EW juni Omslag 600
Februari 2011

Reuzensprong op energielabel met behoud van karakter

EW-600x400

Gevelisolatie was uitgesloten en het aangezicht mocht in niets worden gewijzigd. En toch is het statige kantoor van Ernst & Young in Den Haag van energielabel G naar C gegaan. De grootste verbetering werd gerealiseerd door wko onder het gebouw. Verder werd het dak geïsoleerd en kreeg het bedrijfsrestaurant een groen dak. Het resultaat is een forse waardestijging terwijl de unieke uitstraling intact is gebleven.

De opdracht die de projectgroep voor de renovatie van het statige Ernst & Young-kantoor in Den Haag had gekregen was niet de makkelijkste, maar de handen van alle betrokkenen jeukten om het gebouw toekomstbestendig te krijgen. Tijdens de grootscheepse renovatie moest op elk moment rekening worden gehouden met de status van het gebouw aan de Wassenaarseweg in Den Haag. Het voormalige verkoopkantoor van Shell, een ontwerp van architect Oud, is een rijksmonument uit 1939 en is – logischerwijs – niet bepaald energiezuinig te noemen.

Door de monumentale status was fors ingrijpen echter onmogelijk. Energiebesparing kon alleen achter de schermen worden gerealiseerd, met respect voor het uiterlijk van het gebouw. Een hele klus, maar het is gelukt. Het project is, met een beetje doorwerken in de bouwvak van 2010, op tijd afgekomen. De koude- en warmtevoorziening is vervangen, het dak is geïsoleerd en het gebouw heeft bij het bedrijfsrestaurant een groen dak gekregen. Het resultaat van alle werkzaamheden is dat het gebouw een forse waardestijging tegemoet kan zien en de huurder en verhuurder kunnen pronken met hun bezit en werkplek. Het karakteristieke gebouw heeft nog altijd een unieke uitstraling, maar kent niet meer de energieverspilling van een oud gebouw.

Project

Opdrachtgever: Bouwfonds reim (Real Estate Investment Management)
Huurder: Ernst & Young
Uitvoerder: Homij technische Installaties
Adviseur: Innax Installatieadviseurs ’   

 

EW_600x400De opstelling van de gasabsorptiewarmtepomp in de installatieruimte.

Warmteopslag in de bodem

Voordelen behouden en nadelen tot het verleden laten behoren, dat was de insteek van het bouwteam dat verantwoordelijk was voor complete coördinatie. Vastgoedbelegger IEF Capital nam vanuit Bouwfonds Reim (Real Estate Investment Management) het initiatief voor de grootschalige besparingsronde. Installateur Homij en adviseur Martijn Geurts van Innax Installatieadviseurs voerden de opdracht uit. Het gebouw verdiende een aanpak waarmee gebruik voor de lange termijn verzekerd zou zijn, zo redeneerden de belanghebbenden vooraf. Daarnaast moest het gebouw ook op het gebied van duurzaamheid als visitekaartje kunnen dienen en moest bij verwarming, verlichting en koeling 35 procent minder CO2 worden uitgestoten dan voorheen.

De grootste besparing kwam tot stand door een installatie buiten het gebouw. Sinds de renovatie krijgt het gebouw warmte en koude via warmte- en koudeopslag op een diepte van 90 – 100 m. Daarvoor werden op het terrein twee bronnen geslagen met een inhoud van zo’n 120 m3. Het koelvermogen hiervan is ongeveer 950 kW. In de zomer worden de bronnen gevuld met relatief warm water dat in de winter wordt opgepompt, zodat de cv-ketels in het pand minder hoeven te stoken.

Een gasabsorptiepomp van Robur, geleverd door Techneco, verhoogt de temperatuur van het opgepompte water naar circa 60 °C. Dat is voor 80 procent van het aantal werkdagen voldoende om het gebouw op temperatuur te houden. ‘Mocht er grote warmtevraag zijn, dan kunnen de twee nieuwe ketels van Remeha de resterende 20 procent van de tijd het gebouw te verwarmen’, vertelt Arno Huijsmans, projectleider bij Homij Technische Installaties.

Communicatie

De aanpassingen die op het bordje van de W-installateur lagen zijn relatief geruisloos uitgevoerd. De nieuwe manier van verwarmen heeft voor niet al te veel overlast gezorgd. Dat gaat minder op voor de aanpassingen aan de elektrotechnische installaties, is de inschatting van Huijsmans. ‘Als een gebouw nieuwe verwarming nodig heeft, werk je voornamelijk in de technische ruimte. Maar wil je de verlichting vervangen of aanpassen, dan moet je echt op de werkplek zelf zijn. De communicatie en de logistiek vereisten daarom discipline van het bouwteam.’

Er moest goed worden afgesproken wanneer aanpassingen werden gedaan, en of dat de dagelijkse werkzaamheden van Ernst & Young niet in de weg zou staan. Zodra het tijdstip van een klus bekend was en de kans aanwezig was dat dit voor overlast zou kunnen zorgen, werd dit op een speciale projectpagina op intranet gepubliceerd. ‘Op die manier konden werknemers tijdig aan de bel trekken als er een vergadering op de agenda stond’, aldus Huijsmans. Het systeem heeft zijn waarde bewezen, zo geeft hij aan. ‘Er was een dag dat wij eigenlijk met kranen de LBK’s van het dak wilden halen. Maar toen we hoorden dat het parkeerterrein nodig was omdat er wegens een vergadering veel mensen werden verwacht, hebben we deze werkzaamheden doorgeschoven naar een zaterdag.’

