterkast  niet  meer verplicht. Opnieuw zal de praktijk anders beslissen. Het Praktijkboek Bouwbesluit van SDU en het Spoorboekje Bouwbesluit 2012 van UNETO-VNI-VNI op het Ledennet geven duidelijkheid. Gezien de nieuwe benadering die het Bouwbesluit 2012 erop nahoudt, zal het verplichte kost blijken vanaf het moment dat het besluit in werking treedt op 1 april 2012. 

Tekst: Lennert Hut
Fotografie: Industrie