EW juni Omslag 600
April 2020

Versneld aardgasloos én circulair renoveren

‘Resultaten pilotprojecten doorvertalen en aan elkaar knopen’

82 00

Met een innovatietraject wil De Bouwcampus de CO2-neutrale woningrenovatie in de sociale woningbouw versnellen en opschalen. De belangrijkste doelstelling is het verbinden van de uitgangspunten van het Klimaatakkoord aan het Grondstoffenakkoord. Dat betekent: alle woningen aardgasloos én circulair renoveren. Atto Harsta: ‘Het is zaak om alle geleerde lessen uit eerdere renovatiepilots aan elkaar te knopen.’

Er worden enorm veel pilotprojecten op het gebied van duurzaam wonen uitgevoerd, maar de vervolgacties zijn veelal teleurstellend, zo signaleert Atto Harsta, transitiestrateeg bij De Bouwcampus. Hij ziet daarvoor twee belangrijke redenen. Ten eerste noemt hij Nederland een echt ‘pilotland’: ‘Wij zijn met z’n allen heel goed in projectgerichte renovatiepilots. Maar we zijn niet zo goed in het doorvertalen van de uitkomsten van pilots naar een volgende generatie projecten, het zogeheten project-overstijgend innoveren. Een pilot zou moeten leiden tot opschaling. Nu heeft iemand een aardig project gedaan, wordt er een feestje gevierd, waarna het weer business as usual is. Het effect op het geïnvesteerd vermogen is daarmee nul.’ Daarnaast ziet Harsta dat vrijwel alle pilotprojecten zijn gericht op óf circulair bouwen óf aardgasloos installeren, en nauwelijks op de integratie van beide. ‘Voor het bereiken van de klimaatdoelen is inmiddels wel duidelijk dat uitwerkingen op twee aparte tafels in plaats van een robuust meersporenbeleid, niet het gewenste resultaat zullen opleveren’, zegt Harsta die dat letterlijk een verspilling van energie vindt. ‘Woningen die corporaties nu eenzijdig renoveren vanuit het energievraagstuk, moeten over vijf tot tien jaar opnieuw onder de loep worden genomen vanwege het grondstoffenvraagstuk. Regelrechte verspilling dus.’

Schatgraven in de bestaande bouw

Precies tien jaar geleden liet RVO.nl onderzoeken hoe de toenmalige energiezuinige concepten zich hadden ontwikkeld. De evaluatie richtte zich op de technische kwaliteit, het benodigd onderhoud en beheer, het energiegebruik en de tevredenheid van bewoners en andere betrokkenen. ‘Daar ga je echt van huilen’, zo kijkt Harsta terug. Een fragment uit de bevindingen uit het rapport Schatgraven in de bestaande bouw: ‘Het proces van ontwerp tot beheer duurt lang en kent vele partijen met wisselende kennis en belangen. Het blijkt dat adviseurs door gebrek aan kennis zich beperken tot het niveau van een schetsontwerp. De partijen die het ontwerp verder moeten brengen, zoals installateurs en leveranciers, worden tijdens de aanbesteding vaak op prijs geselecteerd. De uitwerking is dan afhankelijk van de toevallige kennis en ervaring en van het prijsniveau dat bedongen is. Wanneer door gebrek aan kennis een slecht uitgewerkt plan aan de basis staat van de uitvoering, gaat er door improvisatie en ondeskundigheid veel mis; zoals het ontstaan van een lage uitgangskwaliteit voor het onderhoud en geringe bedrijfszekerheid in de beheerfase. […] Ook blijkt dat bestaande kennis, zoals kennis opgedaan bij eerdere projecten en evaluaties, onvoldoende wordt toegepast.’ Zo zijn naar aanleiding van het E’novatie-programma in de jaren ´90 veel publicaties verschenen, juist om de geconstateerde fouten in die projecten in de toekomst te voorkomen. Het is jammer dat fouten, die in de jaren negentig al zijn onderkend, nog steeds worden gemaakt. Harsta: ‘Toen de pilots gereed waren, renden alle betrokken weg en leek niemand echt geïnteresseerd in het werkelijke functioneren, hoe bewoners omgingen met hun woningen, en de grote invloed van hen op de mate van energieneutraliteit. Ik ben bang dat als er nu recente energiezuinige projecten worden geëvalueerd, dezelfde problemen en fouten aan het licht komen. ’Productfalen is het gevolg van procesfouten, onjuiste systeemintegratie en onderschatting van het bewonersgedrag’, zo analyseert Harsta.

