September 2026
Scoren met slim energiemanagement zonder EMS
Energiemanagement
Voetbalvereniging SCPB’22 uit Badhoevedorp nam in augustus haar nieuwe, volledig gasloze
complex in gebruik. Een combinatie van diverse moderne installaties zorgt dat kantine en kleedkamers duurzaam en comfortabel worden verwarmd, gekoeld, geventileerd en verlicht. Een energiemanagementsysteem (EMS) om de energiehuishouding te regelen, maakt in eerste instantie nog geen deel uit van de plannen. Hoe zorgt de vereniging dan toch voor grip op het energiebeheer?
De moderne kantine vormt het middelpunt van het nieuwe complex van SCPB’22. Deze staat op een heuvel, waardoor toeschouwers vanaf hier uitzicht hebben op alle zes de omliggende velden. Onder de kantine, deels ingegraven in de heuvel, liggen de kleedkamers. Het geheel oogt functioneel en toekomstgericht, en dat geldt ook voor de installatietechniek. Het complex is volledig gasloos en beschikt over 98 zonnepanelen om alle installaties - in ieder geval gedeeltelijk - van duurzame energie te voorzien. Tegelijkertijd kennen voetbalverenigingen een afwijkend verbruikspatroon, met lage belasting overdag en piekmomenten in
de avonden en in het weekend. De uitdaging is daarom om de zelfopgewekte energie overdag zoveel mogelijk te benutten, ook om zo de maximale capaciteit van de netaansluiting in de avonduren niet te overschrijden. Het mag duidelijk
zijn dat slim energiemanagement op dit complex noodzakelijk is.
Gecombineerde ventilatie
Die taak ligt vooral bij Pieter Bouwhuis. Niet alleen voetbalt hij al van kinds af aan bij de voetbalclub en is hij trainer, ook werkt hij als adviseur bij Hiensch Engineering. Hij was nauw betrokken bij het project en had een grote inbreng in het installatietechnisch ontwerp. Als voorbeeld noemt Bouwhuis de ventilatie in de kantine en kleedkamers. ‘De huidige bouwwetgeving schrijft voor dat we onze ruimtes goed ventileren. De kantine vraagt om voldoende verse lucht, omdat hier veel mensen tegelijk samenkomen. In de kleedkamers is juist goede afzuiging belangrijk om schimmelvorming in de douches te voorkomen. Zeker omdat de kleedkamers volledig inpandig zijn.’
Door de ventilatie van kantine (boven) en kleedkamers (onder) te combineren, bespaart de voetbalclub energie en geld.
‘Wij besloten om de ventilatie van beide ruimtes te combineren. De verse luchttoevoer vindt plaats in de kantine. We werken hier met CO2-meters, waardoor het systeem de ventilatiecapaciteit altijd aanpast aan de hoeveelheid mensen in de ruimte. Vervolgens stroomt de lucht vanuit de kantine naar de kleedkamers, waar deze weer wordt afgezogen. In de kleedkamers hangen aanwezigheidssensoren. Als deze geen aanwezigheid detecteren, wordt hier niet geventileerd. In dat geval opent een overstroomklep in de kantine om de lucht hier al af te zuigen’, legt Bouwhuis uit. ‘Door de ventilatie van beide ruimtes op deze manier te combineren, besparen we energie en geld. Bovendien werken we nu al met een vrij grote luchtbehandelingskast. Als we beide locaties afzonderlijk zouden ventileren, hadden we een nóg grotere installatie nodig.’
Drie soorten verwarmingsinstallaties
De bouw van het nieuwe complex was voor SCPB’22 een geschikte gelegenheid om volledig van het gas af te gaan. De vereniging moest dus op zoek naar een manier om het gebouw volledig elektrisch te verwarmen en koelen. Bouwhuis: ‘Ook hier keken we goed naar de manier waarop we de kleedkamers en kantine gebruiken. Als mensen net hebben gesport, hoeft het in de kleedkamer namelijk helemaal niet zo warm te zijn. Op de allerkoudste winterdagen is dat misschien anders, maar ook dan is 19˚ voldoende. Daarom kozen we hier voor vloerverwarming, gevoed door drie Ecodan lucht-waterwarmtepompen van Mitsubishi Electric, waarmee we de temperatuur goed stabiel kunnen houden.’
‘Goed gekeken naar hoe we de kleedkamers en kantine gebruiken’
Voor de kantine maakte de club een andere keuze. ‘Een kantine kan snel vol- of leegstromen, bijvoorbeeld wanneer wedstrijden beginnen of juist klaar zijn. Het verwarmingssysteem moet dus snel reageren. Een VRF-systeem was hier de beste oplossing. Met deze installatie kunnen we bovendien koelen, al gebruiken we
die functie in eerste instantie niet. Is het warm, dan staan alle deuren open en zou koelen vooral energievernietiging zijn.’ Tot slot staat er een derde warmtepompsysteem: een CO2-warmtepomp voor de bereiding van warmtapwater. ‘Deze is voorzien van twee boilervaten van elk 1000 liter, wat genoeg moet zijn om de douchepieken in het weekend aan te kunnen.’
De vloerverwarming voor de kleedkamers en de LBK worden gevoed door drie Ecodan lucht-waterwarmtepompen van Mitsubishi Electric.
