EW07 Omslag 600
25 augustus 2026

EIB zet vraagtekens bij potentie transformatiebouw

Nog maar 10.000 toevoegingen uit bestaande woningvoorraad

gevangenisKnol Installatietechniek transformeerde in 2022 de voormalige cellen in de Tuin van Noord in Rotterdam tot woningen. (foto Frank Hanswijk)

Transformatie van leegstaande kantoren, scholen en andere gebouwen blijft voor installateurs een interessante markt, maar de bijdrage ervan aan het oplossen van de woningnood wordt volgens nieuw onderzoek waarschijnlijk overschat. Dat blijkt uit een recente studie van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).

In een artikel in de juli/augustus-editie van E&W kwam al naar voren dat transformatieprojecten veel installatietechnische creativiteit vragen. Installateurs krijgen te maken met beperkte ruimte, bestaande constructies, verouderde installaties en uitdagingen rond ventilatie, verwarming en sanitair. Tegelijk zagen betrokken partijen juist veel kansen om leegstaand vastgoed een nieuwe woonfunctie te geven.

Bescheiden bijdrage

Het EIB plaatst nu echter kanttekeningen bij de verwachtingen rond transformatie. Volgens het instituut is het aantal woningen dat via transformatie wordt toegevoegd de afgelopen jaren juist afgenomen. De meest geschikte gebouwen zijn volgens het rapport vaak al herontwikkeld, terwijl de resterende panden frequenter te maken hebben met hoge verbouwkosten, minder gunstige locaties of andere beperkingen. Ook de bijdrage van woningsplitsing en optoppen blijft volgens het EIB relatief bescheiden.

Voor installateurs verandert daarmee de betekenis van transformatiebouw. Niet als dé oplossing voor de woningnood, maar wel als een specialistische markt waarin technische expertise, maatwerk en integrale samenwerking steeds belangrijker worden

Lees ook: Transformatiebouw vereist installatie­technische creativiteit

 

Aantal toevoegingen uit bestaande woningvoorraad daalt in 2025 naar  10.000 

Volgens het EIB zijn de verwachtingen rond woningtoevoegingen uit de bestaande voorraad veel te hoog. Waar beleid uitgaat van circa 15.000 transformatiewoningen per jaar, een potentieel van 100.000 woningen via optoppen en honderdduizenden extra woningen door splitsing, laten de cijfers een ander beeld zien. De netto toevoegingen uit de bestaande voorraad daalden van circa 14.000 tot 16.000 woningen in 2020-2021 naar minder dan 12.000 in 2024 en naar verwachting iets meer dan 10.000 in 2025.
Transformatie levert nog steeds de meeste woningen op, maar kent een dalende trend doordat de meest geschikte gebouwen al zijn benut. Woningsplitsing voegt al jaren ongeveer 2.000 woningen per jaar toe, terwijl optoppen blijft steken op circa 500 tot 600 woningen per jaar. Ook de mogelijkheden om leegstaande woningen te benutten blijken beperkt: van circa 190.000 administratief leegstaande woningen blijven na correcties uiteindelijk slechts bescheiden aantallen over. 

Lees hier het eindrapport van het EIB Het belang van de bestaande voorraad voor het oplossen van de woningnood