82 01Vlnr: Jeroen Hatenboer (CoP oost – Pioneering), Atto Harsta (De Bouwcampus), Rolf Koops (CoP Noord – BuildinG), Samantha Wicht (De Bouwcampus), Peter Linders (CoP Zuid – Spark Makers zone) tijdens de start van het innovatietraject.

De Bouwcampus

De Bouwcampus mobiliseert partijen uit de hele bouwketen – markt, kennis en overheid – om samen schaalbare en breed toepasbare oplossingen voor een aantal grote maatschappelijke opgaven te ontwikkelen. Denk daarbij aan verduurzaming, klimaatadaptie, betaalbaarheid, schaarste van grondstoffen en menskracht. Vanuit een onafhankelijke positie brengt De Bouwcampus organisaties bij elkaar rond concrete vraagstukken. Door het samenbrengen van kennis en ervaringen ontstaan nieuwe perspectieven. De trajecten van De Bouwcampus zijn gericht op doorontwikkeling en/of opschaling van kansrijke concepten. Op deze manier draagt De Bouwcampus bij aan het versnellen van transities in de bouwsector.

 

Innovatietraject

De eerdere renovatiepilots bevatten onmiskenbaar waardevolle informatie over meer en minder succesvolle strategieën voor aardgasloze en circulaire woningbouw. Nu is het volgens Harsta zaak om alle geleerde lessen aan elkaar te knopen. Dat is precies de kern van het innovatietraject ‘CO2-neutrale woningrenovatie’ van De Bouwcampus, dat in januari van dit jaar van start is gegaan. Harsta: ‘In het innovatietraject worden leerervaringen uit bestaande aardgasloze en/of circulaire renovatiepilots van de verschillende regio’s via het landelijk platform gebundeld, gedeeld én verder gebracht tot integrale oplossingen. Oplossingen waarmee sociale woningen versneld aardgasloos én circulair gerenoveerd kunnen worden.’
Het landelijk platform van De Bouwcampus wordt gevoed door regionale innovatiehubs, zoals BuildinG (regio Noord), Pioneering (regio Oost), Spark makers zone (regio Zuid) en Snel (regio Midden). De innovatiehubs formeren in de eigen regio een Community of Practice (kortweg CoP) ‘CO2-neutrale woningrenovatie’. Deze community bestaat uit vooruitstrevende partijen waaronder woningbouwcorporaties, aannemers en toeleveranciers. Zij voeden het landelijke platform met leerervaringen uit succesvolle bestaande pilots gericht op het aardgasloos of circulair renoveren van sociale woningen. Ook zijn zij betrokken bij het verder ontwikkelen van de leerervaringen tot integrale en opschaalbare oplossingen. Oplossingen die zij uiteindelijk zelf kunnen toepassen om de sociale woningen in de eigen regio CO2-neutraal te renoveren. Daarnaast is er een landelijk interventieteam van experts die kunnen worden ingeschakeld bij verschillende (innovatie)vraagstukken, waaronder techniek, aanbesteding, financieel, juridisch, energie en circulair.