Aansturen, monitoren en bijsturen
Met zo’n complex geheel aan systemen en energie-stromen, was een energiemanagementsysteem zeker het overwegen waard. Toch paste zo’n oplossing aanvankelijk nog niet in het geheel. ‘In de eerste plaats heeft dat met de kosten te maken’, licht Bouwhuis toe. ‘We onderzoeken wel de opties om in de toekomst ook batterijopslag aan de energiehuishouding toe te voegen. Zeker in de zomermaanden, als onze zonnepanelen veel stroom opwekken en er niet wordt gevoetbald, kan opslag een uitkomst zijn. Als we een batterij aanschaffen, kunnen we ook niet meer om een EMS heen. Maar in eerste instantie was die combinatie financieel niet haalbaar. Maar… met de aanwezige regeltechniek kunnen we al veel aansturen.’
Zonne-energie benutten
Een concreet voorbeeld noemde Bouwhuis al met het ventileren op basis van CO2- en aanwezigheidssensoren. Maar belangrijk is vooral het zo efficiënt mogelijk benutten van de opgewekte zonne-energie. ‘Onze drie grootste afnemers zijn de veldverlichting, de keuken en de warmtepompen. De veldverlichting is natuurlijk per definitie een mismatch met zonnepanelen, want deze is alleen nodig wanneer de zon niet schijnt. En de keuken draait alleen op wedstrijddagen. Maar de warmtepompen kunnen we wél zoveel mogelijk van zelfopgewekte stroom voorzien. Zodra de zon schijnt, beginnen we met het bereiden van warmtapwater.
Een CO2-warmtepomp met twee boilervaten van 1000 liter verzorgt de bereiding van warmtapwater.
’s Avonds hebben we dan volle boilervaten, vaak zonder dat we hiervoor stroom hoeven inkopen.’ Hetzelfde geldt ’s winters voor de vloerverwarming. ‘Overdag zullen we de verwarming al zoveel mogelijk op temperatuur brengen op de momenten dat de zon schijnt. Omdat de vloer maar langzaam afkoelt, zou deze dan ook ’s avonds nog genoeg warmte moeten afgeven. Op drukke wedstrijddagen zetten we de kleedkamerverwarming bovendien volledig uit, zodat er genoeg stroom beschikbaar is voor andere apparaten.’
Instelbare veldverlichting
Van de drie grootverbruikers vraagt de veldverlichting de meeste stroom. Het nieuwe complex betekende voor SCPB’22 een uitbreiding naar zes velden, die op sommige momenten allemaal tegelijk moeten worden verlicht. ‘Ook hier werken we met regelingen om grip te houden op het energieverbruik. Met de ledverlichting rond de velden kunnen we schakelen tussen verschillende standen. Zo hebben we een wedstrijdstand waarbij het veld volledig wordt verlicht, maar ook een trainingsstand die net iets minder licht geeft. Bovendien is de veldverlichting per half veld instelbaar. Wordt er op slechts één helft van het veld getraind, dan verlichten we ook alleen die helft.’
‘Je zou kunnen zeggen dat ikzelf de energiemanager ben’
Naast de energiebesparende technieken vraagt een echt energiezuinige aanpak ook om bewust gedrag van de gebruikers van het complex. ‘Het liefst geven we slechts een klein groepje beheerders toegang tot het verlichtingssysteem. Zij hebben vanuit de kantine zicht op alle velden en kunnen zo zien waar wordt getraind en waar dus wel of geen verlichting nodig is. Door niet iedereen toegang te geven, voorkomen we dat mensen de verlichting te snel op de hoogste stand zetten of het licht aanlaten als ze klaar zijn.’
De verdeelinrichting voor de veldverlichting die in wedstrijdstand of trainingsstand kan en instelbaar is per half veld.
Energiemonitoring
In tegenstelling tot de veldverlichting worden de warmtepompen en ventilatie grotendeels automatisch aangestuurd, op basis van instellingen in de regeltechniek. Maar Bouwhuis zal – zeker in de beginmaanden – actief monitoren en waar nodig bijsturen. ‘We moeten aankijken in hoeverre alle installaties zichzelf goed genoeg kunnen regelen en of we zelf veel moeten ingrijpen. Hiervoor hebben we weliswaar geen EMS, maar wel een ‘energiemonitoringsysteem’ in ons gebouwbeheersysteem. Zo hebben de drie grootverbruikers die ik noemde elk een eigen kWh-meter. In eerste instantie hou ik vooral in de gaten hoe snel de vloerverwarming in de praktijk afkoelt en in hoeverre de buffer op drukke momenten volstaat. En in het algemeen blijven we kijken: waar zit ons energieverbruik en waar kan het slimmer? Je zou kunnen zeggen dat ikzelf de energiemanager ben’, lacht Bouwhuis.’
Uitdagende periode
Hoe dan ook gaat de vereniging er energetisch flink op vooruit ten opzichte van het verouderde vorige complex. De club beschikt nu over moderne en zuinige installaties die slim worden aangestuurd. Bouwhuis verwacht op die manier ook zonder EMS een goede afstemming tussen de installaties te bereiken. ‘De grootste pieken zullen voorkomen in de winterperiode. Het kan dan gebeuren dat de zon niet schijnt en we toch de boilers op temperatuur moeten brengen, de velden ’s middags al moeten verlichten, de binnen-ruimtes moeten verwarmen en de keuken volle bak moet draaien. Voor zulke momenten was in de ontwerpfase veel aandacht. We kunnen daar slim op reageren, bijvoorbeeld door de kleedkamers eerder op de dag al op temperatuur te brengen en tijdens de piek alleen met restwarmte te verwarmen. Op die manier kunnen we ook deze pieken aan.’
Tekst: Lars van Mil
Fotografie: Hansie
Lees meer artikelen in het dossier Klimaat- en duurzame techniek
Meer weten over de nieuwste installatietechnieken en de laatste richtlijnen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis tweewekelijkse nieuwsbrief.