EW juni Omslag 600
November 2011

Op weg naar het ideale kwaliteitslabel voor led’s

EW-600x400Het uiterlijk is in orde, maar wat is de lichtopbrengst na 20.000 branduren?

De ontwikkelingen op het gebied van ledtechniek gaan snel. Elk halfjaar worden nieuwe en zuiniger led’s uitgebracht. Veelal worden die op de markt gebracht door bekende fabrikanten als ge lighting, philips, osram en Sylvania. Maar ook cowboys en goudzoekers beproeven hun geluk. Wie bepaalt wanneer een led goed is? En aan welke specificaties voldoet geschikte ledverlichting?

Onder producenten van led’s zal weinig verschil van mening bestaan over de noodzaak van kwaliteitseisen. Maar deze eisen moeten ook uniform zijn en geen ruimte laten voor discussie of verschillen in interpretatie. En hiermee is tegelijk de grootste uitdaging voor de komende tijd voor de led geformuleerd. Wie heeft zoveel autoriteit dat de vaandeldragers in de branche meegaan als er regels worden uitgevaardigd? En wie heeft de kennis een goede van een inferieure led te onderscheiden?
De branche werkt hard aan een systeem. Zo is er de Led Quality Group, een groep Nederlandse producenten van ledverlichting. Maar bij net opgerichte initiatieven is het moeilijk te worden gehoord door de hele markt, zeker als die ook nog eens voor een deel uit concurrenten bestaat.

Loze beloften

Inmiddels heeft een aantal grote partijen zich in het dossier vastgebeten. De Europese Commissie heeft sinds dit voorjaar kwaliteitseisen geformuleerd voor de led onder de noemer van de European Led Quality Charter.
De betrokkenheid van de Europese Commissie heeft een historische reden. Toen eind jaren tachtig de spaarlamp op de markt verscheen, rolden fabrikanten over elkaar heen met beloften. Deze nieuwe lamp was bijna identiek aan de gloeilamp, maar was wel een stuk zuiniger, zo werd gezegd. Het laatste klopte, het eerste vaak niet. De eerste generatie spaarlampen, de ‘dikke nekken’ genoemd, flikkerden als ze werden aangezet. Daarnaast viel de lichtopbrengst tegen, zeker gedurende de eerste minuten na het inschakelen. Ook werd het licht als ongezellig ervaren. Tot overmaat van ramp brandden de spaarlampen minder lang dan de verpakking beloofde.

Inmiddels is het voorschakelapparaat en de lamp dusdanig verbeterd dat de beloften nu wel standhouden. Maar dat is na pas na jarenlang omzetverlies en imagoschade. Datzelfde lot mag de led niet overkomen, vinden fabrikanten, leveranciers en overheden. Om imagoschade te voorkomen moet er een vorm van controle komen. De branche moet daarvoor met een onderbouwd, aantrekkelijk en werkbaar kwaliteitssysteem komen.

Initiatieven

Een kwaliteitslabel bedenken kan iedereen, maar een werkend kwaliteitslabel maken is moeilijker. Het label moet aan veel eisen voldoen en in staat zijn producenten te kunnen overtuigen van zijn bestaansrecht. Fabrikanten moeten de zekerheid hebben dat zij hun producten verbinden aan een label dat autoriteit en kwaliteit uitstraalt naar klanten toe.
Nederlandse producenten hebben initiatieven ontplooid in die richting. Het eerdergenoemde Led Quality Label overlegt met producenten over afspraken, terwijl Agentschap nl zich vanuit de overheid heeft verbonden aan plannen voor een label vanuit het International Energy Agency voor regulering.

Vorig jaar mengde ook Denen zich in de discussie. Het normeringsinstituut bracht een rapport uit waarin de vraag werd gesteld of de introductie van een vrijwillig kwaliteitslabel voor ledlampen haalbaar en zinvol is. Het antwoord kwam sneller dan verwacht in de vorm van Europese kwaliteitseisen vanuit de European Led Quality Charter. Het leek daarom weinig zin te hebben dat fabrikanten alsnog de handen ineen sloegen. ‘Maar dat was vorig jaar,’ zegt Robert Jan Vos, voorzitter van de commissie Led van de Nederlandse Vereniging van Verlichtingskunde, de nsvv. ‘Ik heb er steeds op aangedrongen dat er snel een label moest komen. Ik had goede hoop dat een dergelijk label in 2012 kon worden uitgebracht, maar dat lijkt niet te gaan lukken. De belangen die spelen bij zo’n onderwerp zijn groot. Het gaat nu waarschijnlijk 2014 worden.’ Van uitstel mag echter geen afstel komen, vindt hij.

