EW07 omslag 600
Juni 2012

Keten­integratie: het einde van de vechtcultuur

EW_600x400

Ketenintegratie; het is duidelijk een paar stappen verder dan werken in een bouwteam. Dat vinden  Frank Zuthof (Volker Wessels), Peter Thissen (installatiebedrijf Unica-Thissen) en Claudia Reiner (installatiebedrijf Caris & Reiner), die met een pilotproject in Limburg een start maken om de basisprincipes van ketenintegratie te implementeren en toe te passen. Daarmee willen ze een brug slaan naar samenwerking vanuit een gezamenlijk belang, om zo een einde te maken aan de vechtcultuur in de bouw.

Bij ketenintegratie gaat het over langdurige, project­ ongebonden samenwerking tussen de verschillende partijen in de bouwkolom. Het doel: betere gebouwen tegen lagere kosten, die ook nog eens energiezuiniger zijn. Wie kan er tegen zijn? Niemand, zou je zeggen. Dat wil echter nog niet zeggen dat het innovatiecon­cept ook al veelvuldig wordt toegepast. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) wil daar verande­ring in brengen met het programma Energiesprong, een  stimuleringsprogramma waarmee het  partijen in de bouwkolom financieel en organisatorisch wil ondersteunen om ketenintegratie, in combinatie met het behalen van hoge energieambities, succesvol te gaan toepassen.

Claudia Reiner kwam met het stimuleringsprogram­ma in aanraking en deed een eerste verkenning. Als ondernemer heeft ze belang bij het terugdringen van de traditionele belangentegenstellingen tussen de verschillende partijen in de bouwkolom. Toch bena­drukt ze dat ze met ketenintegratie een hoger doel heeft dan alleen een commercieel doel. ‘Als voorzit­ter van de Groep Klein regio Zuidoost van UNETO-VNI heb ik binnen de vereniging de bestuurlijke ambitie uitgesproken het belang van ketenintegratie bij onze gehele branche onder de aandacht te brengen. Mijn ambitie is in de keten innovatie en veranderingspro­cessen op gang te brengen. In andere bedrijfstakken, zoals de automotive en retail, wordt ketenintegratie al geruime tijd zeer succesvol toegepast. Waarom zou een voor de Nederlandse economie zo belangrijke bedrijfstak achterblijven? Om het gedachtegoed van ketenintegratie uit te dragen is een fundamentele gedragsverandering nodig. Ik steek graag mijn nek uit om ketenintegratie als innovatieconcept in de gehele bouw door te voeren.’

Procesinnovatie

Het programma Energiesprong dat de SEV uitvoert in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beoogt alle partijen in de ge­bouwde omgeving in beweging te zetten om inno­vatief naar energiegebruik te kijken. Dat moet leiden tot een sprong naar grootschalige toepassing van duurzame energie en een forse reductie van het ge­bruik van fossiele brandstoffen. Omdat de SEV vaststelt dat er bij de afzonderlijke partijen in de bouwkolom voldoende kennis voorhanden is op het gebied van productinnovaties, stimuleert zij met het programma Energiesprong vooral de procesinnovatie. ‘Bouwers, installateurs en opdrachtgevers zijn de laatste jaren weliswaar aan de slag  gegaan  met  nieuwe, energie­ zuinige technieken en concepten,’ constateert ook Reiner, ‘maar de Stuurgroep miste een sectorbrede aanpak om de energiebesparingsambities van de over­ heid te kunnen waarmaken. De SEV ziet integrale samenwerkingsvormen tussen makers en opdrachtge­vers én tussen makers onderling (ketenintegratie) als een voorwaarde voor succes.’
Met het programma wil de SEV de partijen in de bouw­ kolom stimuleren de bouw gezamenlijk naar een hoger plan te tillen. Het programma vraagt nadruk­kelijk aan partijen zelf het initiatief te nemen. Reiner ging daarom op zoek naar partners én opdrachtgevers, want ook die vormen een onderdeel van het ketenin­tegratieconcept.

Frank Zuthof, regiodirecteur van Volker Wessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Zuid was direct geïnteres­seerd toen Reiner hem begin dit jaar benaderde om te participeren in een pilot voor de bouw van zestig nieu­we en de renovatie van zestig bestaande woningen voor woningcorporatie Maasvallei en Woningstichting Vaals. ‘We hebben als partijen in de keten allemaal baat bij een economisch gezond klimaat. Een struc­turele kostprijsverlaging van minimaal 20 procent is realistisch, zonder dat dit ten koste gaat van kwaliteit en operational excellence. Het vraagt wel om een com­pleet andere benadering van het proces en de houding van de mensen, zowel in het management als op de bouwplaats. Op alle niveaus worden kennis en kunde van de uiteenlopende disciplines samengebracht en transparant gedeeld.’

PLATFORM SUPPLY CHAIN EXCELLENCE ZUID
Als het om ketenintegratie gaat zien Reiner, Zuthof en Thissen zichzelf als missionarissen die zoveel mogelijk volgelingen willen. Via het platform Supply Chain excellence Zuid waarvan zij gedrieën de adviesraad vormen, willen zij het innovatieconcept in de regio verspreiden. Het platform heeft als doelstelling kennis en ‘best practices’ rondom ketenintegratie te delen en te versnellen. Dit gebeurt deels vanuit de theorie, onder leiding van Marcel Noordhuis, promovendus aan de TU Delft en Nijenrode op het onderwerp ketenintegratie. Het platform met deelnemende directies van woningcorporaties, aannemers, installatiebedrijven en architectenbureaus in de regio, die elk een jaarlijkse contributie betalen, komt vier keer per jaar bijeen. Op 13 maart kwam het platform voor de eerste keer bijeen. De drie hopen dat de kennisuitwisseling binnen enkele jaren tot een vertaalslag van ketenintegratie naar de praktijk zal leiden. ’   

Sluw

Peter Thissen van installatiebedrijf Unica­ Thissen par­ticipeert in Ketenoverleg Zuid, een gremium waar brancheoverstijgende samenwerking centraal staat. Hij heeft een belangrijke drijfveer  voor de verder­ gaande samenwerking: ‘We moeten een eind maken aan de heersende vechtcultuur. Waar we denken dat we als afzonderlijke partijen het beste af zijn door zo sluw mogelijk te handelen, is het resultaat vaak dat we door faalkosten veel te duur bouwen. Bovendien zien we door al die deelbelangetjes het belang van de klant over het hoofd.’

