EW04 cover 600

Warmtenetten in beweging, maar échte opschaling blijft nog achter

Nationaal Warmtenet Trendrapport 2026

trendrapport warmtenetwerk

Warmtenetten worden breed erkend als een essentieel onderdeel van de energietransitie en als belangrijk instrument om netcongestie op het elektriciteitsnet te beperken. Toch blijft de groei van het aantal aansluitingen achter bij de ambities en klimaatdoelen. Belangrijkste struikelblokken zijn de betaalbaarheid, financiering, publieke ondersteuning en het bewonersvertrouwen in deze vorm van  warmtevoorziening.

De conclusies zijn te trekken uit het Nationaal Warmtenet Trendrapport 2026 dat Berenschot begin mei presenteerde. Het rapport dat werd geschreven in opdracht van de Stichting Warmtenetwerk en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Berenschot schetst een sector die volop in beweging is, maar tegelijkertijd moeite heeft om echt op te schalen.

Uit het trendrapport komt naar voren dat warmtenetten steeds meer worden gezien als onderdeel van een geïntegreerd energiesysteem, waarin warmte, elektriciteit en (klimaatneutraal) gas elkaar aanvullen in plaats van beconcurreren. Door warmteopslag en centrale aansturing kunnen warmtenetten pieken op het elektriciteitsnet verminderen en flexibiliteit bieden, wat hun maatschappelijke waarde vergroot. Veel gemeenten denken hier al over na, maar systeemintegratie wordt nog onvoldoende structureel toegepast in warmteprogramma’s.

Beperkte groei en grote opgave in bestaande bouw

Het aantal warmtenetaansluitingen groeit licht en bedraagt circa 526.000 aansluitingen, terwijl het warmteverbruik per aansluiting daalt door isolatie en energiebesparing. De grootste uitdaging ligt bij de bestaande woningvoorraad, met name woningen van vóór 1992, VvE‑complexen en koopwoningen. Juist daar lopen projecten vast op betaalbaarheid, financiering en draagvlak. Nieuwbouw- en corporatiewoningen zijn relatief eenvoudiger aan te sluiten

Verduurzaming blijft achter

Hoewel warmtenetten gemiddeld 41% minder CO₂ uitstoten dan een cv‑ketel op aardgas, laat een structurele verduurzamingstrend nog op zich wachten. Tijdelijke inzet van gasinstallaties bij enkele grote netten heeft de landelijke uitstoot zelfs licht doen stijgen. Voor de ruim 500.000 bestaande aansluitingen is een duidelijke en robuuste bronnenstrategie nodig, met meer inzet op geothermie, aquathermie, zonthermie, WKO en andere duurzame bronnen.

Tjark en Gijs

Reacties stichting Warmtenetwerk en NPLW

De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit het buitenland maakt Nederland volgens Gijs Zeestraten kwetsbaar. Volgens de waarnemend directeur van de NPLW leidt dit tot onzekerheid en hogere kosten voor burgers en bedrijven. ‘Het verkleinen van deze afhankelijkheid is daarom essentieel. Warmtenetten kunnen hierin een belangrijke rol spelen, onder meer door gebruik te maken van lokale, hernieuwbare bronnen.’

Tjark de Lange, voorzitter Stichting Warmtenetwerk, constateert dat ontwikkeling van warmtenetten niet op zichzelf staat, maar nauw samenhangt met bredere keuzes in het energiesysteem, zoals de omgang met netcongestie, infrastructuurkosten en daardoor betaalbaarheid voor eindgebruikers. ‘De energierekening gaat veranderen in de toekomst: vaste kosten van gas, elektra en warmte nemen toe en vormen een steeds groter deel van de totale kosten. Het zou goed zijn om in beleid te sturen op betaalbaarheid en de samenhang tussen energiedragers centraal te stellen. Zo kan collectieve warmte daadwerkelijk als lonkend perspectief gepositioneerd worden.’

Veel plannen, maar uitvoering onzeker

Er zijn momenteel 150 warmtenetprojecten in ontwikkeling, goed voor circa 560.000 geplande aansluitingen, waarvan ongeveer 128.000 vóór 2030. Tegelijkertijd is 37% van de projecten vertraagd of stopgezet. De pijplijn met projecten biedt perspectief voor groei, maar laat tegelijkertijd zien dat de randvoorwaarden nog niet op orde zijn om al deze plannen ook daadwerkelijk te realiseren.

Verschuiving naar publiek eigendom

Met de invoering van de Wet collectieve warmte (Wcw) verschuift de sector van privaat naar publiek eigendom en regie. Gemeenten richten steeds vaker publieke warmtebedrijven op, terwijl private partijen opschuiven naar rollen als uitvoerder, bronleverancier of minderheidsaandeelhouder. Publieke financiering kan de kapitaallasten verlagen, maar legt ook aanzienlijke financiële risico’s bij gemeenten.

Betaalbaarheid onder druk

De betaalbaarheid van alle energiedragers staat onder druk, zo constateert Berenschot. De energierekening wordt steeds meer bepaald door vaste lasten, die naar verwachting richting 2035 verder stijgen. Warmtenetten zijn in veel situaties nu nog duurder dan verwarmen op aardgas, al worden de verschillen kleiner. De nieuwe kostengebaseerde tariefsystematiek maakt tarieven stabieler en transparanter, maar leidt volgens de opstellers van het trendrapport waarschijnlijk tot een hoger vastrecht en beperkt het voordeel van energiebesparing.

Draagvlak en imago blijven achter

De onderzoekers keken ook naar het draagvlak voor warmtenetten bij bewoners. Collectieve warmte wordt door veel bewoners nog niet gezien als aantrekkelijk perspectief. Uit enquêtes blijkt dat onvrede vooral samenhangt met hoge kosten, weinig invloed op de energierekening en beperkte keuzevrijheid. Hoewel uit dezelfde enquête naar voren komt dat betrouwbaarheid, comfort en duurzaamheid positief worden gewaardeerd zou per saldo slechts een minderheid van de gebruikers een warmtenet actief aanraden.

Berenschot pleit voor een integrale systeembenadering, stevige en voorspelbare rijkssteun en een aantrekkelijker aanbod voor bewoners, om warmtenetten daadwerkelijk tot een dragende pijler van de warmtetransitie te maken.

Lees ook: