EW08 Omslag 600
juli 2020

Een scherpe vraag van Máxima

Column Doekle Terpstra

terpstra

Twee maanden geleden schreef ik op deze plaats over de koninklijke familie. De aanleiding was toen de nogal ongewone Koningsdag, die we noodgedwongen thuis doorbrachten. Vandaag wandelt koningin Máxima mijn column binnen.

Op 25 juni bracht zij een bezoek aan Technisch Installatiebedrijf Hamer in Apeldoorn. De koningin liet daarmee terechte waardering zien voor een bijzonder project. En passant stelde ze een scherpe vraag. Daar geef ik graag antwoord op.

In ons land mogen we van mening verschillen over de waarde en het nut van de monarchie. Maar hoe je ook denkt over het Koninklijk Huis, de maatschappelijke invloed van ons vorstenpaar is onmiskenbaar. Al kunnen zij zich niet nadrukkelijk mengen in het debat, ze zijn wél in staat om onderwerpen op de agenda te zetten. Het werkbezoek van de koningin was juist in dat opzicht opmerkelijk.

Aanleiding was het actieplan Gelders Vakmanschap. Dat project is in 2018 gestart om technici verder te brengen in hun vak én werknemers van buiten de branche te interesseren voor een baan in de techniek. Techniek Nederland heeft er samen met regionale installatiebedrijven, vakbonden, andere brancheorganisaties en opleidingsfondsen de schouders onder gezet en het resultaat mag er zijn. In twee jaar tijd heeft Gelders Vakmanschap 350 zij-instromers klaargestoomd voor de techniek. Bovendien hebben inmiddels 800 technische vakmensen gebruik gemaakt van scholingsvouchers om hun kennis bij te spijkeren.

De koningin kreeg in Apeldoorn een rondleiding en ze sprak met medewerkers van Hamer die scholingstrajecten hebben gevolgd. Gelukkig is Máxima er de vrouw niet naar om zich bij een werkbezoek te laten beperken tot beleefdheden. Ze wilde precies weten wat de verbindingscoaches doen en waar de knelpunten zitten. Ook vroeg ze hoe de aanwezige vertegenwoordigers van de provincie én het bedrijfsleven de toekomst zien.

Als lid van het Nederlands Comité Ondernemerschap adviseert Máxima staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat. In die rol stelde ze een belangrijke vraag: wat is er nodig vanuit Den Haag om de instroom van nieuwe vakmensen in de techniekbranche te bevorderen?

Over ruim acht maanden kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. De politieke partijen zijn druk bezig hun verkiezingsprogramma’s op te stellen. Ik ga ervan uit dat we daarin stevige maatregelen tegenkomen om het technisch beroepsonderwijs te ondersteunen. Daarnaast verwacht ik dat de serieuze partijen met concrete ideeën komen om werknemers te stimuleren ‘een leven lang’ te blijven leren. De instroom van technici is namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid van ondernemingen in onze branche. Bij alle grote maatschappelijke uitdagingen -van mobiliteit tot zorg en van energievoorziening tot veiligheid- staat de techniek centraal. Zonder techniek komen we er niet en zonder technisch personeel al helemáál niet. Dus, koningin Máxima, wat we vanuit Den Haag nodig hebben, is het besef dat technische vakmensen onmisbaar zijn voor de toekomst van ons land.

De overheid heeft een taak, maar we kijken natuurlijk niet alleen naar Den Haag. Ook de branche moet zijn verantwoordelijkheid nemen. In veel opzichten doen we dat, maar er zijn altijd verbeterpunten. Ondernemers doen er goed aan bij het zoeken naar technisch talent de scope te verbreden. Het begrip diversiteit kunnen we óók toepassen op het aantal vijvers waarin we vissen. Langdurig werklozen, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, statushouders, ouderen; ze zouden allemaal welkom moeten zijn in de techniekbranche. Blijven we werven binnen dezelfde groep mensen, dan doen we onszelf tekort.

Doekle Terpstra
voorzitter Techniek Nederland, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche
d.terpstra@technieknederland.nl
@doekle_terpstra