Communicatie bleek een van de toverwoorden te zijn om het project organisatiebreed gedragen te krijgen, zo geven alle betrokkenen aan. ‘De directie heeft voor en tijdens de renovatie bijeenkomsten en rondleidingen voor het personeel georganiseerd over de aard en het nut van de werkzaamheden. Dat heeft het draagvlak zeker vergroot. Installateur en werknemer stonden zo niet voor grote verrassingen.’

Op het gebied van verlichting werd het gebouw ook aangepakt. ‘We hebben de conventionele tl-verlichting vervangen door een hf-variant. Daarnaast hebben we de verlichting langs de gevelzijde op daglichttoetreding laten reageren en is in de kamers aanwezigheidsdetectie aangebracht. Die werkzaamheden zijn per verdieping aangepakt, zodat alles goed kon worden voorbereid en de overlast beperkt bleef.’

Monitoring

Na de aanschaf en installatie moeten alle energiebesparende maatregelen wel hun hoge prijs opbrengen. Het bouwteam heeft daarom, om het energiegebruik goed te kunnen controleren, zowel op de ingaande als de uitgaande groepen monitoring aangebracht. Voor de W-kant van de installatie zijn tweewegregelkleppen aangebracht en werden de thermostaatknoppen van de radiatoren vervangen. De installaties zijn zo beter te beïnvloeden en zo wordt ook voorkomen dat pas als de energierekening op de deurmat ploft, de besparing ineens blijkt tegen te vallen, of dat – bijvoorbeeld door een defect – het gebruik aanmerkelijk hoger ligt.

Volgens Martijn Geurts, adviseur bij het onlangs opgerichte Innax Installatieadviseurs, moeten deze gegevens het gelijk bewijzen van de genomen keuzen. ‘Aan het begin van het proces vroeg Bouwfonds Reim ons inzicht te geven in de verbetering van het Energielabel voor dit gebouw. We hebben dat geboden door enkele duurzaamheidspakketten aan te bieden, waarbij per pakket is vermeld tot welke verbetering dit zou leiden. Er bleken zo’n twee á drie manieren te zijn om van label G naar C te gaan. Wat je belooft, moet je echter wel waarmaken. In het geval van dit gebouw mochten de energetische verbeteringen niet ten koste gaan van de uitstraling van het gebouw.’ Om die reden sneuvelde het plan voor de installatie van led’s, al is dat wel eerst onderzocht. ‘Voor de specifieke opdracht is een verlichtingsdeskundige aangetrokken’, aldus Geurts. Het antwoord van de deskundige en de gebruiker was dat led’s nog even moeten wachten. ‘Het was naar onze mening – met het nu beschikbare aanbod – nog te vroeg deze hier aan te brengen. In de monumentale entree, de gangen en de trappenhuizen bleek het helaas nog niet mogelijk om dezelfde sfeer terug te krijgen. Dat wil echter niet zeggen dat het er in de toekomst niet alsnog van komt.’

Het schrappen van de led’s is een voorbeeld van een offer dat moest worden gebracht om het uiterlijk van het gebouw in stand te houden. ‘Met de wko-installatie hebben we gelukkig een grote klap gemaakt’, geeft Geurts aan. ‘In een keer hebben we het energiegebruik met 35 procent kunnen reduceren. Doordat er zoveel gas en elektriciteit wordt bespaard, kun je af en toe ook concessies doen op andere gebieden.’

Alle ruimte

Ondanks de vondst van asbest is het project precies binnen de afgesproken tijd succesvol afgerond. Het speciale karakter van het gebouw heeft zeker voor extra werklust bij het bouwteam gezorgd. Ook de leeftijd van het gebouw heeft op technisch gebied zo zijn voordelen, geeft het bouwteam aan. Zo bleken de goede bereikbaarheid en de indeling van de technische ruimten een pluspunt te zijn. Huijsmans: ‘We komen soms in technische ruimten waarbij je al direct bij binnenkomst je hoofd stoot, zo krap is alles. Dat was hier niet het geval.’

‘De techniek in gebouwen moet het steeds vaker doen met minder ruimte. Dat kan soms ook best, omdat technische installaties geavanceerder zijn geworden en ook minder ruimte in beslag nemen. Bij deze grootschalige renovatie heeft de goede vormgeving van de ruimten echter zeker geholpen, we hadden alle ruimte. Sommige technische ruimten in het gebouw hebben zelfs meerdere verdiepingen.’ Het werk kon daarom sneller worden gedaan en de resultaten zijn ernaar. Als een van de eerste gebouwen in Nederland heeft het kantoor een sprong gemaakt van Energielabel G naar C. Het bouwteam heeft laten zien dat dit kan door in goed overleg de juiste keuzen te maken en zonder grove ingrepen.

Tekst: Lennert Hut
Fotografie: Anton van Daal