Alle partijen zijn het er over eens: het is hard nodig. ‘Ik spreek veel installateurs en onder hen zijn er aardig wat die zich lelijk in de vingers hebben gesneden’, zegt Vos. ‘Ze zeggen: ik stop er nu even helemaal mee, want het doet mij meer kwaad dan goed.’
Zeer begrijpelijk, vindt Vos. Want het zijn niet de eerste de beste producenten die, onbedoeld of niet, een scheve schaats rijden met hun producten. ‘Dan beweren ze dat de led 50.000 h kan branden met een lichtopbrengst van 80 lm. Ik heb het zelf ook getest in een pilot voor een project. Ik wilde led’s testen, die zouden worden gebruikt bij de nieuwbouw van een scholengemeenschap. Als de led’s een tijdje aan stonden, zakte de lichtopbrengst naar 70 lm. Dan presteert het product dus bijna 15 procent minder dan wordt beweerd’, rekent Vos voor.

Europese eisen

Wie heeft de beste papieren? Vooralsnog zijn de verst uitgewerkte plannen in bezit van de Amerikaanse overheid met het Energy Star-program, dat in juni 2008 is uitgebracht. Bij led’s die worden verkocht met het Energy Star-label heeft de klant zekerheid dat er energie wordt bespaard en de kwaliteit goed is. Na de introductie bleek het label een succes. Het is dus goed mogelijk, als producenten en leveranciers hun beloften maar nakomen. Deze gedachte is ook een van de peilers voor de Europese variant. In de plannen voor de Europese onderzoeksmethode van de European Led Quality Charter hebben led’s geen mogelijkheid om zich anders voor te doen dan ze zijn. In het voorstel voor de prestatietest mag slechts de helft van een geteste groep led’s na een brandtijd van 15.000 h 30 procent minder branden. Presteren de geteste led’s minder, dan blijft de gewenste goedkeuring uit.

Ook op andere gebieden worden de eisen beschreven. Zo moet de led binnen 0,5 s inschakelen en moet de led binnen 2 s na inschakeling op 95 procent van de lichtopbrengst zitten. Aangezien led’s erg temperatuurgevoelig zijn, wordt de test op kamertemperatuur uitgevoerd. Ook met flikkerend licht rekent de Charter af; de frequentie moet boven de 100 Hz liggen. Direct en altijd, onder normale omstandigheden. Dimmers die zijn aangesloten op de led moeten dus tevens aan deze eisen voldoen; ongeacht of de led wordt gedimd of op vol vermogen brandt, dezelfde regels gelden. De regels hebben ook betrekking op het voorschakelapparaat: de power-factor moet minstens 0,5 zijn voor lampen met het vermogen van 2 – 25 W. Alle onderdelen van de testen voldoen aan meetstandaarden, zoals die zijn omschreven door de International Electrotechnical Commission, de iec.
Is de led geslaagd, dan is daar op de verpakking niets van terug te vinden. Want integenstelling tot het Amerikaanse Energy Star-label zijn de Europese labels niet bedoeld voor de verpakking. De Charter is slechts een kwaliteitslabel voor het onderzoek waaraan de led is onderworpen.

Niet dezelfde fout

Aan het denkwerk en de initiatieven is duidelijk te zien dat de branche en overheden niet dezelfde fout willen maken als bij de spaarlamp. Er is nu eendracht onder de producenten in de Led Quality Group. En er is ook een werkbaar stelsel van kwaliteitsnormen uit betrouwbare bron vanuit de European Led Quality Charter. De bekendheid van het grote publiek met goede led’s met het Energy Star-label is in de vs groot. ‘Als er echt iets van de grond komt, heb ik goede hoop dat producenten zich ook snel aansluiten bij het label’, zegt Vos.