EW10 Omslag 600
Juni 2025

Waarom ­collectieve warmte het ­verschil maakt in de ­energietransitie

De verborgen kracht van warmtenetten

18 01

Op de achtergrond van onze drukbevolkte steden ligt een efficiënt systeem klaar om huizen en kantoren te verwarmen zonder het elektriciteitsnet verder te belasten. Warmtenetten: ondergrondse netwerken van geïsoleerde leidingen die warm water naar woningen en andere gebouwen transporteren. ­Voor de maatschappij biedt deze technologie een enorm ­potentieel. Maar voor welke uitdagingen staan installateurs ­bij het aanleggen en aansluiten van warmtenetten en hoe kunnen zij zich hierop voorbereiden?

Warmtenetten zijn niet zomaar een hip alternatief voor het verwarmen van woningen: ze spelen een cruciale rol in het ontlasten van het elektriciteitsnet volgens Valentijn Kleijnen van Energie voor Elkaar. Dit platform van organisaties en bedrijven richt zich op een haalbare en betaalbare versnelling van de energietransitie door het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van slimme groene warmtenetten. Kleijnen: ‘Die warmtenetten bieden een alternatieve oplossing voor bijvoorbeeld het probleem van netcongestie, als wijken worden verwarmd met individuele warmtepompen.’
Een collectief systeem zoals een warmtenet kan worden vergeleken met een groot ondergronds cv-systeem. Een warmte-overdrachtsstation in de wijk, dat je kunt zien als een ‘transformatorhuisje voor warmte’, verdeelt het warme water naar verschillende straten en woningen. Door deze opzet staat het elektriciteitsnet niet voor de opgave om op koude winterdagen in één klap megawatts aan warmte-energie elektrisch op te wekken. De energie voor ruimteverwarming en warmtapwater – bij elkaar tot wel 70 procent van het totale energieverbruik in een huishouden – wordt immers niet via het al overbelaste stroomnet geleverd. Dit kan in veel wijken de netcongestie en wachttijden bij netuitbreidingen helpen verminderen. Mooi meegenomen: de installatietechnische impact is redelijk overzichtelijk. In de woning zelf neemt een warmte-afleverset relatief weinig ruimte in beslag. De compacte unit past in veel gevallen in de meterkast en is veel makkelijker, voordeliger en zonder onderhoudskosten voor de bewoner. Voor installateurs is het goed nieuws dat deze systemen doorgaans goed zijn aan te sluiten op bestaande warmteafgiftesystemen, zoals radiatoren of vloerverwarming. Wel is het essentieel om rekening te houden met de watertemperaturen die de leverancier van de warmte hanteert. Een warmtenet voor woningen kan draaien op middentemperatuur (circa 70 °C) of op ultralaagtemperatuur (30 tot 40 °C). En de afgiftesystemen in de woning moeten worden afgestemd op de door het warmtenet geleverde watertemperaturen. Voor grootverbruikers ligt de temperatuur overigens tussen de 90 en 100 graden. Kleijnen: ‘Warmtenetten zijn ook uitstekend geschikt voor de zakelijke markt, zeker vanuit de energielabel C-verplichting. Met een aansluiting op een warmtenet voor een groot-zakelijke klant (> 100 kW) kan je in één keer je gebouw of project verduurzamen met haalbare investeringen en beperkt ruimtebeslag. Het is geschikt voor zowel bestaande bouw, nieuwbouw als monumenten.’

18 02Voor installateurs is het van belang om te weten hoe ze elk type warmte-afleverset en bijbehorende binneninstallatie kunnen afstellen.

