EW07 Omslag 600
Juli/Augustus 2026

Transformatiebouw vereist installatie­technische creativiteit

Woningbouw

14 01

In de enorme woningbouwopgave waar Nederland voor staat, richten we ons niet alleen op nieuwbouw. Ook in de transformatie van leegstaande panden, zoals oude kantoorgebouwen, schuilt veel potentie. Tegelijkertijd zijn er in zulke projecten veel zaken om rekening mee te houden. Zeker ook als het gaat om de installaties.

Hendrik Knol is de eigenaar van Knol Installatietechniek, een installatiebedrijf dat zich specifiek richt op renovatie- en transformatieprojecten. ‘Deze markt ligt ons goed’, vertelt hij. ‘We hebben ongeveer dertig medewerkers die graag creatief en zelfstandig te werk gaan. Dat is nodig in transformatieprojecten, want je weet niet wat je precies aantreft. De praktijk is nooit zoals we het van tevoren uittekenen.’ Dat is logisch, want ieder transformatieproject is weer anders. ‘Met creativiteit en lef – ­zowel van onze kant als van de investeerder – kun je in vrijwel ieder gebouw woningen maken. Oude kantoren en scholen komen vaker voor, maar we voerden bijvoorbeeld ook projecten uit in een voormalig badhuis en een gevangenis. De potentie van zulke gebouwen moeten we benutten. We hebben in Nederland 100.000 woningen per jaar nodig en transformatie kan daarin een mooie oplossing zijn.’

Beperkte ruimte

Maar naast de mogelijkheden brengt transformatie ook extra uitdagingen met zich mee. ‘De grootste uitdaging met bestaande bouw is altijd dat het geraamte er al staat. Bij nieuwbouw kun je alles van tevoren uitdenken en ontwerpen. Wij moeten het doen met de ruimtes en afmetingen die we aantreffen. Dat bepaalt welke installaties we kunnen plaatsen en hoe de leidingen lopen. Wij hebben natuurlijk wel voldoende ruimte nodig - bijvoorbeeld in het plafond - om de leidingen en kanalen voor riolering, ventilatie en verwarming kwijt te kunnen. Maar omdat de gebouwen voorheen een andere gebruiksfunctie hadden, is dit alles lang niet altijd logisch ingericht voor een wooncomplex. Dat levert wel eens beperkingen op.’
Een duidelijk voorbeeld is het sanitair. Kantoorgebouwen zijn ingericht op slechts enkele natte groepen per verdieping. Als we hier woningen van maken, dan is ineens voor iedere individuele ruimte een badkamer, toilet en keuken nodig. ‘In hoogbouw is het belangrijk dat de natte groepen zich dicht bij de standleiding bevinden. Dan kunnen we de afvoerleiding en het benodigde afschot kort houden. De indeling van een kantoor is daar niet op berekend’, legt Knol uit. ‘Veel dingen kunnen we aanpassen, maar het kost wel veel geld. Ook het budget van de opdrachtgever bepaalt dus welke oplossingen wel en niet mogelijk zijn.’

14 02

Gevangenis in Rotterdam

In het noorden van Rotterdam vind je de Tuin van Noord. Dit monumentale complex uit 1872 was vroeger een gevangenis. Sinds enkele jaren doen de voormalige cellen echter dienst als woningen, zowel grondgebonden als appartementen. ‘In zulke projecten staan we altijd weer voor nieuwe uitdagingen. Neem alleen al de dikke muren. Voor iedere sparing die we maakten, moesten we door een dikke laag beton heen. Ook bij de installaties was dat een uitdaging’, aldus Knol. In 2022 werd de Tuin van Noord officieel opgeleverd, waarmee het voorheen afgesloten complex nu juist een open en groene woonomgeving is.

Onvoorziene obstakels

Knol begon zijn verhaal er al mee: bij ieder transformatieproject komen in de uitvoering zaken naar voren die zij in het voortraject niet kunnen voorzien. Daarom is het belangrijk dat de installateur al zo vroeg mogelijk in de ontwerpfase meekijkt. ‘Onze projecten beginnen altijd met een schouw’, schetst Knol. ‘Samen met de andere partijen gaan we hiervoor langs op de locatie. Vervolgens gaan we om tafel, bespreken we onze bevindingen en stellen we op basis van de eisen van de opdrachtgever een plan op. Wanneer alles akkoord is, kunnen we naar de uitvoering. Bij collectieve bouw beginnen we altijd met een proefwoning, want niet alle obstakels kunnen we in het voortraject al constateren.’
Als voorbeeld noemt Knol de schachten in een hoogbouwproject. ‘Van tevoren kijken we met een camera naar binnen om een beeld te krijgen van de status van zo’n schacht. Maar wanneer we deze later openmaken, kan het zijn dat we de benodigde aanpassingen toch niet kunnen doen. Dan blijkt bijvoorbeeld dat we de hele standleiding toch moeten vervangen of dat de waterleiding aan het einde van zijn levensduur is. In dat geval moeten we dus eerst weer om tafel om zo’n probleem op te lossen en ook financieel af te handelen. Dat is ook de reden dat we eerst met een proefwoning werken en daarna bewust wat extra tijd incalculeren, voor we met de daadwerkelijke uitvoering beginnen.’

