De druk op het Nederlandse watersysteem neemt toe. Droogte, piekbuien, groeiende vraag en vervuiling zetten de beschikbaarheid van schoon water onder spanning. Tegelijk groeit de woningbouwopgave en daarmee de vraag naar drinkwater. Die combinatie dwingt de sector tot een andere manier van denken en handelen. De watertransitie raakt daarmee direct het werk van installateurs. Mirjam Blokker, principal scientist bij KWR Water Research Institute, houdt zich dagelijks bezig met de vraag hoe we anders met water moet omgaan. Kijk als installateur niet alleen naar waterbesparing, maar naar het hele plaatje.’
Waarom is de watertransitie zo urgent geworden?
‘Het is eigenlijk een optelsom van ontwikkelingen. We gebruiken meer water, onder andere door bevolkingsgroei en economische groei. Tegelijk komt vooral door klimaatverandering minder water beschikbaar. Neerslag valt minder vaak, maar als het valt, dan is het in grote hoeveelheden die we snel afvoeren. We houden dat water dus niet vast in het systeem.’ ‘Daar komt de woningbouwopgave nog bij. Nieuwe woningen vragen om nieuwe aansluitingen en dus om extra drinkwater. Waterbedrijven vragen zich steeds vaker hardop af of ze dat nog kunnen leveren. Het probleem zat er al, maar nu is de opgave concreter en zichtbaarder.’
Betekent dit dat we een andere een andere weg in moeten slaan?
‘We hadden hiermee eerder aan de slag kunnen gaan, maar dat gebeurde niet. Ondertussen merken we dat het ook lastig is om de juiste keuzes te maken. We lijken nu vooral te sturen op kleine gedragsaanpassingen bij iedereen. Terwijl we ook kunnen nadenken over grotere ingrepen in hoe we water gebruiken en verdelen. Dat zijn ingewikkelde keuzes, want we zoeken continu de balans tussen maatschappelijke en politieke afwegingen. De watertransitie is breder dan alleen techniek.’
Welke rol is er weggelegd voor installateurs?
‘Installateurs vormen vaak het eerste aanspreekpunt voor woningeigenaren. Als een klant iets wil met waterbesparing of een nieuwe installatie, komt die vraag bij installateurs terecht. Daarmee hebben ze invloed op wat er uiteindelijk gebeurt in een woning. Op dit moment zien we dat veel oplossingen vanuit leveranciers komen. Denk aan regenwatertanks of systemen voor hergebruik. Die besparen wel drinkwater, maar brengen ook andere effecten met zich mee, zoals extra materiaalgebruik, energiegebruik tijdens het productieproces of risico’s voor de waterkwaliteit. De rol van de installateur is om daar doorheen te kijken en de klant te helpen bij het maken van een afgewogen keuze. Niet alleen kijken naar waterbesparing, maar naar het hele plaatje.’
‘Durf als installateur door te vragen bij de klant’
Wat betekent dat meedenken met een klant?
‘Dat begint met doorvragen. Waarom wil iemand iets? Wil iemand kosten besparen, bijdragen aan het milieu of onafhankelijker worden van het waterbedrijf? Dat zijn verschillende motieven en die leiden tot andere oplossingen. Als iemand duurzamer wil zijn, dan moeten we kijken naar de CO2-impact van een oplossing. Zo lijkt een grote betonnen regenwatertank in de tuin duurzaam, maar dat is het niet per se als we naar materiaal en energie kijken. Meedenken betekent dat we die afwegingen inzichtelijk maken en samen met de klant kijken naar wat het beste past bij zijn of haar situatie en doelen.’
Wat is het verschil tussen meedenken en vooral uitvoeren?
‘Een uitvoerende installateur levert wat wordt gevraagd. Die volgt de wens van de klant. Een meedenkende installateur stelt eerst de vraag achter de vraag. Die kijkt breder en weegt ook de gevolgen voor gezondheid, duurzaamheid en uitvoerbaarheid mee. De kern is dat je als installateur een keuze maakt. Blijf je bij uitvoeren, of neem je een adviserende rol aan met een bredere blik? Dat heeft directe gevolgen voor wat er uiteindelijk wordt gerealiseerd.’
Wat vraagt dat van installateurs in hun dagelijkse werk?