Brondiversiteit

Warmtenetten laten zich bij uitstek exploiteren in dichtbebouwde gebieden, met vaak een hoge energiedichtheid. Het ‘treintje’ aan voordelen is dan ook aanzienlijk. Zo kunnen warmtenetten meerdere bronnen benutten. Denk aan restwarmte uit de industrie, geothermische bronnen, biomassa en aquathermie. Kleijnen: ‘Warmtenetten transporteren energie van plekken waar het ‘over’ is naar plekken waar het nog gebruikt kan worden. Hier ligt de kern van hun flexibiliteit: het systeem is relatief eenvoudig te voeden met verschillende warmtebronnen, zodat je niet afhankelijk bent van één technologie of één brandstof. Dat maakt het systeem robuuster, omdat je kunt schakelen als een bepaalde bron schaarser wordt of prijziger uitvalt.’
‘Neem de industrie, waar restwarmte een bijproduct is dat anders ongebruikt zou wegvloeien. Met de juiste samenwerking kan deze warmte worden ingezet voor de verwarming van woonwijken en utiliteitsgebouwen. Hetzelfde geldt voor geothermie (aardwarmte) die op sommige locaties te winnen is, terwijl andere regio’s zich meer lenen voor aquathermie (warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater).’
Volgens het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en de Regionale Energiestrategie is deze ‘brondiversiteit’ essentieel om op landelijke schaal een betrouwbare energievoorziening te behouden. Warmtenetten zijn niet overal dé oplossing. In gebieden waar de bebouwingsdichtheid laag is, of waar de infrastructurele kosten hoog oplopen, is de financiering van een warmtenet moeilijk rond te krijgen is. Zogenaamde ‘uitgeklede’ of hybride warmtepompen kunnen dan soelaas bieden. Mogelijk in combinatie met aanvullende technieken, zoals zonnepanelen of zonnecollectoren voor warm water. Zo blijft een breed scala aan technische oplossingen voorhanden, en heeft de installateur volop te kiezen.

De rol van de installateur

Warmtenetten staan of vallen met een vakkundige aanleg, van duurzame bron tot binneninstallatie. Daar komt de installateur om de hoek kijken. Waar infrabedrijven en aannemers vaak verantwoordelijk zijn voor het aanleggen en isoleren van de hoofdleidingen in de grond, hebben installateurs een cruciale taak bij de aansluiting van de woning op het netwerk. Zij voeren de installatiewerkzaamheden uit die nodig zijn om de warmte-afleverset in de meterkast te plaatsen en om de woninginstallatie geschikt te maken voor de aanvoertemperaturen van het net. Sommige installateurs denken dat de stap van een traditionele cv-ketel naar een warmtenetinstallatie heel groot is, maar dat valt mee, blijkt in praktijk. Toch zijn er specifieke aandachtspunten, zoals het aansluiten van de warmte-afleverset en het juist instellen van de waterdruk. Dit vergt kennis van de werking van een warmte-overdrachtsstation en de systeemtemperaturen die in het net worden gehanteerd. Een extra complicatie is de storingsdiagnose: als een wijk zonder gas zit, is voor iedereen duidelijk waar het probleem zit. In die klassieke situatie levert een installateur de cv-ketel, installeert die en verleent onderhoud onder een contract. Bij warmtenetten is dat anders. De warmte-afleverset is eigendom van het warmtebedrijf of netbeheerder. De installateur kan in die constructie door het warmtebedrijf worden aangestuurd voor het onderhoud of de vervanging. Dat betekent andere contractvormen, en vaak ook andere garanties en servicevoorwaarden. Volgens het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie is hiervoor een duidelijke samenwerking nodig tussen warmtebedrijven en installateurs, zodat er geen misverstanden ontstaan over wie verantwoordelijk is voor welke installatieonderdelen.

18 04In de woning zelf neemt een warmte-afleverset relatief weinig ruimte in beslag.

