Oktober 2026
In 9 stappen naar eerlijk en efficiënt energiedelen
Kansen
De belasting van ons elektriciteitsnet is inmiddels zo groot, dat we in steeds meer regio’s tegen problemen aanlopen. Nieuwe projecten krijgen geen aansluiting, bedrijven kunnen niet uitbreiden, zonnestroom kan niet worden teruggeleverd enzovoorts. Het delen en uitwisselen van energie op lokaal niveau zou voor veel van deze problemen een oplossing zijn. Maar om dit te organiseren moet men veel zaken goed regelen. Wij zetten de belangrijkste aspecten op een rij.
Sinds 1 januari bevat de nieuwe Energiewet een bepaling dat huishoudens of afnemers die lid zijn van een energiegemeenschap en bij dezelfde leverancier zitten, energie kunnen delen als de energieleverancier dit aanbiedt. Dit recht komt voort uit Europese wetgeving, die de landen verplicht om energiedelen in hun wetgeving op te nemen. Op termijn zal de Energiewet in ons land het mogelijk maken dat afnemers onderling energie kunnen delen, ook als zij niet bij dezelfde leverancier zitten. Wanneer dit ingaat, is nog niet bekend. Het recht is dus in de wet verankerd, maar voor de praktische uitvoering is het nu nog wachten tot energieleveranciers het gaan faciliteren.
Techniek en procedures
Zodra de mogelijkheden ruimer worden en energiedelen voor consumenten, maar vooral voor bedrijven, makkelijker wordt, neemt de vraag sterk toe, zo is de verwachting. Installatiebedrijven kunnen en zullen in dit proces een faciliterende rol vervullen. Allereerst omdat voor energiedelen technische voorzieningen nodig zijn, die de installatiebedrijven kunnen verzorgen. Maar voor energiedelen moeten partijen ook verschillende organisatorische en procedurele zaken regelen.
Kortom, de partijen die energie willen delen, moeten verschillende maatregelen nemen om elektriciteit te kunnen uitwisselen. Technisch gezien verloopt dit meestal via de bestaande kabels die in de wijk of op het bedrijfsterrein al in de grond liggen. Als het om techniek gaat, liggen de belangrijkste aanpassingen op het terrein van meten, sturen en monitoren. Maar in veel gevallen zullen de partijen, voordat ze technische investeringen doen, eerst de vereiste, procedurele zaken moeten regelen.
Voor het oprichten van een nieuwe rechtsvorm, zoals een coöperatie, moet men naar de Kamer van Koophandel.
Stap 1 Bepaal de vorm van het samenwerkingsverband
Partijen kunnen binnen een bestaande organisatievorm energiedelen, zoals een VvE of ondernemersvereniging op een bedrijventerrein, maar men kan ook een specifieke energiegemeenschap oprichten. Dat wordt in de praktijk dan meestal een energiecoöperatie. Dit is een juridische entiteit die het voor burgers en bedrijven relatief eenvoudig maakt om samen energie op te wekken, op te slaan en te delen. Een energiecoöperatie kan gericht en eenvoudiger optreden in de richting van een energieleverancier en netbeheerder.
Stap 2 De oprichting van de rechtspersoon
Als de partijen het over de samenwerkingsvorm eens zijn, moeten ze dit officieel vastleggen. Bij een bestaande organisatie moet men statuten of regelementen vaak aanpassen. Daarvoor zullen de leden toestemming moeten geven. Voor het oprichten van een nieuwe rechtsvorm, zoals een coöperatie, moet men naar de Kamer van Koophandel. Zorg dat de statuten voldoen aan de eisen uit de Energiewet. Een organisatie die als (hernieuwbare) energiegemeenschap wil worden erkend, moet aan specifieke voorwaarden voldoen die in de Energiewet beschreven staan.
Stap 3 Breng het gebied en de deelnemers in kaart
Soms moet stap 3 voor stap 2, maar in elk geval moet je zo uitgebreid mogelijk inventariseren wie wil deelnemen aan het samenwerkingsverband. Dit kunnen huishoudens in een wijk zijn, maar ook bedrijven of andere organisaties, of een mix van beiden. Via de inventarisatie breng je in kaart welk potentieel er is aan lokale opwek (bijvoorbeeld bruikbaar dakoppervlak voor pv) en wie veel energie gebruikt. Verzamel vervolgens de energiedata (verbruiks- en opwekpatronen) van de deelnemers. Bij voorkeur is dit de kwartierdata van slimme meters (en anders jaarverbruiken) om te kunnen bepalen wat er te verdelen is.
Stap 4 Kies een energieleverancier die energiedelen aanbiedt
Dit is op dit moment de grootste praktische horde. De huidige wet bepaalt dat energiedelen alleen mogelijk is als de deelnemers van de energiegemeenschap bij dezelfde leverancier zitten. Ook moet die energieleverancier het energiedelen daadwerkelijk aanbieden. Vergelijk dus welke leveranciers dit inmiddels faciliteren.
Stap 5 Bepaal de verdeelsleutel
Leg per deelnemer vast welk percentage van de opgewekte energie aan elke deelnemer toekomt en wie deze stroom aanbiedt. Delen gebeurt op basis van kwartierwaarden. De ‘energiegever’ deelt per 15 minuten een vooraf afgesproken percentage met de ‘energie-ontvanger’. Wat de ontvanger binnen dat kwartier niet verbruikt van het percentage, telt niet als gedeeld.
