EW09 cover 600
4 november 2026

CO₂-neutraal bouwen: de oplossingen zijn er, nu de uitvoering nog

Klimaattop Gebouwde Omgeving

UV05337

De techniek en kennis voor een CO₂-neutrale gebouwde omgeving zijn grotendeels beschikbaar. De uitvoering, schaal en samenhang blijven echter achter. Dat is de conclusie van het rapport ‘Op weg naar CO₂-neutraal’, dat is verschenen naar aanleiding van de Klimaattop Gebouwde Omgeving (KTGO) op 4 en 5 november in Jaarbeurs Utrecht. Tijdens de KTGO staat het rapport uitvoerig centraal.

De verschillende opgaven kunnen niet meer afzonderlijk worden opgelost, zo is te lezen in het rapport. Woningbouw moet tegelijk betaalbaar, klimaatbestendig, circulair en netbewust worden. Bij verduurzaming moet naast energiegebruik ook de CO₂-impact van materialen worden meegewogen. Data, digitalisering, standaardisatie en samenwerking vormen volgens het rapport de belangrijkste versnellers.

Zeven belangrijke conclusies

Uit het lijvige rapport zijn zeven belangrijke conclusies te trekken:

1. Woningbouw vraagt om méér dan nieuwbouw

Tot 2040 zijn ongeveer 1,3 miljoen extra woningen nodig. Industrieel bouwen, optoppen, splitsen, woningdelen en transformatie moeten daarom veel structureler worden ingezet. Binnenstedelijk bouwen heeft volgens het rapport bovendien een veel kleinere CO₂-voetafdruk dan buitenstedelijke uitbreiding.

2. Verduurzaming van de bestaande voorraad is cruciaal

Van de gelabelde woningen heeft 45,7 procent label A of beter en 81,6 procent label C of beter. Toch resteert een grote verduurzamingsopgave. Niet alleen bij de ruim 600.000 woningen met een E-, F- of G-label, maar ook bij de omvangrijke middengroep met B-, C- en D-labels. Het rapport pleit voor meer aandacht voor werkelijk energiegebruik, bijvoorbeeld met WEii, in plaats van uitsluitend voor theoretische energieprestaties.

3. Warmtepompen groeien, maar onvoldoende snel

Eind 2025 stonden in Nederlandse woningen ruim 800.000 warmtepompen opgesteld. Daarnaast stonden er circa 1,75 miljoen lucht-luchtwarmtepompen. Niet ieder lucht-luchtsysteem vervangt echter daadwerkelijk aardgasverwarming. Vooral all-electric groeit; hybride blijft achter. Voor de periode vanaf 2030 noemt het rapport een beleidsopgave van circa 250.000 tot 300.000 warmtepompen per jaar, exclusief lucht-luchtwarmtepompen.

4. Netcongestie wordt een bepalende randvoorwaarde

Het elektriciteitsnet is niet langer iets dat pas ná het woningontwerp kan worden geregeld. In een door CE Delft onderzocht model passen binnen dezelfde netcapaciteit circa 820 traditioneel gebouwde woningen, tegenover maximaal circa 1.250 zeer netbewuste woningen. Isolatie, efficiënte warmtepompen, slimme aansturing, opslag en lokale oplossingen moeten daarom al vanaf de planfase worden meegenomen om meer woningen binnen de beschikbare netcapaciteit te kunnen realiseren.

5. Industrieel bouwen groeit snel, maar zit nog ver van het doel

Het aandeel industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen groeide van ongeveer 10 procent in 2020 naar 21,2 procent in 2025. De ambitie voor 2030 is 50 procent. Opvallend is dat de gemiddelde bezettingsgraad van de onderzochte woningfabrieken rond 45 procent ligt. De belangrijkste uitdaging is dus niet alleen meer productiecapaciteit creëren, maar vooral de bestaande capaciteit vullen met een voorspelbare bouwstroom.

6. Materiaalgebonden CO₂ wordt steeds belangrijker

Een van de scherpste conclusies uit het rapport is dat energiezuinig bouwen alleen niet voldoende is. Voor nieuwbouwwoningen lag de materiaalgebonden uitstoot in 2025 op ruim 330 kg CO₂-eq/m² BVO, ongeveer tweemaal de genoemde Paris Proof-grens van 163 tot 180 kg CO₂-eq/m² BVO. Omdat deze materiaaluitstoot bij de bouw direct plaatsvindt, terwijl energiebesparingen over tientallen jaren worden gerealiseerd, moet CO₂ veel eerder in ontwerp- en investeringsbeslissingen worden meegewogen.

7. Data en digitalisering zijn de verbindende factor

Digital twins, uniforme datasets en gemeenschappelijke standaarden moeten voorkomen dat iedere partij opnieuw dezelfde informatie verzamelt. Het doel voor 2030 is dat in minimaal 50 procent van de woningbouwprojecten datagedreven oplossingen worden toegepast. Het rapport beschouwt betrouwbare gebouwdata als randvoorwaarde voor AI, circulair materiaalgebruik, klimaatadaptatie, energiebeheer én snellere vergunning- en bouwprocessen.

Wat verandert er door beleid?

2026 wordt in het rapport als kanteljaar gezien. Elf ontwikkelingen grijpen de komende jaren steeds sterker in op bouw en vastgoed, waaronder EPBD IV, MEPS, de uitfasering van E-, F- en G-labels bij huurwoningen, Whole Life Cycle/GWP, de aangescherpte MPG, de Wet collectieve warmte, het Nationaal plan voor renovatie van gebouwen en de circulaire-economiedoelen. 
De beweging is duidelijk: regelgeving verschuift van uitsluitend energieprestatie naar een integrale beoordeling van energiegebruik, materiaalgebruik en CO₂-uitstoot over de gehele levenscyclus.