EW11 Omslag-200
April 2018

Snelle en betaalbare test luchtinstallatie stap dichterbij

Project SecureVent begint vruchten af te werpen

EW-600x400TNO en Acin doen een test met de nieuwe methode die Acin ontwikkelt om de luchtdichtheid te meten met gebruikmaking van de bestaande ventilatieunit

Het project TKI SecureVent moet eenvoudigere en goedkopere methodes opleveren om integrale prestaties van luchtinstallaties te kunnen controleren. Achterliggend doel van het project is een goede prestatieborging van ventilatiesystemen via een meetkit, waarmee basale controles kunnen worden uitgevoerd. Halverwege het project zegt Marleen Spiekman van TNO redelijk optimistisch te zijn. 'We zijn er  nog niet, maar we maken stappen.'

In meer dan negentig procent van de Nederlandse woningen blijkt de prestatie van de luchtinstallatie bij oplevering niet te voldoen aan de minimale eisen van het Bouwbesluit. Controle van de prestaties is dus noodzakelijk. Op dit moment is het controleren van de prestaties als ventilatiedebiet, verdeling, installatiegeluid en luchtdichtheid van woningen bij de oplevering van een ventilatiesysteem kostbaar en vaak behoorlijk complex. Om deze reden wordt het vaak achterwege gelaten en is onbekend of de in het ontwerp afgesproken prestaties in de praktijk worden gerealiseerd. Tegelijkertijd worden woningen steeds beter geïsoleerd en luchtdicht gemaakt. Daardoor zijn bewoners voor de kwaliteit van de binnenlucht nog meer afhankelijk van een goed presterend ventilatiesysteem. Een snelle en betaalbare testmethode is daarbij geen overbodige luxe.
Het project SecureVent wordt uitgevoerd onder TKI Urban Energy, een van de Topconsortia voor Kennis en Innovatie, met subsidie van Topsector Energie van het ministerie van Economische Zaken. TNO werkt in het project samen met de brancheorganisaties VLA en Uneto-VNI, en fabrikant van meetinstrumenten Acin. Volgens Marleen Spiekman van TNO is het onderzoek van groot belang. 'Tijdens de bouw voelt niemand zich verantwoordelijk voor de integrale prestatie van de luchtinstallaties en is er geen prikkel bij aannemers en installateurs om te investeren in kwaliteit op de uitvoering. Daarnaast ervaart de markt de bestaande meetinstrumenten en meetmethoden als te kostbaar. Voor bedrijven die wel bereid zijn hierin te investeren, gaan de kosten omhoog, terwijl er geen beloning tegenover staat: de betere kwaliteit wordt namelijk niet getoetst en dus niet beloond, of op andere wijze gewaardeerd.'
Maar veel langer op dezelfde weg verdergaan wordt lastig. De wetgeving rondom private kwaliteitsborging in de bouw mag dan voorlopig zijn uitgesteld, de initiatiefwet is zeker niet begraven. In deze wet worden de bouwende partijen zelf verantwoordelijk gesteld voor de bouwkwaliteit en moeten ze kunnen aantonen dat de kwaliteit van het geleverde werk in orde is. De kwaliteitsborger zal erop moeten toezien, dat afgesproken bouwkundige en installatietechnische prestaties zijn gerealiseerd. Ook daarom zijn eenvoudige en betaalbare meetmethodes nodig.

Fred Vos (Uneto-VNI): 'Installateur, behoud je positie in installatieproces!'

