EW juni Omslag 600
Mei 2015

NMM vraagt om speciale verlichting voor theatrale beleving

NMM 01 - site

Het nieuwe Nationaal Militair Museum, gebouwd op het terrein van de voormalige luchtmachtbasis in Soesterberg, werd in december 2014 geopend. In een prachtig nieuw gebouw zijn op bijzondere wijze objecten van het Militaire Luchtvaart Museum uit Soesterberg en het Delftse Legermuseum samengebracht. De waarde van de collectie van de Nederlandse krijgsmacht is dermate groot dat een optimale en stabiele klimaatbeheersing vereist is. Bovendien vragen de zeven themaruimten om een speciale verlichting die een theatrale beleving in het museum mogelijk maakt.

Het Nationaal Militair Museum (nmm) valt, samen met het Marinemuseum, het Mariniersmuseum en het Marechausseemuseum, onder de Stichting Defensie Musea (sdm). Het nieuwe museum, dat in december 2014 werd geopend, belicht de betekenis van de Nederlandse krijgsmacht in verleden, heden en toekomst, met extra aandacht voor de collecties van de landmacht en luchtmacht.

dbfmo-contract

Het ontwerp, de realisatie en de exploitatie van het nmm is door Defensie toevertrouwd aan Heijmans. Paul van Gils, installatieverantwoordelijke en chef-monteur: 'Het gaat hier om een zogeheten dbfmo-contract; Design, Build, Finance, Maintain, Operate. Daarbij is het modeel, dus het onderhoud en het operationele deel, bepaald op 25 jaar. Dat betekent dat we bij elke beslissing, op welk vlak dan ook, rekening hebben gehouden met deze tijdsspanne. Enerzijds moeten we hierdoor relatief ver in de toekomst kijken, wat natuurlijk niet altijd mogelijk is, anderzijds betekent dit dat investeringen in het kader van duurzaamheid of het verlagen van de onderhoudsbehoefte goed zijn te onderbouwen en te verantwoorden.'

Binnen een consortium heeft Heijmans intensief samengewerkt met tentoonstellingsarchitect Kossmann.dejong,  h+n+s landschapsarchitecten en Felix Claus Dick van Wageningen Architecten. Hierbij is niet alleen aandacht besteed aan de ar- chitectuur van het gebouw en de inrichting van het museum, maar tevens aan de manier waarop het gebouw integraal is opgenomen in het omringende landschap. Dat is goed te zien aan het Arsenaal, de ruimte die de bezoeker als eerste betreedt bij binnenkomst. Deze ruimte is 13 m hoog waarbij twee wanden volledig van glas zijn. De bezoeker heeft daardoor een optimaal zicht op de start- en landingsbaan van de voormalige luchtmachtbasis. In het Arsenaal zijn enkele grote collectiestukken opgesteld, zoals tanks en vliegtuigen. Naast deze grote hal is het museum opgedeeld in zeven themaruimten, verdeeld over twee verdiepingen. Een logische route zorgt ervoor dat de bezoekers in chronologische volgorde door de geschiedenis van de krijgsmacht worden geleid.

NMM 02 - siteIn het NMM wordt veel techniek gebruikt om sferen te creëren, zoals in de Dome-filmzaal waar met speciale technieken 3D-films worden getoond.

ShowControl

Opvallend is de grote hoeveelheid techniek die wordt gebruikt om de verhalen te vertellen. Zo is er een koepelvormige filmzaal waar films met speciale technieken in 3D worden vertoond. Daarnaast wordt veel gebruikgemaakt van projectie op wanden en panelen, waarbij in bepaalde gevallen ook een interactie met de bezoeker mogelijk is. De aansturing van vrijwel alle elektrische installaties gebeurt vanuit ShowControl. Dit is een zelfstandig netwerk van waaruit onder meer de verlichting, de beamers en audio voor presentatiedoeleinden, maar ook ict-toepassingen en het klimaatsysteem worden aangestuurd en gemonitord. In het kader van de monitoring doorloopt dit netwerk continu alle gebruikers en vindt een directe terugkoppeling plaats wanneer zich storingen voordoen. Bijvoorbeeld veroorzaakt door kinderhandjes, die niet altijd even voorzichtig omgaan met interactieve objecten of wanden. Maar signalering van storingen is ook belangrijk met het oog op het prestatiecontract dat is afgesloten met de aannemers. Daarin zijn kortingen opgenomen wanneer storingen niet binnen de gestelde termijn zijn opgelost. Bijzonder is verder dat dit overkoepelende netwerk ook kan communiceren met knx-, dmx- en Dali-protocollen

