EW07 Omslag 600
Januari 2026

Kunststof waterleidingen en de vergeten aarding – een stille dreiging

Techniek

64 01

Metalen drinkwaterleidingen werden – en worden soms nog – als aardelektrode toegepast. Ze zijn of waren geleidend verbonden met een uitgestrekt net van metalen buizen waardoor een uitstekende geleiding naar de aarde plaatsvond. In veel woningen werd in het verleden dan ook geen aparte aardelektrode (pen) geplaatst. Maar de laatste decennia zijn geleidende buizen in de grond vervangen door niet geleidende kunststof buizen. Het geleidende contact met de aarde is daardoor afgenomen, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan.

Het ontbreken van een deugdelijke aardingsvoorziening door het vervangen van geleidende buizen voor kunststof buizen, heeft al tot verschillende dodelijke ongelukken in Nederland geleidt. Er hebben rechtszaken plaatsgevonden met verstrekkende gevolgen voor zowel waterleidingbedrijven, netbedrijven (energiebedrijven) en installateurs.

De regels voor het gebruik van metalen waterleidingnetten in Nen 1010 zijn door de jaren gewijzigd:
• Nen 1010, 3e druk - juli 1984 (de blauwe): ‘Als aardelektrode mogen metalen waterleidingnetten worden toegepast’,
• Nen 1010, 4e druk - juli 1988 (de oranje): ‘Metalen waterleidingnetten mogen als aardelektrode zijn gebruikt, mits daarvoor schriftelijke toestemming is verkregen van de beheerder van het waterleidingnet en vaststaat dat de beheerder van de elektrische installatie zal worden gewaarschuwd wanneer het waterleidingnet niet langer als aardelektrode geschikt is’,
• Nen 1010, 2007+2008: ‘Met toestemming van het waterleidingbedrijf is het toegelaten om waterleidingsystemen te gebruiken als aardelektrode’,
• Nen 1010, 2015: ‘Als aardelektrode mogen geschikte metalen omhullingen zoals buisleidingen in overeenstemming met plaatselijke omstandigheden of voorschriften worden toegepast’,
• Nen 1010, 2024: ‘Een metalen buis voor het transport van brandbare vloeistoffen of gassen mag niet als aardelektrode worden gebruikt’.

64 02Tabel 1.

Echter, in Nen 1006 ‘Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties’ en het bijbehorende ‘Waterwerkblad WB 2.6 - Aarding leidingwaterinstallaties’ (zie www.infodwi.nl/waterwerkbladen) staat al jaren beschreven dat het waterleidingnet níet als aardelektrode mag worden toegepast en ook niet als bliksemaarding.

Goede veiligheidsaarding

Stel, een fasegeleider raakt door een defect de geleidende omhulling of datgene dat daarmee in contact staat in een toestel. Dan ontstaat er een gevaarlijke spanning tussen de metalen omhulling en de aarde. Aanraken is dan levensgevaarlijk omdat er stroom door het lichaam kan gaan lopen.
Door de beveiliging in de meterkast razendsnel de stroom uit te laten schakelen, is het risico nihil. Hiervoor moet echter wel een voldoende grote stroom kunnen lopen in het circuit L-PE (het gearceerde circuit in figuur 1) ofwel de circuitimpedantie (Zc) moet voldoende laag zijn. Een goede aardelektrode is daarbij van cruciaal belang.
Hoe laag de circuitimpedantie moet zijn, hangt af van de beveiliging die in het betreffende circuit, in de meterkast is opgenomen (tabel 1). De aardelektrode is in belangrijke mate bepalend voor de waarde van de circuitimpedantie. Hoe beter het elektrisch contact met de aarde des te lager de circuitimpedantie.

In gebouwen van voor 2017 is er een kans dat de aarding ooit via de waterleiding is gerealiseerd

64 031. Foutstroomcircuit (de circuitimpedantie).

Het gevaar

Stel, het metalen waterleidingnet dient als aardelektrode. Dan is de omvang van het metalen waterleidingnet in belangrijke mate bepalend voor de circuitimpedantie. Als dat geheel of gedeeltelijk wordt weggenomen en vervangen voor kunststof, dan is het geleidend contact veel slechter. Met andere woorden: de circuitimpedantie neemt dan (sterk) toe.
Stel, de circuitimpedantie stijgt van 2 Ω naar 500 Ω. Alle toestellen in de woning werken dan nog als ­vertrouwd. Doet zich nu een aardsluiting voor, dan loopt er in het circuit slechts een stroom van
I = Un / Zc -> 230 V / 500 Ω = 0,46 A.
Deze stroom is te laag om bijvoorbeeld een installatie-automaat of zekering te laten uitschakelen. Dus dit toestel, maar ook alle andere toestellen in de woning en alle andere metalen die met de aardingsinstallaties zijn verbonden (badkamermetalen, spanten, metalen leidingen) staan nu op bijna fasepotentiaal en er vindt geen automatische uitschakeling plaats.
Vooral daar waar een persoon goed contact maakt met de aarde, zoals in de badkamer, keuken en de tuin, ontstaat er een reëel elektrocutiegevaar. Hier zijn dan ook dodelijke ongevallen door gebeurd.

64 042. Foutstroom - circuit met waterleiding.

