Onlangs is een nieuwe versie van BRL200 (versie 2.0) van kracht geworden. BRL200 is de beoordelingsrichtlijn die beschrijft aan welke eisen een monteur of technicus moet voldoen om veilig te mogen werken met koudemiddelen. Dat gaat niet alleen over gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen), maar óók over natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290), CO₂ en ammoniak (NH₃). Wat verandert er precies voor installateurs? En wat moet je vóór 29 maart 2026 geregeld hebben?
Wat is BRL200 ook alweer?
BRL200 gaat over de persoonlijke certificering van monteurs en technici die werkzaamheden uitvoeren aan installaties met koudemiddelen, zoals airco’s, warmtepompen en koelinstallaties. Denk aan installatie, onderhoud, lekkagecontrole, terugwinning en buitenbedrijfstelling. BRL200 is daarmee iets anders dan BRL100. Waar BRL100 gaat over de certificering van bedrijven, richt BRL200 zich op de certificering van personen. In de nieuwe BRL200 v2.0 is het certificeringssysteem aangepast en sluit de richtlijn beter aan op de Europese F-gassenverordening. De herziene versie richt zich op een bredere scope, meer uniformiteit binnen de EU en verplichte hercertificering om kennis en veiligheid op peil te houden.
Wat verandert er in de BRL200?
De belangrijkste wijziging is dat de oude F-gascategorieën (zoals VVAKK/ACB) worden vervangen door nieuwe certificeringscategorieën. In de nieuwe BRL200 werkt men met certificaten A1, A2, B, C, D en E. Elk certificaat heeft een eigen scope, gebaseerd op het type koudemiddel en de werkzaamheden die je uitvoert.
Daarnaast geldt persoonscertificering sinds 29 september 2025 niet alleen voor F-gassen, maar ook voor natuurlijke koudemiddelen zoals R290, CO₂ en ammoniak. De nieuwe certificaten krijgen bovendien een geldigheid van zeven jaar, waarna hercertificering nodig is.
Overgangsregeling: wat als je al een certificaat hebt?
Voor monteurs met een bestaand VVAKK-ACB/ACK-certificaat geldt een overgangsregeling. Deze certificaten blijven geldig tot uiterlijk 12 maart 2029, mits ze geregistreerd zijn in het CRT-register. Dat betekent dat je niet per direct opnieuw examen hoeft te doen, maar dat het wel belangrijk is om tijdig in kaart te brengen welke nieuwe certificering straks nodig is.
Hoe ziet het BRL200-examen eruit?
Het BRL200-examen bestaat uit een theorie- en een praktijkdeel. Tijdens het theorie-examen wordt kennis getest over koudemiddelen en over relevante wet- en regelgeving. In het praktijkexamen worden vaardigheden getoetst die nodig zijn om veilig te werken met koudemiddelen, zoals lekkagecontrole en -opsporing, installatie en onderhoud en de terugwinning van koudemiddelen. Ook kan er sprake zijn van specifieke oefeningen die horen bij de categorie waarin je examen doet, bijvoorbeeld afhankelijk van de koudemiddelinhoud van een installatie.
Vanaf 2026 worden de examens afgestemd op de A1–E-categorieën die in de herziene BRL200 zijn opgenomen. Daarmee worden de examens specifieker per koudemiddel- en taakcategorie.
Waar kunnen monteurs examen doen?
Examens mogen alleen worden afgenomen door erkende exameninstellingen die voldoen aan de eisen van BRL200. Door Rijkswaterstaat erkende instellingen zijn STEK Examenbureau en PBNA. Andere erkende examenbureaus zijn STE Examenbureau en CIBV. Na het behalen van het examen zorgt de exameninstelling voor registratie van het certificaat in het Centraal Register Techniek (CRT). Deze registratie is wettelijk verplicht.
Hoe kan ik me op een BRL200-examen?
Wie zich wil voorbereiden op het examen, kan trainingen volgen bij ROC’s en vakscholen, of bij particuliere opleiders en trainingscentra. Er zijn ook opleidingen en trainingen die al gericht zijn op de nieuwe A1–E certificaten. Opleiders bieden vaak een combinatie van theorielessen en praktijktrainingen voorafgaand aan de examenafname.
Zijn er vrijstellingen bij hercertificering
Voor monteurs die nu al over geldige certificaten beschikken, kunnen er in sommige gevallen vrijstellingen gelden bij hercertificering.
Kandidaten met een nog geldig F-gassen certificaat categorie 1 in combinatie met VVAKK-B1 (brandbare koudemiddelen) krijgen in het proces van hercertificeren vrijstelling voor het praktische deel van het nieuwe A1-examen (F-gassen en koolwaterstoffen).
Monteurs met een nog geldig ACK-A of VVAKK-A1 certificaat voor ammoniak (NH₃) kunnen vrijstelling krijgen voor het praktische deel van het nieuwe C-examen (ammoniak).
Voor kandidaten met een nog geldig ACK-C of VVAKK-C1 certificaat voor kooldioxide (CO₂) geldt een vrijstelling voor het praktische deel van het nieuwe B-examen (CO₂).
Voor alle vrijstellingen geldt dat monteurs moeten kunnen aantonen te beschikken over actuele kennis en vaardigheden. Dit bewijs wordt geleverd door te slagen voor een extra module in het theorie-examen, waarin specifieke praktische vaardigheden via theoretische vragen worden getoetst.
Wat gebeurt er als ik werk zonder certificering?
Wie werkzaamheden uitvoert met koudemiddelen zonder geldig persoonscertificaat loopt risico op boetes en handhavingsacties. De certificeringsplicht is per 29 september 2025 uitgebreid naar natuurlijke koudemiddelen. Vanaf 29 maart 2026 worden de nieuwe BRL200-examens afgenomen en stoppen de oude examens. Er is een overgangstermijn voor personen die al over een certificaat beschikken, maar vanaf 12 maart 2029 verlopen alle oude VVAKK/ACB-certificaten definitief. Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan hierop handhaven.