Fred Vos, klimaatspecialist bij Uneto-VNI vindt het onacceptabel dat in meer dan 80 procent van de Nederlandse woningen de prestatie van de luchtinstallatie bij oplevering niet blijkt te voldoen aan de minimum eisen van het bouwbesluit. ‘Dit heeft grote gevolgen voor de kwaliteit van de binnenlucht en de energetische prestatie van woningen. Daarom zetten wij ons als branchevereniging samen met VLA en kennisorganisaties al vele jaren in voor kennisvergroting bij de installateur en kwaliteitsborging van ventilatiesystemen. Dat heeft geresulteerd in Isso-publicaties, cursussen, examens en erkenningsregelingen. Maar de markt heeft dit nauwelijks opgepakt’, constateert Vos. ‘ De aanstaande Wet Private Bouwkwaliteit zal die praktijk doen kantelen, want met de invoering van deze wet wordt de aansprakelijkheidstermijn van de aannemer (en installateur) verlengd naar twintig jaar. Om het risico van (verborgen) gebreken te reduceren, zullen installateurs bij de oplevering van hun installatiewerk de prestatie moeten aantonen met meetrapporten.’ Vos denkt dat het project SecureVent de gereedschappen en meetmiddelen zal opleveren om aan te tonen dat aan de vereiste kwaliteit wordt voldaan. ‘Er zal een markt ontstaan voor adviseurs, controlebureaus en mogelijk zelfs fabrikanten van ventilatieapparatuur die deze dienst kunnen gaan  aanbieden. Niet ondenkbaar is dat de installateur daarmee zijn positie verliest en dat voor hem alleen nog een rol overblijft bij de uitvoering. Het is dus zaak’, waarschuwt hij, ‘dat installatiebedrijven serieus kennisnemen van de door SecureVent aangereikte nieuwe meetmethoden en –instrumenten, zodat zij hun positie kunnen behouden.'

EW-600x400SecureVent werkt aan methode voor meten luchtweerstand tijdens de installatiewerkzaamheden die indirect een maat is voor de geluidshinder die de installatie veroorzaakt. Op de foto de Rion van Isovast die geluid op de traditionele manier meet

Luchtdichtheid

Volgens Spiekman is in het project de meeste progressie geboekt met de ontwikkeling van een apparaat om versneld de luchtdichtheid te meten. Hoewel de luchtdichtheid van de schil niet de primaire verantwoordelijkheid is van de installateur, is het voor een goed functionerende ventilatie wel van belang dat de prestaties qua luchtdichtheid worden gehaald. Het zou dus logisch zijn als de installateur zou controleren of de luchtdichtheid voldoet, net als dat een parketlegger vooraf controleert of de vloer vlak genoeg is. De installateur die belast is met het aanbrengen van het ventilatiesysteem, zal hiervoor dan wel over eenvoudige en betaalbare meetapparatuur moeten kunnen beschikken. Nu nog heeft de praktijk eigenlijk alleen de blowerdoortest ter beschikking.

Meten van luchtdichtheid zal met nieuwe instrument zo’n tachtig procent goedkoper worden

Acin, de bij het project betrokken fabrikant, heeft flinke stappen gezet in de ontwikkeling van een zeer eenvoudige luchtdichtheidsmeting. Het meten van luchtdichtheid zal met het nieuwe instrument waarschijnlijk zo’n tachtig procent goedkoper worden. Een interessante ontwikkeling dus, waardoor het een stuk realistischer wordt om iedere woning – ook tussentijds – te meten. Bij de oplossing die Acin in het SecureVent project ontwikkelt, is het vertrekpunt de debietwaarde van het ventilatiesysteem in de woning, die door meting moet worden vastgesteld. 

Op het moment dat het systeem wordt aangezet is er een drukverschil. Dat is in principe voldoende om daaruit een qv;10 af te leiden (de parameter waar luchtdichtheid doorgaans in wordt uitgedrukt). De uitdaging is om het drukverschil zo nauwkeurig mogelijk te meten. Dat laatste is nog niet zo makkelijk als het lijkt. Buitenluchtdruk en binnenluchtdruk fluctueren sterk, door weersomstandigheden en door huiselijk gebruik. Er wordt dus ook veel ruis gemeten. De 'truc' van de nieuwe methode zit hem voor een deel in het gebruik van een klein referentievat, dat door een vertragend effect op de luchtdrukverschillen de ruis kan filteren.
Niek-Jan Bink, directeur van Acin Instrumenten: 'We maken het meten van luchtdichtheid heel eenvoudig. Je moet toegang hebben tot het ventilatiesysteem van de woning om een onder- of bovendruk te creëren en je moet het systeem aan en uit kunnen zetten. Om een betrouwbare meting te krijgen heb je vijf pulsen nodig. Dat is alles. Kalibreren is daarbij wel essentieel, want als je er een Pascal naast zit, heb je al een paar procent afwijking.'

