EW09 Omslag-220
26 april 2019

Salderingsregeling zonnepanelen blijft bestaan

Invoering terugleversubsidie definitief van de baan

zonnepaneel

Minister Wiebes (EZK) heeft besloten om de salderingsregeling voor zonnepanelen in zijn huidige vorm te handhaven tot 2023 en vervolgens in de periode tot 2031 stapsgewijs af te bouwen. Dat schrijft hij in een brief die hij gisteren aan de Tweede kamer heeft gestuurd. De geleidelijke afbouw is goed nieuws voor de sector, omdat consumenten die investeren in panelen, deze ook binnen een redelijke termijn kunnen blijven terugverdienen.

Branchevereniging Holland Solar is verheugd. ‘Met deze keuze biedt de overheid de zonne-energiesector en de consument de gewenste zekerheid’, aldus bestuurslid Peter Desmet in een reactie. Desmet denkt dat de belangen van alle partijen die gebruikmaken van de mogelijkheid om te salderen – woningeigenaren, (ver)huurders, mkb-bedrijven, scholen en sportverenigingen – met deze keuze van de minister voldoende zijn gewaarborgd.

Ook Techniek Nederland ziet in de verlenging van de salderingsregeling een stimulans voor consumenten en bedrijven om méér daken te voorzien van zonnepanelen. 'En dat is', zo zegt voorzitter Doekle Terpstra 'cruciaal voor de energietransitie.’ 'Al meer dan een miljoen huishoudens hebben - mede dankzij de salderingsregeling - zonnepanelen op hun dak', zegt Terpstra, die ervan overtuigd is dat dit aantal door de verlenging de komende tijd nog snel zal groeien.’ 

7 jaar terugverdientijd

Naast de gewenste overgangsperiode, is ook de gemiddelde terugverdientijd van 7 jaar geborgd. De stapsgewijze afbouw van de salderingsregeling opent bovendien de deur naar energieopslag middels onder andere thuisbatterijen. Dat is een gezonde en gewenste ontwikkeling.

Afbouw salderingsregeling

Techniek Nederland kan zich ook vinden in de stapsgewijze afbouw van de salderingsregeling na 2023. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit die wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet zal dan niet niet meer voor 100 procent wordt verrekend met de aangekochte elektriciteit. De verwachting is dat het percentage energiebelasting dat in 2023 terugbetaald wordt 90 procent zal zijn, in 2024 nog 80 procent en in 2031 uiteindelijk 0 procent. Het afbouwpad van het salderen zal eind 2019 in detail bepaald worden.

Zonnestroom zelf consumeren

De geleidelijke afbouw borgt de investering van consumenten. Desmet: ‘Naarmate de jaren vorderen richting 2030 stimuleert de afbouw de consument om minder elektriciteit terug te leveren aan het elektriciteitsnet en zo veel mogelijk elektriciteit direct zelf te verbruiken. Het zelf consumeren van de geproduceerde zonnestroom is voor consumenten dan altijd de meest voordelige optie. Daarmee bespaart men immers de volledige aankoopprijs van elektriciteit: de daadwerkelijke aankoopprijs inclusief alle belastingen die er door de overheid op worden geheven.’ De zonne-energiesector kan uiteindelijk zelfstandig verder, vindt ook Techniek Nederland dat wel vindt dat de overheid op termijn energieopslag via thuisbatterijen aantrekkelijk zou moeten maken.

Elektriciteitsmeter

Overigens stelt de overheid één belangrijke randvoorwaarde voor teruggave van een deel van de energiebelasting: de aanwezigheid van een elektriciteitsmeter met twee aparte telwerken, te weten één voor levering en één voor teruglevering. Dit kan een slimme meter zijn, maar ook een gewone digitale meter.

De volledige brief van minister Eric Wiebes aan de Tweede Kamer is hier te raadplegen.