82 02

Zes tot tien proposities

De toegevoegde waarde van dit innovatietraject is dat lessen breder worden gedeeld en ook gecombineerd tot integrale oplossingen. Het moet leiden tot minimaal tien opschaalbare proposities, waarmee sociale woningen versneld aardgasloos én circulair kunnen worden gerenoveerd. ‘Je ziet overal in Nederland dezelfde gebouwtypen staan. Met een beperkt aantal goed gekozen proposities kun je tachtig procent van alle sociale woningen renoveren. Door die opschaling is een kostprijsreductie van 25 tot 40 procent haalbaar.’ Harsta is een sterk pleitbezorger van industriële producten. ‘De installatie is nu nog voor elke woning of elk project een nieuwe samenstelling van producten, materialen, systemen en leveranciers, waarbij we elke keer moeten proberen binnen het project een optimum te vinden. We weten dat dat vaak misgaat. Veel slimmer is het om de volledige E- en W-installatie te laten uitvoeren door één leverancier met afgewogen pakketten.’ Standaardiseren klinkt altijd een beetje gevaarlijk, maar leidt volgens Harsta tot echte uniforme en integrale CO2-neutrale renovatieconcepten tegen een veel lagere prijs. ‘Alle producerende en uitvoerende partijen krijgen immers een serieus perspectief aangeboden op continuïteit in omvang, vraag en tijd, en daarmee op realistische terugverdientijden van hun initiële investeringen. Ook het milieu wint met deze gezamenlijke aanpak, hoewel soms op een minder verwachte manier’, ziet Harsta. ‘De energietransitie- en grondstofdoelen kunnen elkaar ook in de weg zitten. Naarmate de isolatie in een woning toeneemt, zal het energieverbruik afnemen en zo bijdragen aan een lagere CO2-voetafdruk. Maar op een gegeven moment ontstaat er een omslagpunt. Dan is er zoveel materiaal in de woning gestopt, dat de hoeveelheid CO2, als gevolg van de grondstoffenvoetafdruk, juist wordt verhoogd. Die discussie moeten we met elkaar gaan voeren, en op dit moment vooral met de woningcorporaties. Want voor hun is de Roadmap CO2 eenzijdig gericht op energiegebruik, terwijl in renovatie het gebruik van isolerende grondstoffen steeds bepalender wordt.’

82 03Standaardiseren leidt tot uniforme en integrale CO2-neutrale renovatieconcepten tegen een veel lagere prijs.

‘Losmakelijk’ construeren

Circulair renoveren gaat verder dan CO2-neutraliteit alleen. Het ‘losmakelijk’ construeren – werken met componenten die kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt – is ook een belangrijk aspect. Harsta: ‘Een andere route is niet kijken naar het bezit van producten, maar het gebruiken van functie. Dat geldt niet alleen voor de bouwkundige kant, maar ook voor de installatietechnische kant. Bewoners willen bijvoorbeeld warme voeten en gezonde lucht. De installaties daarvoor hoeven niet per se in bezit te zijn van de huurder of eigenaar. In dat kader zijn heel veel diensten, zeker voor de installatiewereld, mogelijk. Zoals een ESCo-achtige constructie, waarbij een bedrijf het energiebeheer van een gebouw voor langere tijd overneemt, investeert in energiebesparende maatregelen en al het onderhoud voor zijn rekening neemt. Maar dan wel met eerlijke en transparante verdienmodellen, waarbij gebruikers te allen tijden kunnen kiezen om de dienstverlening te staken of te veranderen. Ook de installateur kan zijn installaties in eigendom houden en de functionele prestatie als ‘service’ aanbieden. Dit zijn overigens modellen om de grondstoffen goed in de kringloop te houden. De leverancier is dan immers meer gericht op het leveren van een product dat duurzaam is in prestatie en levensduur. En in restwaarde, want als hij de producten na verloop van tijd terugkrijgt, dan is het in zijn belang dat er nog sprake is van economisch rendement.’

Tekst: Kerstin van Tiggelen
Fotografie: Industrie, Pedro Sluiter