Waterleiding

Wat elektriciteit betreft is een E-installateur verantwoordelijk voor het maken en achterlaten van een veilige elektrische installatie bij de woningeigenaar. Een W-installateur is verantwoordelijk dat het aanpassen van waterleidingen geen risico op elektrocutie mag veroorzaken. De netbeheerder is verantwoordelijk voor de elektrische installatie tot en met de kWh-meter, maar meestal (bij een woning) niet (meer) voor de veiligheidsaarding (opmerking: bij sommige installaties verzorgt het netbedrijf de veiligheidsaarding: TN-stelsel). De eigenaar van het pand is verantwoordelijk voor de elektrische installatie na de kWh-meter en in een bestaande installatie dan ook voor de veiligheidsaarding.
Een E-installateur moet dus niet alleen de aarding van de installatie die is gemaakt of aangepast, controleren, maar ook signaleren wanneer de aardingsinstallatie niet meer voldoet aan de eisen. Zeker bij oudere panden is dat erg belangrijk, omdat het daar regelmatig fout gaat. In gebouwen van voor 2017 is er een kans dat de aarding ooit via de waterleiding is gerealiseerd.

Controle

1. Verricht een visuele inspectie op de aardingsinstallatie in de meterkast - Check daarbij de aanwezigheid en deugdelijkheid van de elektrische verbindingen op de hoofdaardrail, de aardleiding en eventuele aardelektrode.
2. Circuitimpedantie meten - Meet de circuitimpedantie en bepaal of de gemeten waarde voldoende laag is (zie tabel 1). Verricht deze meting op een wcd met randaarde, bijvoorbeeld in de keuken, de badkamer en op de zolderverdieping. De hoogste meetwaarde zal worden gemeten achter de langste kabel vanuit de meterkast en deze gemeten waarde moet voldoende laag zijn.
3. De waterleiding mag niet de aardelektrode zijn - Als je niet zeker weet of een waterleiding (nog) de aardelektrode vormt, waarschuw dan de bewoner en verzoek hem alle apparatuur uit te schakelen, ook bijvoorbeeld apparaten zoals de mechanische ventilatie en de pomp van de vloerverwarming. Neem dan de elektrische verbinding op de waterleiding los en meet opnieuw de circuitimpedantie. Is de meetwaarde nu gestegen (ten opzichte van deze meting met een vaste verbinding) en hoger dan de maximale waarde (tabel 1), dan is de elektrische installatie onveilig en is aanpassing vereist.

64 05De overstap naar kunststof leidingen is een stille revolutie geweest, maar wel één met grote gevolgen.

Oplossingen

• Sla een aardelektrode met een voldoende lage aardverspreidingsweerstand (meten!) en verbind deze met een aardleiding met de hoofdaardrail.
• De meterkast aanpassen of vervangen; zorg dat eindgroepen achter een aardelekschakelaar worden aangesloten.
• Eindgroepen met wcd’s voor algemeen gebruik, aansluitpunten voor verlichting en buitengroepen achter een 30 mA-aardlekschakelaar. De overige eindgroepen moeten achter een 300 mA-aardlekschakelaar als de circuitimpedantie 2,8 ≤ Zc < 166 Ω. Bij (alleen) automaten of smeltpatronen als beveiliging in een circuit is een zeer lage Rc vereist (tabel 1).
Let op: een metalen waterleiding in het pand moet (na de watermeter) wel met de hoofdaardrail zijn verbonden. De metalen leiding in het pand is een vreemd geleidend deel dat moet worden vereffend met de aardingsinstallatie.

Praktische tips

Zorg dat apparaten met een stekker met randaarde, ook zijn aangesloten op een wcd met randaarde. Dit is vooral belangrijk voor toestellen zoals een wasmachine, boiler en vaatwasser.
Test de aanwezige aardlekschakelaar(s) in de meterkast en eventuele onderverdeler (bijvoorbeeld een keukenverdeler). Vraag de eigenaar dan om de testknop(pen) in te drukken. Reageert de aardlekschakelaar niet, dan is de aardlekschakelaar waarschijnlijk defect. Beproef de werking (uitschakeltijd- aanspreekstroom) dan met de installatietester om dit vast te stellen.

Documenteer

Stel bij vervanging van de waterleiding een controleformulier veiligheidsaarding (zie www.brabantwater.nl/aarding) op en email deze aan de water-netbeheerder. Dit vormt dan het bewijs dat de installatie voldoet aan de eisen.
Geef een inspectierapport aan de eigenaar van een installatie waaruit ook blijkt dat de circuitweerstand voldoende laag (tabel 1) is en de aardlekschakelaars goed functioneren.
Als je een aardelektrode slaat; dan hoort daarbij een indrijfrapport te worden overlegd aan de eigenaar; een tekening van de locatie van de aardelektrode, de gemeten Ra-waarde op elke 3 m indrijfdiepte en uiteraard de uiteindelijke Ra die voldoende laag (tabel 1) moet zijn.

Tot slot

De overstap naar kunststof leidingen is een stille revolutie geweest – maar wel één met grote gevolgen. De E-installateur is de laatste verdedigingslinie tussen een veilige installatie en een potentieel levensgevaarlijke situatie. Voorkom schijnveiligheid: controleer, test en documenteer de aardingsinstallatie. Immers, goede aarding is geen luxe; het is een veiligheidsvoorziening die van levensbelang is.

Tekst: Anton Kerkhofs, AK trainingen en projecten
Fotografie: Wendi Buijs, Anton Kerkhofs

Lees meer artikelen in het dossier Waterleidinginstallaties