Reiner, Zuthof en Thissen zijn razend enthousiast over wat ketenintegratie kan betekenen voor de terug­dringing van faalkosten en het energiegebruik in de gebouwde omgeving, maar wat is het nou eigenlijk meer dan het aloude samenwerken?
‘Op de eerste plaats,’ zegt Reiner, ‘is ketenintegra­tie projectongebonden. Partijen werken structureel samen.’ ‘En ketenintegratie kan niet zonder ‘klantwil’, vult Thissen aan. ‘Het is zo belangrijk om vanaf het eerste moment echt met de klant samen te werken.’

‘En nee,’ zegt Zuthof, ‘het is niet hetzelfde als een bouwteam. Een bouwteam wordt geformeerd door partijen aan wie de afzonderlijke delen van een project na aanbesteding zijn gegund. Ketenintegratiepartners formuleren doelstellingen vanuit een gezamenlijk be­lang. Specialisten op deelgebieden werken samen in multifunctionele teams. Prestaties waardoor elke partner scherp blijft om in het gezamenlijk belang te denken en te presteren.’

Thissen: ‘Als de overheid nu aanbesteedt gaan ze in zee met de economisch meest gunstige aanbieding, of puur op prijs. Wij pleiten voor een nieuwe manier van aanbesteden, transparant en in de tijdsgeest van nu; volgens de wetten van Ketenintegratie.’ Volgens Zuthof kun je excelleren als je projectoverstijgend samenwerkt met partners in de bouwkolom. ‘Het is binnen onze organisatie de komende jaren één van de speerpunten.’

Proceskosten

Het SEV-­project Energiesprong spreekt volgens Zuthof terecht over  de  belangrijke rol die proceskosten (35 procent van de totale kosten volgens hem) spelen in de totale kosten van een project. ‘Tekeningen gaan tien keer op en neer en er is heel veel ruis in de com­municatie. Hierdoor gaat veel tijd verloren en leiden misverstanden tot fouten in de uitvoering. BIM is een van de tools om dit proces te ondersteunen, maar ook BIM’en vraagt een vergaande verandering van je be­ drijfsprocessen en die van je partners. Wij geloven dat de totale kostprijs 20 procent omlaag kan.’

Thissen vertelt een anekdote over hoe zijn bedrijf bij toeval een goed beeld kreeg van de hoogte van hun faalkosten. ‘Faalkosten zijn kosten die je maakt voor aanpassingen die je had kunnen voorkomen als je alles van tevoren zou hebben geweten. Wij participeerden een keer in een project voor een groot gebouw. Toen het bijna werd opgeleverd, brandde het af. We moesten helemaal opnieuw beginnen, maar wisten nu wel precies hoe alles moest. Wat bleek: de kosten vielen 30 procent lager uit.’

Volgens Reiner heeft werken volgens de principes van ketenintegratie ook te maken met het nemen van je maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘Ik wil zelfs terug naar provincies en gemeente waar plannen wor­ den ontwikkeld. Door ketenintegratie kunnen we over­heden helpen voorkomen dat in Nederland gebouwen worden neergezet die over tien jaar overbodig blijken te zijn. Je ziet op dit moment overal om je heen wat dit tot gevolgen heeft gehad. 1.500.000 m2 kantoor staat leeg. Als we nieuwe gebouwen en woningen neerzet­ten, moeten we vanaf nu heel goed nadenken over omgevingsfactoren, de functionaliteit en  de exploita­tie op de lange termijn. Ook dan moet het vastgoed nog interessant, lees: verhuurbaar of verkoopbaar zijn. In de bouw­ en installatiebranche hebben we daarvoor veel kennis en slimme technieken in huis. En als we bouwen, moeten we enkel nog duurzaam bouwen. Ketenintegratie verankert duurzaamheid in het pro­ces. En van toekomstbestendige gebouwen, plukt ook de volgende generatie nog de vruchten.’

BELIEVERS
Zuthof is niet bang dat ketenintegratie een theoretisch verhaal blijft waarvoor alleen draagvlak is in de top van het bedrijf. Hij heeft concrete ideeën hoe hij ketenintegratie in de gehele organisatie wil laten landen. ‘Met het thema ‘Koersvast door verandering’ hebben we onze strategische doelen bepaald. Wij gaan teams opzetten bij onze bouwbedrijven met ‘believers’. Binnen Volker Wessels bouw en Vastgoed ontwikkeling Nederland, bestaande uit 52 afzonderlijke werkmaatschappijen, gaan we ketenintegratie serieus oppakken. We gaan projecten aanwijzen waarbij we volgens de principes van ketenintegratie willen werken. En op die projecten gaan we de schijnwerpers zetten, onder andere door interne communicatie. De teams met ‘believers’ gaan we als voorbeeld stellen om zo een olievlekwerking te forceren.’ ’   

Tekst: Paul Smorenburg
Fotografie: Bob Leenders