De bediening van verlichting en apparatuur is eenvoudig mogelijk via een tablet waarop alle netwerkdeelnemers in de betreffende ruimten zijn gevisualiseerd. De twee hoofdstanden zijn schoonmaakverlichting en museaal licht. De schoonmaakverlichting is van belang omdat de collectie maar een beperkt aantal uur mag worden verlicht en dus het liefst niet onnodig. Daarnaast zijn de verschillende apparaten of groepen ook afzonderlijk te bedienen.

NMM 03 - siteVoor de verlichting wordt hoofdzakelijk ledverlichting toegepast.

Verlichting op maat

De verlichting van de diverse ruimten is ontwikkeld door Kossman.dejong, waarbij hoofdzakelijk gebruik is gemaakt van Philips-armaturen en -lichtbronnen. De tentoonstellingsarchitect ontwikkelde voor elke ruimte verlichting op maat. Zo is in het Arsenaal GentleSpace verlichting met daglichtregeling toegepast zodat er altijd voldoende licht is in de hal.

Voor het aanlichten van de objecten vanaf de zijkant zijn spots toegepast die bekend zijn vanuit de entertainmentindustrie en binnen het museum onder meer worden gebruikt voor het realiseren van theatrale effecten. In de themaruimten wordt gebruikgemaakt van rgbw-spots, die in staat zijn  alle kleuren uit te stralen. Voor de echte 'special ef- fects' ontwikkelde de tentoonstellingsarchitect een beveiligingsinstallatie en de noodstroomvoorziening (dieselaggregaat) gerealiseerd. Qua beveiliging zijn hier diverse systemen toegepast die in het beginstadium veel aandacht vroegen. Zo bleek het buitenalarm last te hebben van herten die 's nachts op het terrein komen. Daarnaast bleken de systemen die werken op basis van laser last te hebben van de uitzetting van de stalen constructie van het gebouw. Deze constructie is namelijk 250 m lang en zet bij warmte in absolute zin behoorlijk uit waardoor de ontvanger, die de laserstralen moeten detecteren, in eerste instantie faalde. Deze problemen zijn inmiddels opgelost.'

Klimaatregeling voor 'mens' en 'collectie

Koen Falk, bij Heijmans verantwoordelijk voor de werktuigbouwkundige installaties geeft aan dat de klimaatregeling in het nmm twee belangrijke functies heeft. 'Uiteraard heeft de klimaatregeling, net als in de meeste gebouwen, als hoofdfunctie het realiseren van een comfortabel klimaat voor de mensen ter plaatse. Hoe prettiger de bezoeker zich immers in het museum voelt, hoe langer hij hier zal verblijven. Maar misschien nog wel belangrijker is dat de regeling moet zorgen voor stabiele klimaatcondities die zijn vereist om de uiteenlopende zogeheten StyliD Zoomspot die voor verschillende scenes is te programmeren. De omgeving – waar- onder de parkeerplaats en de hoofdroute naar het museum – wordt verlicht door witte led's met een goede kleurweergave.

Van Gils: 'Naast de verlichting en alle presentatieapparatuur hebben we op het E-vlak tevens de collecties te beschermen tegen wisselende temperaturen en luchtvochtigheid. Wil je ze tenminste langer dan tien jaar kunnen blijven tentoonstellen.' Die beheersing gaat relatief ver. Zo zijn kritische vitrines afzonderlijk geklimatiseerd. Op de be- nedenverdieping zijn bijvoorbeeld verschillende museumstukken in aparte vitrines geplaatst die 'vermomd' zijn als houten kisten. De geklimatiseerde lucht wordt in de ruimte onder de stapel kisten gegenereerd door een klimaatunit en aan de losse vitrines toegevoerd. Het geheel is weer gekoppeld aan ShowControl dat zorgt voor een monitoring conform de eisen voor temperatuur, luchtvochtigheid en licht van elk object.

