EW juni Omslag 600
Juni 2010

Europees normenstelsel moet snelle afgang led voorkomen

EW-600x400De ene led is de andere niet, zo blijkt onomstotelijk na metingen.

De toekomst van de led wordt binnenkort voor een belangrijk deel bepaald door de verpakking. Producenten denken een beslissende slag te kunnen slaan door de informatievoorziening aan consumenten te verbeteren. Zo niet, dan dreigt acute imagoschade en kunnen de grote ambities weer terug in de kast.

Producenten willen voorkomen dat de led als verlichtingsbron in de winkel wordt weggehoond, voordat het zijn voordelen heeft kunnen bewijzen. De voordelen van ledverlichting zijn legio, maar afbraak van het imago dreigt door de sterk wisselende kwaliteit en de afwijkende technieken die worden toegepast. Producenten wisten al dat de ene led de andere niet is. Zij overzien de markt en kennen het verschil tussen een inferieure led en een kwaliteitsproduct. Voor consumenten is dat echter aan de buitenkant niet te zien. En bij tegenvallende prestaties dreigt het gevaar dat consumenten weer grijpen naar de vertrouwde tl, spaarlamp of halogeenlamp.

De spaarlamp is nu nog aan het bijkomen van jarenlange klachtenregens. In de jaren tachtig van de vorige eeuw voorspelden technici een ware zegetocht voor deze lamp. Het toen opkomende milieubewustzijn was een grote stimulans voor consumenten om de lamp te kopen. Maar de lamp voldeed niet. De markt had een te hoog verwachtingspatroon gecreëerd en consumenten kwamen er al snel achter dat de praktijk toch net even anders was. Zo duurde het minuten voordat de eerste spaarlampen op volle lichtsterkte kwamen. Daarnaast werd het licht als ongezellig ervaren en veel exemplaren gaven flikkerend licht met de verkeerde lichtkleur. De spaarlamp raakte besmet en bleef lange tijd in de schappen liggen.

Vrijwillig kwaliteitslabel

Belangenorganisaties op het gebied van verlichting hebben nog heel even de tijd om dit scenario te voorkomen. Een aantal daarvan zint op Europese normen voor led-verlichting. Verschillende marktpartijen, zoals Agentschap nl, Kema, LedNed, Lemnis, nen, nla, nsvv, Osram, Philips, de Taskforce Verlichting en vsl hebben de Led Quality Group (lqg) opgezet, een werkgroep om de haalbaarheid van een vrijwillig kwaliteitslabel te onderzoeken en vorm te geven en waarmee consumenten een duidelijker beeld krijgen van de te verwachte prestaties. Het doel was voor het einde van 2010 de consument van onmisbare kwaliteitsinformatie te voorzien.

Inmiddels is die situatie alweer gewijzigd. Agentschapnl, nen, Consumentenbond, nla, nsvv, de detailhandel, importeurs en vsl zeggen naar aanleiding van een door hen ingesteld onderzoek dat de regelgeving vanuit Europa sneller komt dan verwacht. Een vrijwillige regeling wordt hiermee overbodig. ‘Het is niet dus niet zinvol meer om als producent met een label te komen’, zegt een woordvoerder van Agentschap nl.

Langs de meetlat

De initiatieven hebben, ondanks meningsverschillen over nut en noodzaak, een gemeenschappelijk doel: de consumenten moeten niet worden lastiggevallen met details en technisch jargon. Een schema, logo of pictogrammensysteem moet in een oogopslag duidelijk maken wat van een ledlamp mag worden verwacht. Daar begint ook de moeilijkheid, want langs welke meetlat worden de uiteenlopende eigenschappen gelegd en hoe wordt een score vertaald naar een objectief en juist oordeel op de verpakking? ‘Het zijn de harde noten die wel snel moeten worden gekraakt’, vindt André ten Bloemendal, commercieel directeur van LedNed en initiatiefnemer van de lqg.

Ten Bloemendal wil met de nieuwe eisen een zo groot mogelijk draagvlak in de markt bereiken. De lqg moet een juiste selectie voorwaarden opstellen, zodat klanten zelf het kaf van het koren kunnen scheiden. Dat kost wel enige tijd. Ten Bloemendal: ‘Er lopen nog discussies. Je wilt namelijk op een eerlijke manier de grens trekken, zonder anderen te benadelen. Stel: de ene led heeft na 20.000 branduren nog 80 procent van zijn lichtsterkte. De andere led heeft na hetzelfde aantal uren nog 100 procent van zijn lichtsterkte, maar wel in een andere kleur. Welke led is dan beter? Een soortgelijke discussie loopt ook bij dode led’s. Hoeveel dode led’s zijn nog acceptabel en wanneer trek je de conclusie dat de kwaliteit te matig is?’

Het zijn vragen waarop het antwoord nog moet komen, en dat terwijl de druk op de ketel staat. Het is immers niet uitgesloten dat klanten binnenkort vervelende ervaringen opdoen met led’s, omdat deze niet voldoen aan de verwachting. De lichtbronnen worden nu aangeprezen als zuinig alternatief voor de gloeilamp. Al snel komen de gebruikers er dan achter dat een led geen gloeilamp is en zich ook niet als zodanig gedraagt.

