EW07 Omslag 600
Juli/Augustus 2026

De impact van all‑electric op de verdeelinstallatie

Woningbouw

24 01

Niet alleen nieuwbouw, maar ook bestaande woningen maken steeds nadrukkelijker de overstap naar all‑electric. Dit leidt automatisch tot hogere aansluitvermogens, omdat we inductiekookplaten, warmtepompen en pv-installaties aansluiten. Bovendien komen daar steeds vaker laadpalen en accu’s bij. Deze ontwikkeling brengt voor elke verdeler in de woning flinke technische uitdagingen met zich mee.

De reden dat problemen met de groepenkast, oftewel de verdeler, kunnen ontstaan, is dat deze steeds meer de rol van energie-knooppunt krijgt. Dat stelt Jacques Swillens, lid van NEC 64, hoofdredacteur van Stroomlijn bij InstallQ en installateur. ‘De groepenkast is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot hét centrale punt waar zonnepanelen, warmtepompen, airconditioners, laadpalen en thuisbatterijen samenkomen. Die ontwikkeling heeft enorm veel invloed op hoe we de groepenkast moeten vormgeven. Vooral doordat de gelijktijdigheid van het elektriciteitsgebruik veel groter is geworden.’

Gelijktijdigheid

Die veranderende gelijktijdigheidsfactor zien veel specialisten als een groot en regelmatig onderschat risico. Vroeger werd gerekend met een correctiefactor van 0,4 tot 0,6 om het gelijktijdig vereiste vermogen te berekenen. Maar in moderne installaties, waar pv-systemen, autoladers en warmtepompen zijn aangesloten, ligt deze factor een stuk hoger.
‘Als die installaties op een mooie zomerse dag uren achter elkaar op vol vermogen draaien, veroorzaakt dat veel warmte’, zegt Swillens. ‘De installatieautomaat koelt dan niet meer af, wat invloed heeft op de warmtehuishouding in de verdeler. Installateurs moeten daarom weten hoe zij een uitbreiding berekenen. Oververhitting kan in het uiterste geval leiden tot brand.’

24 02De eerste grote verandering in de elektrisch installatie in woningen komt meestal met de aanschaf van zonnepanelen.

‘Juist de opkomst van pv-installaties, laadpalen en accu’s leidt op dit moment tot veel nieuwe toetreders in de markt. Zij weten misschien alles van de producten of installaties die zij verkopen, maar het is de vraag of ze ook voldoende kennis hebben van de vereiste warmteberekening en het ontwerp van de totale groepenkast. Ik heb de indruk dat dit risico niet altijd bekend is bij de installateur van die nieuwe installaties.’

Ongeschikt

Ook Lorenz de Leeuw van AVO Verdelerbouw is uitgesproken over de veiligheid van standaard verdelers die ineens worden uitgebouwd om al die nieuwe technieken een plek te geven. Zijn bedrijf is specialist in de bouw van paneelkasten en verdelers. Hij werkt vooral als toeleverancier voor installateurs die verdelers laten bouwen voor de utiliteit en grote vrijstaande woningen en villa’s.
‘Mijn ervaring is dat een installateur in de meeste gevallen geen warmteberekening maakt voor hij een laadpaal, accu of pv-installatie installeert. Maar de standaard 40 A-verdelers die je in veel woningen vindt, zijn niet geschikt om die uitbreiding te integreren. Vandaar dat de meeste installateurs er een uitbreidingskastje naast hangen. Zo zie je soms meterkasten met meerdere uitbreidingskastjes; een voor de inductiekookplaat, een voor de laadpaal enzovoorts.’
De Leeuw: ‘Zo’n 80 procent van de verdelers voldoet na uitbreiding niet aan de regels, als je de normbladen strikt hanteert. Een standaard Hager Vison 40 A-verdeler kan en mag je bijvoorbeeld niet uitbreiden voor een pv-installatie. Maar ik ben er zeker van dat dit wel gebeurt.’ Volgens De Leeuw ontstaat de onveiligheid doordat er in de woningbouw geen verplichte Scope 10- of Scope 12-keuring van toepassing is, terwijl dit voor bedrijven wel geldt. Hij zou het niet onverstandig vinden als er ook voor verdeelinstallaties in woningen een verplichte keuring komt, zoals dat een paar jaar terug via het CO-keur ook voor gasketels is opgezet.

‘Zo’n 80 procent verdelers voldoet na uitbreiding niet aan regels’

24 03Ook een warmtepomp moet op de juiste manier worden ingepast in de verdeelinstallatie.

Twee groepen

De ontwikkeling van de steeds zwaarder belaste verdelers is goed te verklaren. In de jaren ’50 volstonden voor bijna elke woning twee groepen met smeltveiligheden. In de jaren ’70 kwamen er aardlekschakelaars bij met in elke woning zo’n vier groepen. Maar pas de laatste jaren is de elektriciteitsvraag enorm gegroeid en zitten we zelfs in gewone rijwoningen met een hoofdschakelaar, meerdere aardlekschakelaars en soms wel twaalf groepen. Krachtige apparaten als een inductiekookplaat, elektrische boiler, warmtepomp en laadpaal vragen elk een eigen, aparte groep. Dit drijft het aantal groepen snel op.
Daarnaast zien we ook de ontwikkeling van 1-fase naar 3-fase. Tot voor kort was een standaard huisaansluiting, 1 x 35 A of 1 x 40 A, goed voor maximaal circa 8 kW. Maar een inductiekookplaat verbruikt al snel 7 kW of meer, en voor (snel)laden van een elektrische auto is 3-fase zeer wenselijk. Nieuwe woningen krijgen vaak al automatisch een 3-fase-groepenkast, al wordt dit door netcongestie wel steeds lastiger. Maar ook in de bestaande bouw groeit het aantal aanvragen voor een 3-fase aansluiting.