Weerstand in kanalen is belangrijke oorzaak van geluidsproblemen

Inmiddels zijn diverse proefmetingen gedaan, zowel in het laboratorium als in de praktijk, met mooie resultaten. Spiekman: 'We hebben de waarden vergeleken met de blowerdoortest. Mensen gaan er veelal vanuit dat de metingen van een blowerdoortest zeer nauwkeurig zijn. Uit de literatuur is bekend – opnieuw bevestigd door recente laboratoriummetingen en praktijkmetingen – dat de blowerdoortest een flinke spreiding kent. De meetwaarden van het in het project ontwikkelde apparaat vertoont afwijkingen in een vergelijkbare bandbreedte als de blowerdoortest. Op basis van deze eerste testen lijken de metingen dus net zo betrouwbaar. Ook is het ontwikkelde meetpparaat bruikbaar bij hogere windsnelheden, waar de blower-doortest niet meer uitgevoerd kan worden. Daarnaast is de SecureVent-apparatuur eenvoudiger toepasbaar, werkt sneller en is goedkoper. En dat wilden we bereiken.'
Over anderhalf jaar zou er een marktrijp product beschikbaar kunnen zijn. Momenteel is de projectgroep nog druk met praktijktests; in de loop van dit jaar worden tevens enkele installateurs bij de tests betrokken om de ontwikkelde prototypes uit te proberen. 

EW-600x400De uitdaging in SecureVent project is om een kleinere, maar even betrouwbare variant te vinden voor de ‘bekende’ flowfinder. (Met dank aan Hans Buitenhuis, DWA, Project buitenHUIS)

Ventilatiedebiet

Ook wordt binnen het SecureVent project een instrument ontwikkeld om het ventilatiedebiet te meten. Het principe van de flowfinder (meten met 0-druk compensatie) staat nog steeds en de uitdaging is om op basis van dit principe een kleinere maar even betrouwbare versie te maken. Wellicht kan zo'n instrument goedkoper als de range waarbinnen gemeten wordt kleiner is. Er zijn al veel ideeën langsgekomen, maar de ontwikkeling zit nu nog, zoals Spiekman het uitdrukt 'in het creatieve proces.' Een ander probleem betreft de inregeling van de toe- en afvoer ventielen. Deze ventielen beïnvloeden elkaar en de inregeling vereist een bepaald stappenplan. Spiekman: 'Op dat gebied zullen we zeker met de ontwikkeling van een goede app stappen kunnen maken. Als het dan ook nog in combinatie kan met een vereenvoudigde flowfinder, is dat probleem getackeld.'

Installatiegeluid

De derde uitdaging is een meetmethodiek voor het installatiegeluid. De inzet hierbij is niet de ontwikkeling van een nieuw meetinstrument, maar onderzoek naar manieren om bestaande producten eenvoudiger en goedkoper te kunnen meten. Betrouwbare geluidsmetingen op de lagere niveaus kunnen alleen met kostbare apparatuur worden uitgevoerd. De geluidseisen voor de woning komen met 30 dB(A) in de buurt van het niveau van achtergrondgeluid, wat een nauwkeurige meting bemoeilijkt. Spiekman: 'Metingen zijn eigenlijk alleen mogelijk op stille momenten. We kijken ook of er een methodiek mogelijk is door naar de oorzaken van het geluid te kijken. We bepalen dan eigenlijk door een indirecte meting of de installatie stil genoeg zijn werk kan doen. We meten dan bijvoorbeeld niet het geluid in de ruimte, maar het drukverlies in de kanalen. Te veel weerstand is een van de belangrijkste oorzaken van te veel installatiegeluid. Anders gezegd, een ventilatiesysteem met heel weinig luchtweerstand maakt zelden te veel geluid. Als we erin slagen een methode te ontwikkelen waarbij de installateur nog tijdens de installatie de luchtweerstand kan meten, kan hij bij geluidsproblemen meteen de oorzaak aanpakken. Het is ook een kwestie van werkprocessen afspreken en vastleggen. Er zal in elk geval een soort stappenplan of checklist komen die we dan in een softwareapplicatie opnemen. Voor alle drie de technieken die worden ontwikkeld, is het streven om deze op te nemen in een app die de resultaten direct zichtbaar maakt en vastlegt. Zo kan een protocol deel uitmaken van de applicatie. Dit protocol bepaalt hoe de metingen worden verricht en hoe eventuele vervolgacties kunnen worden ondernomen. <

Tekst: Mari van Lieshout
Fotografie: Industrie, Arno Massee