Betonkernactivering en klimaatplafond

Om de verschillende ruimten in het museum te klimatiseren wordt op de begane grond en de eerste verdieping gebruikgemaakt van betonkernactivering, terwijl de tweede verdieping is voorzien van een klimaatplafond. In de kantoren en de overige ruimten op de begane grond zijn convectoren aangebracht. Het Arsenaal is vanwege de hoogte en het grote oppervlak opgedeeld in verschillende zones. Hier is het belangrijk dat de onderste laag het juiste klimaat heeft voor de bezoekers. De overige tanks, gevechtsvliegtuigen en grondgebonden materieel die hier staan opgesteld zijn bestand tegen wisselende temperaturen en luchtvochtigheden. Om de juiste temperatuur te realiseren en te kunnen sturen op óf verwarming óf koeling, wordt gewerkt met zogenoemde zwarte bollen waarmee de stralingstemperatuur wordt gemeten.

Falk voorziet nog wel wat aanloopproblemen voor een perfecte klimaatregeling, vooral omdat er beduidend meer bezoekers naar het museum komen dan vooraf was ingeschat. 'Het grote aantal bezoekers betekent een maximale belasting van het klimaatsysteem. Dat betekent dat de installatie, zoals deze nu is gedimensioneerd, het nog maar net redt. En dan moet de zomer nog beginnen. Op dit moment zijn we op sommige vlakken nog zoekende naar de juiste instelling. De praktijk leert tevens dat de verschillende ruimten in het gebouw een grotere invloed op elkaar hebben dan oorspronkelijk was aangenomen.'
Van Gils vult aan. 'Het nmm is een heel bijzonder project dat installatietechnisch in feite nog steeds loopt. De klimaatregeling wordt op dit moment verder gefinetuned en dat zal zeker het eerste jaar nog vaker gebeuren. Je kunt namelijk wel veel van tevoren plannen en uitzoeken, maar niet alles. Ook op het vlak van het onderhouden van de diverse installaties zullen we nog een leerweg doorlopen. Gaandeweg moet blijken wanneer we welk onder- houd het beste kunnen uitvoeren. Zodanig dat we na die 25 jaar kunnen terugkijken en zeggen dat we de tco zo laag mogelijk hebben weten te houden binnen de regels en eisen die door Defensie zijn gesteld.'

NMM 04 - siteOmdat het museum middenin een ecologisch gebied ligt, is er alles aan gedaan om de omgeving zoveel mogelijk te sparen en duurzaamheid te bevorderen.

Duurzaamheid

Omdat het museum middenin een ecologisch gebied ligt, is er alles aan gedaan om de omgeving zoveel mogelijk te sparen en duurzaamheid te bevorderen. Zo wordt er gebruikgemaakt van warmte- en koudeopslag in de bodem en zijn op het dak 3.240 pv-panelen gelegd met een oppervlak van 10.800 m2. Hiermee wordt in totaal 750.000 kWh opgewekt waarmee het museum circa 23 procent van de elektrabehoefte kan afdekken. De ventilatie van het gebouw is vrij conventioneel uitgevoerd met dry cool-ventilatoren, waarbij warmte uit de afgezogen lucht met een warmtewiel wordt teruggewonnen. De ventilatoren die op de vierde verdieping staan opgesteld verzorgen niet alleen de koeling van het gebouw, maar herladen tevens de bronnen van de wko-installatie.
Ook de sprinklerinstallatie springt in het oog. Besloten is het volledige gebouw te sprinklen, omdat het bijna ondoenlijk is hier te compartimenteren. Falk: 'Enerzijds levert dit een conflict op omdat de collecties absoluut niet nat mogen worden, maar veiligheid is dan uiteindelijk nog net even wat belangrijker.'

Tekst: Marjolein de Wit-Blok  
Fotografie: Herbert Wiggerman