Te weinig ruimte

‘We moeten ons ook afvragen of de indeling van de meterkast nog wel up-to-date is’, zegt De Leeuw. ‘Nu is de eis dat de elektriciteitsmeter op een hoogte van ruim 1 m boven de grond hangt. Dit was oorspronkelijk bedoeld om het werk van de meteropnemer gemakkelijker te maken. Maar tegenwoordig komt er geen meteropnemer meer langs. Voor de vakman is het enorm lastig om bijvoorbeeld een grote verdeler met drie rijen, of een verdeler met allemaal actoren voor woningautomatisering boven de elektriciteitsmeter op te hangen. Wij bouwen nu al verdeelinstallaties die we volledig op maat en noodgedwongen om de elektriciteitsmeter heen bouwen.’

24 04Ook de airconditioning rukt op in Nederlandse woningen.

Volgens Swillens valt er tegenwoordig bij een nieuwe aansluiting wel met de netbeheerder te praten over de plek van de elektriciteitsmeter. ‘Maar het klopt dat je in veel meterkasten een probleem hebt als je een grotere verdeler wil installeren. En dat is niet de enige reden dat veel installateurs tegenwoordig het liefst kleine, aparte uitbreidingskastjes ophangen, in plaats van de originele verdeler uit te breiden of te vervangen door een nieuwe verdeler.’
‘Naast de hogere kosten voor vervanging van een complete verdeler, heeft plaatsing van kleine uitbreidingskastjes met een extra groep nog een andere reden. Elke installateur die aan een bestaande verdeler iets aanpast, wordt verantwoordelijk voor de veiligheid van de totale verdeler. Op deze manier proberen de installateurs van laadpalen of pv-panelen daaraan te ontkomen, al is het de vraag of ze daar regeltechnisch gezien wel gelijk in hebben. Je moet de verdeler toch openmaken om de uitbreidingskastjes aan te sluiten.’

‘Bijscholing voor veel elektro-technische installateurs geen overbodige luxe’

Beveiliging

In die uitbreidingskastjes is meestal plek voor één automaat met beveiliging. Maar dan is het type aardlekschakelaar of beveiliging wel van belang, benadrukt Swillens. ‘Volgens Nen 1010 is een laadpaal een onderverdeler, en dus moet je overeenkomstig met die functie weten hoe je deze beveiligt en aan de bestaande verdeler koppelt. Dit verschilt ook weer per laadpaal, dus mijn advies is om zeer zorgvuldig de voorschriften van de fabrikant door te nemen. Die voorschriften zijn bij het installeren van een laadpaal of accu leidend.’
‘Bij een warmtepomp is het vaak nog onduidelijker. Vaak vraagt de W-installateur aan de elektrotechnisch installateur of hij de meterkast kan uitbreiden voor de warmtepomp-aansluiting. Als je die opdracht krijgt, vraag dan goed door. Je moet weten welk type warmtepomp er wordt plaatst en welke eisen dit aan de verdeler stelt. Sommige warmtepompen kunnen nog op een standaard aardlekschakelaar, maar steeds vaker past men frequentiegeregelde warmtepompen toe. Hiervoor is een type B-aardlekschakelaar nodig. Bij een laadpaal zonder DC-beveiliging is een type B-aardlekschakelaar zelfs verplicht.’

24 05Met het groeiende aantal elektrische auto’s groeit ook het aantal thuisladers.

Regeltechniek

Tot slot ziet zowel De Leeuw als Swillens de behoefte aan regeltechniek sterk opkomen. Met de afschaffing van de salderingsregeling hebben veel woningeigenaren de wens om hun zelf opgewekte zonnestroom ook zoveel mogelijk zelf te gebruiken. Energiemanagementsystemen moeten daarvoor een plek in de meterkast krijgen, vaak als een integraal onderdeel van de verdeel-installatie. Ook die technieken dragen bij aan de warmteproductie in een meterkast. Het is daarom de vraag of die mooie, compacte meterkast in de hal of bijkeuken nog wel is toegerust om als primair energieknooppunt van een moderne all-electric woning te functioneren.
‘Daarnaast nog dit’, zegt Swillens. ‘Je kunt een 3-fase groepenkast laten installeren, maar zorg dan ook dat je de energiehuishouding netjes over de drie fasen spreidt. Ik zie nog regelmatig dat mensen van 1- naar 3-fasen gaan, maar dan niet de verdeling van de apparaten aanpassen. Hiervoor moet je echt naar het ontwerp van de verdeler kijken. Een energiemanagementsysteem kan het elektriciteitsgebruik van apparaten automatisch en gericht aansturen. Zo’n systeem bepaalt welke installaties voorrang krijgen en schakelt andere tijdelijk uit om pieken in de afname te voorkomen. Maar voor je zo’n systeem kunt inregelen, moet je eerst de verdeling over de fasen goed inrichten. In veel gevallen moet je ook bij de netbeheerder informeren naar de belastingen in de rest van de straat. Ik denk dat een bijscholing voor veel elektrotechnische installateurs geen overbodige luxe is.’

Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Linda Kindt, Getty Images

Meer weten over de nieuwste installatietechnieken en de laatste richtlijnen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis tweewekelijkse nieuwsbrief.