'Ik stap over'

Ook organisaties kunnen last hebben van dergelijke constateringen achteraf. Vorig jaar lanceerde de toenmalige minister Cramer de Friese Campagne ‘Ik stap over’. De organisatie achter de actie wilde Friesland op grote schaal laten kennismaken met energiebesparen- de verlichting. In supermarkten en andere veelbezochte plekken konden geïnteresseerden een startpakket ophalen met daarin ledverlichting van onder andere fabrikant Lemnis. De belangstelling bleek groot, maar het enthousiasme had te lijden onder berichten over de prestaties van de lamp. Vooral fabrikant LedNed haalde uit naar de Lemnis-producten. Het bedrijf stelde dat Lemnis klanten een rooskleuriger verhaal voorhield over de ledprestaties dan in werkelijkheid kon worden gerealiseerd. Uiteindelijk moest de rech- ter eraan te pas komen. LedNed mag geen uitspraken meer doen over de kwaliteit van Lemnis’ led’s, maar de campagne kwam wel in een kwaad daglicht te staan.

Nieuwe eigenschappen

‘Forse uitspraken over de markt mogen nog wel, en die zijn hard nodig om ieders interesse te wekken’, aldus Ten Bloemendal. ‘In de zakelijke markt zijn dingen beloofd die niet kloppen. Dat heeft betrekking op belangrijke zaken, zoals hoeveel de led uiteindelijk kost, hoe groot de lichtsterkte is en hoe groot die na lange tijd nog is. Tegelijkertijd is de overheid wat achtergebleven met regelgeving. De consument kon worden voorgelogen zonder dat het in de praktijk werd bestraft.’

Volgens Epko Horstman, beleidsmedewerker technologie van Uneto-vni, komt dit niet alleen omdat de led veel eigenschappen heeft, ze brengen ook andere, bij consumenten nog niet bekende verschijnselen met zich mee. Een daarvan is het feit dat led’s niet alleen minder licht kunnen geven naarmate ze ouder worden, maar ook een andere kleur licht. Vooralsnog is er volgens hem geen goedgekeurde methode om te bepalen of ze binnen de kleurengrens blijven.

Consumenten die voorop willen lopen kan dus geen garantie worden gegeven dat de gekochte led’s over een jaar nog dezelfde lichtkleur uitstralen. Aangezien lichtkleur een grote invloed heeft op de gemoedstoestand en stemming van mensen, zal een ongevraagde wijziging van de lichtkleur niet voor een beter humeur zorgen. Horstman wijst daarnaast ook op het gevaar van netvervuiling die led’s kunnen veroorzaken.

Kennis

Dit  thema houdt meer mensen bezig. Op een knx Professionals-bijeenkomst in maart verwelkomde de organisatie zo’n honderd aanwezigen. Zij wilden meer kennis over netvervuiling en power quality, omdat technici die onbeslagen ten ijs komen valse beloften kunnen wekken. Zij zagen met eigen ogen wat netvervuiling kan doen met verlichting en netwerken.

De oorzaak voor de slechte prestaties ligt in het feit dat enkele fabrikanten te ver doorschieten in hun zoektocht naar goedkope onderdelen. Door in transformatoren en condensators silicium te gebruiken in plaats van koper, wordt de werking van een netwerk verstoord.

Horstman: ‘Op het congres heb ik in een proefopstelling een halogeenlampje laten branden zonder stroombron. Door de blindstroom en de spanning die in de kabels was ontstaan door andere lichtbronnen, begon het lampje spontaan te branden. De ledlampen liggen nu in de schappen terwijl ze de besparingsdoelstellingen niet halen, maar ongemerkt wel voor dit soort problemen zorgen.’ Kennis is dan ook essentieel voor de E-installateur die transparant zaken wil doen.

Oordeel

Horstman benadrukt dat niet alleen bezoekers van de knx-bijeenkomst een ledlamp op kwaliteit moeten kunnen beoordelen, maar ook alle installateurs. Zij hebben van huis uit het inzicht om te bepalen welke led wel of niet voldoet. Zodoende kunnen zij klanten een kwaliteitsgarantie geven. Als de vakman het zegt is het waar, moet de boodschap zijn. Horstman: ‘Het zijn de installateurs die uiteindelijk de nieuwe led- verlichting verzorgen. Daarom moeten vooral zij een garantieverklaring van de producent krijgen. De eind- gebruiker hoeft alleen te weten dat de vervangende ledoplossing energiezuiniger is.

De verwachting is dat de kwaliteitseisen voor ledverlichting wettelijk van kracht worden op 1 januari 2012. Bij de invulling van de wet is haast geboden, want de markt ziet de led wel zitten, zoveel is duidelijk. De led die zij voor ogen hebben geeft gewoon licht voor lange tijd en gebruikt daarvoor aanmerkelijk minder energie. Tegenvallende prestaties passen niet in dat plaatje. ‘Gevestigde namen hebben hun zaakjes op dat gebied op orde’, denkt Ten Bloemendal. ‘Maar je hebt kwaliteitsproducenten en opportunisten. Het is gemakkelijk een led licht te laten geven, maar moeilijk een led te maken die blijft doen wat ‘ie moet doen.’

Tekst: lennert Hut
Fotografie: Industrie