Stap 6 Registreer de energiedeel-overeenkomst en het allocatiepunt
Registratie van de opgestelde energiedeel-overeenkomst gebeurt bij de netbeheerder. In deze overeenkomst staat exact wie met wie deelt, welk percentage, de looptijd, en eventuele andere afspraken over het delen. Voor elke deelnemer moet een officieel allocatiepunt worden bepaald. Een allocatiepunt is het meetpunt waar levering, verbruik of teruglevering wordt vastgelegd.
Stap 7 Regel toestemming voor datadeling
Een coöperatie of andere organisatie, zoals een VvE, moet transparant zijn over hoe de verdeling van de opgewekte energie verloopt. Daarom moeten de leden/deelnemers aantoonbaar toestemming geven voor het gebruik van hun meetgegevens (dit is vastgelegd in de Energiewet).
Stap 8 Financiering en installatie (indien je ook zelf gaat opwekken)
Als de coöperatie of de gemeenschappelijke organisatie een eigen opwekinstallatie (zon/wind) wil neerzetten, moeten de mogelijkheden voor financiering en subsidies worden onderzocht.
Stap 9 Starten en direct monitoren
Als alle procedures zijn geregeld en vastgelegd, kan het energiedelen starten. Het is essentieel om vanaf dag één te monitoren en de werking van het delen te volgen. Check of de verhouding van opwek en verbruik klopt en controleer de financiële verrekening. Stel bij waar dat nodig is.
Werken aan een norm
Dat alle deelnemers voor energiedelen bij dezelfde energieleverancier moeten zitten, blijkt in de praktijk vaak nog een bottleneck. De Tweede Kamer werkt al aan een aanpassing van deze passage in de wet, ook omdat dit vanuit de Europese regelgeving noodzakelijk is. Daarnaast werkt Nen, op initiatief van Energie Samen (koepel van energiecoöperaties) en het ministerie van Klimaat en Groene Groei aan een normeringstraject. Deze normcommissie ‘Energiegemeenschappen’ stelt een norm op die de kwaliteit van energiegemeenschappen (coöperaties) in Nederland moet borgen en toetsen. Uiteindelijk kan een energiecoöperatie straks een certificering aanvragen om aan te tonen dat ze aan de norm voldoet.
Via de P1-poort van de slimme meter kan de bewoner of een derde partij realtime het eigen verbruik en de teruglevering uitlezen.
Verschillende contracten
Energiedelen is feitelijk een administratief proces waarbij men de op het net ingevoede elektriciteit toerekent aan de ontvangende afnemer(s). De netbeheerder berekent die overdracht op basis van de slimme-meterdata van beide partijen. Partijen die energiedelen moeten wel meerdere contracten afsluiten en beheren: een energiedeelcontract, een leveringscontract en een terugleveringscontract, met elk verschillende tarieven. Daarnaast, zo bevestigt ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) moeten energiedelers, naast een energiedeelcontract, nog altijd een standaard leveringscontract afsluiten voor de momenten dat partijen geen of onvoldoende zelf opgewekte energie kunnen delen.
Technische randvoorwaarden
Om energiedelen praktisch mogelijk te maken, zijn enkele technische maatregelen nodig. Installateurs kunnen hierbij vooral een rol spelen om de monitoring en sturing van de systemen te verzorgen.
1. Elke deelnemer moet een geschikte slimme meter hebben – De slimme meter heeft, in tegenstelling tot de digitale meter, een ingebouwde communicatiemodule waarmee hij automatisch meterstanden doorstuurt naar de netbeheerder. Die communicatiemodule moet actief aan staan. Via de P1-poort van de slimme meter kan de bewoner of een derde partij realtime het eigen verbruik en de teruglevering uitlezen. Dat is relevant als de energiegemeenschap zelf een dashboard of sturingssoftware wil koppelen.
2. Een geregistreerd allocatiepunt per deelnemer – Elke deelnemer moet een officieel allocatiepunt hebben. Op deze plek meet de netbeheerder hoeveel en waar de stroom heen gaat. De regelgeving kent hiervoor specifieke bepalingen. Ook gezamenlijke opwekinstallaties (zoals pv-systeem, buurtbatterij of collectief laadplein) hebben vaak een eigen, aanvullend allocatiepunt nodig, met een eigen meetinrichting.
3. Kwartierdata en interval-uitlezing – Het hele proces van energiedelen draait op kwartierwaarden.
Vanuit elk allocatiepunt leest de slimme meter intervalstanden uit, waarna de regionale netbeheerder de optelsom van al die individuele kwartierwaarden van meerdere aansluitingen bepaalt. Zonder deze kwartier-intervaldata (in plaats van alleen jaar- of maandstanden) is nauwkeurig energiedelen niet mogelijk.
4. Splitsing en toewijzing van meetdata door de netbeheerder – De netbeheerder moet een systeem inrichten (IT en dataproces) om de informatie uit de allocatiepunten te kunnen verwerken. De aangesloten bedrijven of consumenten moeten een daarvoor geschikte energiemeter hebben.
5. Monitoring- en sturingssystemen om te kunnen optimaliseren – Niet verplicht, maar vaak wel noodzakelijk voor rapportages en om financieel voordeel te halen, zijn een monitoring- en sturingssysteem. Via een energiemanagementsysteem (EMS) zorgen energiecoöperaties dat de beschikbare energie effectief kan worden verdeeld naar een collectief laadplein, een buurtbatterij, of slimme apparaten – zoals een warmtepomp of elektrische auto – bij de afnemers.