De installatiebranche wil de kosten van warmtepompen over de gehele levensduur halveren. Met het plan TCO0.500 zetten installateurs, fabrikanten, woningcorporaties, een netbeheerder en kennis- en innovatiepartijen in op lagere kosten bij installatie, onderhoud en gebruik van warmtepompen.
Techniek Nederland-voorzitter Mark Harbers (r) overhandigde het plan tijdens de Klimaattop Gebouwde Omgeving in Utrecht aan Tjalling de Vries, hoofd van de afdeling Algemeen Beleid Energietransitie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Het consortium wil met de kostenverlaging met name een drempel voor woningcorporaties wegnemen. Volgens Harbers is dat nodig naast de voorgenomen warmtepompnorm die in 2029 van kracht wordt. ‘De warmtepompnorm die in 2029 van kracht wordt, is cruciaal. Daarnaast moeten we er als branche voor zorgen dat de warmtepomp financieel aantrekkelijker wordt. Met dit plan zetten we daar een belangrijke stap in.’
Installatietijd halveren
TCO0.500 bouwt voort op TDI500, waarin installateurs, fabrikanten en TNO eerder samenwerkten aan een efficiënter installatieproces. Binnen dat programma werd de installatietijd van een hybride warmtepomp teruggebracht van 32 naar 16 uur. Hierdoor kunnen installatiebedrijven met hetzelfde aantal vakmensen meer warmtepompen plaatsen.
Het nieuwe programma moet opnieuw winst opleveren tijdens het installatieproces. Zo wordt gekeken naar de inzet van kunstmatige intelligentie bij de voorbereiding en uitvoering van installaties en bij het opsporen en verhelpen van storingen. Het werk moet daarmee eenvoudiger worden, zodat een grotere groep vakmensen warmtepompen kan installeren en onderhouden.
Slimmer onderhoud
TCO0.500 richt zich niet alleen op de aanschaf en installatie, maar op de totale kosten gedurende de levensduur van de installatie. Onderhoud speelt daarin een belangrijke rol. In plaats van onderhoud volgens vaste intervallen uit te voeren, willen de deelnemende partijen hiervoor data uit de warmtepomp gebruiken.
Op basis van bedrijfsgegevens moet beter kunnen worden vastgesteld wanneer onderhoud daadwerkelijk nodig is. Zo moeten onnodige onderhoudsbezoeken worden voorkomen. Tegelijkertijd verwachten de partijen dat onderhoud op basis van de technische conditie kan bijdragen aan een langere levensduur van de installatie.
Netbewuste aansturing
Een derde onderdeel is het elektriciteitsgebruik van de warmtepomp. Het consortium wil warmtepompen zoveel mogelijk laten verwarmen op momenten waarop voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is. Dat moet niet alleen het net ontlasten, maar ook de energiekosten voor bewoners beperken.
Voor installateurs betekent deze ontwikkeling dat naast dimensionering en hydraulische inpassing ook de regeling en communicatie van warmtepompen een belangrijkere rol krijgen. Warmtepompdata worden daarmee niet alleen gebruikt voor onderhoud, maar ook om installaties flexibeler te laten reageren op de omstandigheden op het elektriciteitsnet.
Samenwerking nodig
De betrokken partijen spraken afgelopen januari af gezamenlijk de levensduurkosten van warmtepompen te willen halveren. Volgens Harbers is samenwerking in de hele keten noodzakelijk om die doelstelling te realiseren. ‘Dat lukt alleen als fabrikanten, installateurs, woningcorporaties, kennispartners en overheid samenwerken.’
Tjalling de Vries was positief over plan. ‘Mooi dat de sector zelf opnieuw stappen zet om de warmtepomp aantrekkelijker te maken’, zo zei hij. ‘De voorgenomen normering kan daarbij ook helpen, maar vooral als deze gepaard gaat met de juiste randvoorwaarden voor de woningeigenaar. Als de markt met een goed aanbod aan de gebruiker komt, wordt overstappen steeds vanzelfsprekender.’