EW10 Omslag 600
Februari 2018

De meterkast van de toekomst

MeterkastI : zone voor installatieleidingen en installaties E : zone voor elektriciteitsdistributieleiding en –apparatuur T : zone voor telecommunicatienetwerken C : zone voor kabelnetwerken SV : zone voor warmtedistributieapparatuur W : zone voor waterdistributieapparatuur.

De meterkast zoals we hem kennen, zal in de nabije toekomst drastisch gaan veranderen. De eerste tekenen hiervan komen naar voren in NEN 2768, waarvan de vijfde editie sinds 1 januari van toepassing is. De wijzigingen in deze normversie voor meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen, zijn nog relatief klein en betreff en onder meer de afmetingen van de kast. De toekomst heeft echter meer in petto.

In de meterkast zijn de voorzieningen opgenomen waarmee woningen zijn aangesloten op netwerken van voorzieningen voor gas, water, warmte, elektriciteit en elektronische communicatie. Deze aansluitingen bestaan in elk geval uit een aansluitleiding en een overdrachtspunt naar de woninginstallatie, vaak aangevuld met meet-, schakel- en beveiligingsapparatuur. Marcel Wennekes, productmanager Installation bij ABB en interim-voorzitter van de betreff ende normcommissie: ‘Een belangrijke ruimte dus, die vergaande standaardisering van de aansluitingen mogelijk maakt. Dat levert een positieve bijdrage aan communicatie bij aanleg en de veiligheid van de aansluitingen. Om de veiligheid en bruikbaarheid te waarborgen is het belangrijk dat de meterkast aan enkele minimale eisen voldoet. Zo moet hij voldoende ruimte bieden aan alle componenten, waarbij altijd voldoende ventilatie of koeling aanwezig moet zijn. Een te hoge temperatuur verhoogt namelijk de kans op legionellabesmetting in de waterleiding, leidt tot een lagere efficiëntie van elektronische componenten en daarnaast tot een hoger brandgevaar.’
In de meterkast van de toekomst zullen steeds meer componenten worden opgenomen door het groeiend aantal verbruikers, de toenemende populariteit van pvpanelen, maar ook door ontwikkelingen op het gebied van smart grids en elektrische auto’s. Tijd dus om de minimale eisen aan te passen.

Nieuwe norm

Deze aanpassingen zijn gedeeltelijk doorgevoerd in de vijfde editie van NEN 2768 – de norm voor meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen – die sinds 1 januari 2018 geldt. ‘Gedeeltelijk’, omdat veel van de bovengenoemde ontwikkelingen namelijk zeer recent zijn en het ook nog niet duidelijk is welke ontwikkelingen het gaan ‘winnen’. De wijzigingen ten opzichte van de vierde editie zijn daarom nog beperkt. De belangrijkste aanpassingen op een rijtje:
• de meterruimte mag niet verder dan 3 m van de toegang tot de woning liggen,
• de minimale breedte van de meterruimte is vergroot van 750 naar 770 mm; dit omdat de ruimtebehoefte voor elektrische installaties is vergroot,
• de minimale diepte van de meterruimte is voor laagbouw aangepast van 310 mm naar 350 mm en is daarmee gelijk getrokken met de diepte-eisen behorende bij de hoogbouw. Dit is vooral vanwege de behoefte aan ruimte voor modemapparatuur voor kabel- en telecombedrijven,
• ventilatie met behulp van roosters is vereist; de extra aandacht voor ventilatie hangt onder andere samen met ongewenste opwarming van het drinkwater,
• de beschrijving van de mantelbuis in combinatie met een invoerput is vervallen,
• de mantelbuizen voor de invoer van aansluitleidingen moeten in kleur worden uitgevoerd,
• de situatie bij hoogbouw met centrale stijgschacht is uitgewerkt,
• er is extra aandacht besteed aan het vermijden van oneigenlijk gebruik van de meterruimte; niet alleen met het oog op ongewenste opwarming, maar ook om brandgevaar te voorkomen,
• de norm is opnieuw ingedeeld om de leesbaarheid te verbeteren en hiermee het gebruik te bevorderen.

Waar gaan we naartoe?

In de nabije toekomst zal de norm ongetwijfeld verder worden aangepast. Op dit moment is het niet eenvoudig om precies te weten waar we uiteindelijk naartoe gaan. Paul Castenmiller, senior productmanager bij Hager: ‘We krijgen in elk geval te maken met meer en grotere installaties, zoals pv-omvormers. Daarnaast zullen warmtepompen voor extra componenten in de meterkast zorgen. Ook de elektrische installatie zelf wordt groter en zwaarder, wat vraagt om meer en zwaardere groepen; ook om alle bijbehorende regelingen te kunnen gebruiken. Ik denk dat de bemetering wel bij elkaar in de meterkast blijft, om het binnenkomen van de nutsvoorzieningen universeel te houden. Maar waar installaties in huizen of gebouwen groter worden en men van de standaard gaat afwijken, zal de betreffende installateur zich goed moeten verdiepen om niet voor verrassingen te komen staan.’
Fred Vos, werkzaam bij Techniek & Markt binnen Uneto-VNI vult aan: ‘Juist door deze ontwikkelingen denk ik dat de meterkast in de toekomst modulair zal worden ingericht met tegelijkertijd een aparte of juist daarvan deel uitmakende, grotere ‘techniekruimte’. De toekomst zal waarschijnlijk ‘gasloos’ worden. Dat betekent dat de gasaansluiting en gasmeter vervallen en de toepassing van warmtepompen en buffervaten voor lage temperatuurverwarming zal toenemen. Een techniekruimte biedt deze mogelijkheid, en wellicht ook meer ruimte om ontwikkelingen die we nu nog niet kennen te kunnen doorvoeren.’ Marcel Wennekes besluit: ‘Voor installateurs is het in elk geval goed om te beseffen dat de eisen in deze nieuwe norm de minimale eisen zijn. Dat betekent dat er vooral bij renovaties goed moet worden gekeken of de meterkast nog aan die eisen voldoet. Maar bij nieuwbouw is het niet onverstandig om vooral groter te denken; toekomstbestendig. Daarbij is het goed om de meterkast ook als serieus deel van het huis mee te laten nemen door een architect. Kortom: to be continued.’

Tekst: ing. Marjolein de Wit - Blok
Fotografie: Sicco van Grieken