Hergebruik van installatieonderdelen

Voor Knol liggen de werkzaamheden vooral bij de klimaatinstallaties en het sanitair. De bestaande installatieonderdelen keren doorgaans niet terug in het getransformeerde pand. Hergebruik is nog lastig, zo schetst hij. ‘Met de Vakcommissie Projectmatig Woningbouw Installateurs van Techniek Nederland, waarvan ik deel uitmaak, zijn we wel op zoek naar mogelijkheden voor hergebruik van installatieonderdelen. Maar we lopen tegen verschillende zaken aan. Als het gaat om sanitair, is hygiëne een aandachtspunt. Daarbij is het plaatsen van een nieuw toilet of een nieuwe installatie simpelweg goedkoper en eenvoudiger. Materialen als PVC en koper kunnen we wel verwerken en hergebruiken. Dat gebeurt ook al. En ook op het gebied van verpakkingsmateriaal zijn we hier volop mee bezig. Maar als het gaat om het daadwerkelijk hergebruiken van de installaties zelf, is er in de praktijk nog niet veel mogelijk.’

‘Goede communicatie met partners binnen project is het aller-belangrijkst’

Verduurzaming bij transformatie

Daarom worden bestaande installaties in de meeste gevallen volledig vervangen. Welk ventilatiesysteem hiervoor terugkomt, is volledig situatieafhankelijk. En dat geldt ook voor de verwarmingsinstallatie. ‘Bij nieuwe woningen of gebouwen is het simpel: er komt geen gas in. Bij onze projecten ligt dit anders. Verduurzaming is zeker een thema, maar we zijn wel afhankelijk van wat er mogelijk is. Daarvoor zijn we veel in gesprek met de netbeheerder over de situatie in de regio. En natuurlijk kijken we naar de mogelijkheden van het pand zelf. Zo zijn veel transformatiewoningen die wij verzorgen sociale huurwoningen. Daarin is weinig ruimte voor een warmtepomp met buitenunit. Bovendien is de geluidsproductie in zulke situaties ook een probleem. In de meeste gevallen werken we met cv-ketels, hybride oplossingen of warmtepompboilers. Daarnaast is isolatie altijd een belangrijk thema. Dat ligt vooral bij de aannemers.’
De precieze oplossing is altijd maatwerk, benadrukt Knol. ‘Zo bedachten we samen met fabrikant Nathan een bijzondere oplossing voor een viertal flats in Ridderkerk. Ook hier was binnen weinig ruimte voor de technische installaties. Onze oplossing was om op een staalconstructie een aantal gestapelde kasten aan de achterkant van het gebouw tegen de buitengevel te plaatsen. In deze kasten stonden een boiler, een warmtepomp en een wtw-installatie. Via een sparing in de gevel sloten we deze aan op de binneninstallatie. De kasten zijn bovendien via de balkons bereikbaar, zodat we hier gemakkelijk onderhoud kunnen plegen. Zo’n oplossing kost best wat geld, maar dat had de opdrachtgever er in dit geval voor over.’

Logistieke uitdagingen

Naast de technische vraagstukken staat Knol Installatietechniek bij transformaties ook vaak voor logistieke uitdagingen. ‘Veel transformatieprojecten vinden plaats in stedelijke gebieden. We hebben dus al snel te maken met een gebrek aan parkeer- en opslagruimte. Samen met onze partners moeten we daar creatief in zijn. Zo was er een project in Amsterdam waar ruimtegebrek een groot probleem was. De oplossing was een platbodem, die we als opslagplek voor onze containers konden gebruiken. Het parkeren deden we buiten de stad, om vanaf daar te carpoolen.’
‘Andersom zijn er projecten met meerdere locaties binnen een wijk. In zo’n situatie werken we met een centrale hub waar we alles opslaan. Een busje brengt dan de benodigdheden naar de verschillende locaties. Het vergt wat organisatie, maar uiteindelijk is overal een oplossing voor te verzinnen.’ Knol stipte al aan hoe belangrijk goede samenwerking is met partners binnen een project. ‘Goede communicatie is het allerbelangrijkst’, benadrukt hij. ‘Al vanaf de schouw trekken we met elkaar op en proberen we niet alleen onszelf zo goed mogelijk voor te bereiden, maar ook elkaar hierbij te helpen.’

14 03

Museumkwartier Vlaardingen

Het Museumkwartier in Vlaardingen deed vroeger dienst als Visserijcentrum, maar kreeg in 2025 een nieuwe bestemming. Mede dankzij Knol Installatietechniek zijn de oude panden getransformeerd tot moderne, en toch nog steeds karakteristieke rijwoningen en appartementen. ‘Toen we begonnen, zaten er geen ramen meer in en er waren stukken dak weggerot. Als je dan ziet wat het nu geworden is, is dat prachtig’, vertelt Knol. ‘De architect had mooie plannen, waarbij wij vanaf het begin vanuit een installatietechnisch oogpunt konden meedenken over de indeling. We verplaatsten de toiletten bijvoorbeeld naar een plek dichter bij de standleiding, wat zowel praktischer als goedkoper was. Alle woningen zijn voorzien van vloerverwarming, gevoed door een cv-ketel.’

Tekst: Lars van Mil
Fotografie: Knol Installatietechniek, Fullhouse Vastgoed en Frank Hanswijk

Meer weten over de nieuwste installatietechnieken en de laatste richtlijnen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis tweewekelijkse nieuwsbrief.