Bronnen en schaalgrootte

Warmtenetten zijn toekomstbestendig doordat er gebruikt kan worden gemaakt van meerdere warmtebronnen. Denk aan restwarmte uit industriegebieden of datacentra, geothermie op plekken waar de bodemstructuur geschikt is, biomassa, en aquathermie uit meren, rivieren of afvalwaterstromen. ‘Dat wat beschikbaar is, bepaalt wat mogelijk is’, zegt Kleijnen die overigens gelooft in combinaties van verschillende bronnen. ‘De combinatie maakt het systeem robuust en sterk. De potentie om te schakelen tussen bronnen creëert een belangrijke buffer tegen markt- en prijsfluctuaties, zoals je nu ziet in de olie- en gasprijzen.’ Ook regelgeving speelt een niet te onderschatten rol bij de bronkeuze. Waar er voor de ene bron subsidies beschikbaar zijn, kan een andere bron op dit moment nog in de kinderschoenen staan. En voor installateurs is het van belang om te weten hoe ze elk type warmte-afleverset en bijbehorende binneninstallatie kunnen afstellen.

Investeren in kennis en samenwerking

Misschien wel de grootste uitdaging voor de realisatie van warmtenetten is volgens Kleijnen, net als in andere takken van de installatiesport, kennis en mankracht. De oplossing hiervoor is volgens hem het bundelen van de krachten. ‘De beste resultaten worden behaald als je partijen inzet voor die werkzaamheden waar ze goed in zijn. Dus: infra-bedrijven voor het werk aan de grondgebonden assets en installateurs voor het werk in de woning. Het financiële model voor warmteleveranciers verbetert in ieder geval stap voor stap. Maar zonder voldoende en vakkundige installateurs is het succes van warmtenetten geen vanzelfsprekendheid.’ Kleijnen ziet dat er gelukkig steeds meer initiatieven zijn voor opleidingen en voor certificering voor installateurs die met warmtenetten te maken krijgen. ‘Grote installatiebedrijven die ook in de utiliteit werken, hebben vaak al ervaring met warmte-overdrachtstations en complexe systemen. De gemiddelde woninginstallateur die vooral bekend is met individuele cv-ketels en warmtepompen, is gebaat bij extra training. In de praktijk gaat het om kennis van hydraulische schakelingen, inzicht in flowmeting, begrip van warmtewisselaars en vaardigheden in storingsdiagnose bij collectieve systemen.’
Het is volgens Kleijnen de investering waard. ‘Als installateurs op tijd aanhaken, kunnen zij vooroplopen in de groeiende markt van collectieve warmtevoorzieningen. We staan aan de vooravond van een revolutie in collectieve warmte. Installateurs die zich deze techniek eigen maken, liggen op koers om de energietransitie letterlijk en figuurlijk in goede banen te leiden.’

18 03

450.000 woningen op het warmtenet

De Regionale Energiestrategie en publicaties van de Rijksoverheid wijzen erop dat in Nederland zo’n 450.000 woningen direct op een warmtenet zijn aangesloten. Daarnaast hebben in totaal meer dan 1,5 miljoen huishoudens een vorm van collectieve of blokverwarming. Hoewel niet elk systeem hetzelfde is, groeit de vraag naar een uniforme aanpak en kennisdeling. In de nabije toekomst groeit de schaal van warmtenetten waarschijnlijk flink. Niet alleen willen gemeenten en provincies duurzamer worden, ook de netbeheerders zien dat grootschalige elektrificatie tot problemen leidt in de infrastructuur. Door nu te investeren in warmtenetten – en de bijbehorende opleidingen en certificeringen voor installateurs – kan op de lange termijn de druk op het stroomnet laag blijven. Met name dichtbebouwde gebieden, nieuwbouwwijken en stedelijke inbreidingsprojecten zijn voorloper in de toepassing. De investeringskosten zijn aanzienlijk, maar de maatschappelijke baten zijn groot, mede omdat de warmteprijzen gereguleerd zijn en vaak concurrerend zijn met die voor aardgas.

Tekst: Kerstin van Tiggelen
Fotografie: Energie voor Elkaar

Lees meer artikelen in het dossier Klimaat- en duurzame techniek