EW11 Omslag 200
11 november 2020

Warmtepomp selectietool ontzorgt installateur

Technische UNie.JPG

Veel installateurs hebben geen tijd om een transmissieberekening te maken en op basis daarvan een gedegen advies af te geven voor een warmtepompinstallatie. Met behulp van de nieuwe warmtepomp selectietool van Technische Unie wordt een volledige transmissieberekening van de woning van de eindklant gemaakt en weet de installateur direct of een warmtepomp in de woning is te realiseren én welk type warmtepomp benodigd is.

De berekening met deze selectietool is gemaakt op basis van zo betrouwbaar mogelijke gegevens en indien vereist zelfs op basis van gecertificeerde gegevens. Op basis van de transmissie-uitkomst uit de tool biedt TU een compleet merkonafhankelijk advies aan. De installateur kan zich dan zo snel mogelijk richten op de uitvoering van de installatie.

Hoe werkt de warmtepomp selectietool?

Voor de warmtepomp selectietool zijn een aantal vragen benodigd. Bijvoorbeeld de oppervlakte en bouwjaar van de woning en/of eventuele eerdere aanpassingen aan de bouwkundige staat van de woning. Bij nieuwbouw volstaat een EPC-rapport gemaakt met het UNIEC berekeningsprogramma. Na het invoeren van de woninggegevens rolt er een zo precies mogelijke transmissie uit de tool, waarmee we een advies op maat voor de klant maken. Bij renovatie wordt inzichtelijk gemaakt welke besparingen er mogelijk zijn en welk type warmtepomp toegepast kan worden in de woning van de eindklant.

Bekijk filmpje

Twee varianten

Technische Unie heeft twee varianten van de warmtepomp selectietool : de EASY en de PRO. De EASY is op basis van bestaande bouw of nieuwbouw en wordt vaak gehanteerd om toch een betrouwbare offerte uit te kunnen brengen. De berekening wordt gemaakt aan de hand van GEO data, het huidige verbruik óf oppervlaktes van de verschillende verdiepingen.
De PRO berekening wordt gemaakt aan de hand van twee methodes; de genormeerde schilmethode maakt een berekening aan de hand van de ISSO 51, de tweede methode is een berekening op gebouw- en ruimteniveau op basis van ISSO 51, 53 en 57. Door middel van deze berekening wordt exact per ruimte het warmte-, ventilatie- en opstartverlies inzichtelijk gemaakt.