EW11 Omslag 200
10 februari 2020

Wél of niet water ontharden

Adviezen van ILT voor onthardingsinstallaties

hard water.JPG

Het aantal waterontharders in Nederlands huishoudens neemt de laatste jaren toe. Dit leidt tot vragen over de veiligheid. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft informatie opgesteld over de veiligheid en gezondheid van drinkwater bij de toepassing van onthardingsinstallaties in woningen.

Eigenaren van woninginstallaties waarin een waterontharder is geïnstalleerd blijven altijd zelf verantwoordelijk om te voldoen aan de minimale norm voor hardheid. In een woning mag een eigenaar van een woninginstallatie zelf bepalen welke kwaliteit drinkwater wordt gebruikt, mits voldaan wordt aan de zorgplicht voor woninginstallaties en overige installaties van artikel 31 van de Drinkwaterwet.

Resthardheid

De richtlijnen van het ILT komen erop neer dat het ontharde water een minimale resthardheid van 1,0 mmol/liter (= 5,6 ⁰dH) heeft. Voor ontharders van het type ionenwisselaar, automatisch regenererend, is een CA-beveiliging noodzakelijk en dient bovendien de spoelwaterafvoer onderbroken te worden aangesloten. Voor ontharders van het type ionenwisselaar met verwisselbare patroon is een EA-beveiliging toereikend.

Lees hier de complete brief van het ILT