‘Het vraagt allereerst kennis. Je moet weten wat de verschillende oplossingen zijn en wat de voor- en nadelen zijn. Niet alleen technisch, maar ook qua impact op bijvoorbeeld energiegebruik of waterkwaliteit. Daarnaast vraagt het om een ander gesprek met de klant. Je moet durven doorvragen en ook durven zeggen dat een bepaalde oplossing misschien niet de beste keuze is, zelfs als de klant daar in eerste instantie om vraagt. Dat is niet altijd gemakkelijk. Veel installateurs zijn technisch sterk, maar minder gewend aan dit soort gesprekken. Daar ligt echt nog een ontwikkelpunt.’
Welke tips kunt u daarvoor meegeven?
‘Het begint bij een open gesprek met de klant. Probeer dus te achterhalen wat er echt achter de vraag zit. Zonder dat inzicht kun je geen goed advies geven. Elke situatie is immers anders. Daarnaast is het belangrijk dat je zelf goed bijblijft. Er verandert veel, ook in normen en regelgeving. Wat je ooit hebt geleerd, is niet meer voldoende. Je moet blijven leren en jezelf blijven ontwikkelen. En wat ik ook echt zou willen meegeven, is om met collega’s en de hele sector te delen wat je in de praktijk tegenkomt. We weten nog lang niet alles. Als installateurs hun ervaringen terugkoppelen, kunnen we daar als sector van leren en betere keuzes maken.’
Waarom is dat delen van praktijkervaring zo belangrijk?
‘We hebben bijvoorbeeld nog weinig inzicht in wat waterbesparing doet met riolering. Als je overal minder water gaat gebruiken, verandert de afvoer. Dat kan gevolgen hebben voor de werking van systemen. Daar lopen nu onderzoeken naar, maar praktijkervaringen van installateurs zijn daarbij heel waardevol. Die zien wat er in woningen gebeurt. Door dat terug te koppelen, krijgen we beter zicht op wat er echt speelt en kunnen we daar rekening mee houden.’
Wat kunnen installateurs vandaag al veranderen?
‘Begin met de basis. Denk daarbij aan waterbesparende douchekoppen en toiletten met een halve spoeling. Dat zijn eenvoudige maatregelen die direct effect hebben. Daarnaast speelt gedrag een grote rol. Als mensen hun gedrag niet aanpassen, blijft het verbruik hoog. Daar kun je als installateur ook een rol in spelen door dat bespreekbaar te maken. Wees terughoudend met de installatie van complexe systemen als daar geen duidelijke noodzaak voor is. In Nederland hebben we nog relatief veel water. We moeten ons afvragen of zware technische oplossingen om wat water te besparen dan altijd nodig zijn.’
‘Als installateurs ervaringen terugkoppelen, kunnen we daar als sector van leren'
‘De installateur moet ook goed beseffen dat er eigenlijk geen standaardoplossing is. Wat in de ene situatie logisch is, kan in een andere situatie juist minder passend zijn. Context is daarom belangrijk. Wat wil de klant, wat is er lokaal mogelijk, wat zijn de gevolgen van een keuze? Pas als je dat allemaal meeneemt, kom je tot een oplossing die klopt. Dat maakt het werk van de installateur complexer, maar ook interessanter.’
Welke ontwikkelingen spelen er nog meer die installateurs moeten meenemen?
‘De watertransitie hangt ook samen met de energie-transitie. Neem warm tapwater. In goed geïsoleerde woningen wordt de warmtevraag kleiner, maar blijft de vraag naar warm tapwater. Dat wordt dus een groter deel van het energiegebruik. Daar zien we nieuwe oplossingen ontstaan, bijvoorbeeld met warmtepompen en lagere temperaturen. Tegelijk moeten we rekening houden met de waterkwaliteit en bijvoorbeeld legionella. Dat vraagt om actuele kennis van normen en regelgeving. Ook hier geldt: blijf bij en kijk verder dan alleen de techniek die je al kent.’
Waar staat de sector over vijf jaar als het gaat om de watertransitie?
‘Dat hangt sterk af van wat we nu doen. Als installateurs die meedenkende rol oppakken, kan de sector een belangrijke bijdrage leveren. Dan ontstaan er oplossingen die beter aansluiten bij wat nodig is. Als we blijven hangen in alleen uitvoeren, dan missen we die kans en lopen we het risico dat oplossingen niet optimaal zijn voor klant en maatschappij. De komende jaren zijn dus bepalend. De kennis is er deels, maar we moeten die nog vertalen naar de praktijk. Daar spelen installateurs een sleutelrol in.’ <