September 2026
Van netcongestie naar netcontrole in 5 stappen
SPIE laat zien dat het werkt
Netcongestie remt verduurzaming, groei en bedrijfszekerheid. Om hier iets tegen te doen, ontwikkelde SPIE een aanpak die verder gaat dan symptoombestrijding: van energiestudie en digitale simulatie tot gelaagde installatie en voorspellende AI-sturing.
Voor veel installateurs en hun opdrachtgevers voelt netcongestie als een muur waar je tegenaan rijdt. Als de netbeheerder extra capaciteit blokkeert, komt de bedrijfsvoering onder druk te staan. De energietransitie vraagt juist meer elektriciteit. Rogier Paanakker, Business Unit Manager bij SPIE Industrie in Noordoost-Nederland, zag dit al jaren aankomen. ‘In de industrie, waar een enkele fabriek soms evenveel elektriciteit verbruikt als een middelgrote stad, was het vraagstuk van vermogensbeheer nooit weg’, legt Paanakker uit. Als kartrekker van de landelijke congestie-taskforce van SPIE werkt hij aan de vraag hoe je als multidisciplinair installateur niet alleen het symptoom, maar het hele energievraagstuk aanpakt. Zijn antwoord is een aanpak in vijf stappen: Visie, Advies, Engineering, Installatie en Performance, waarbij de Trias Energetica als technische leidraad geldt: eerst energieverbruik beperken, daarna duurzame opwek maximaliseren en dan de resterende infrastructuur zo efficiënt mogelijk benutten.
Inzicht als vertrekpunt
Wie bij SPIE aanklopt met een netcongestieprobleem, krijgt geen offerte voor een batterij of extra zonnepanelen. ‘We starten altijd bij de analyse: wat is nu je werkelijke probleem?’, zegt Paanakker. ‘En we praten niet alleen met de technische mensen, maar ook met de bedrijfsvoerders. Hun toekomstplannen bepalen immers welke keuzes nu nodig zijn.’
Concreet vraagt SPIE als eerste de kwartierdata op van de elektrische hoofdaansluiting over minimaal een volledig jaar, zodat alle seizoensinvloeden zichtbaar zijn, en de uurdata van de gasaansluiting. Die kwartierdata geven direct inzicht in vermogenspieken, gelijktijdigheid en de verhouding tussen vermogen en energie per tijdseenheid. Waar aanwezig, worden ook de data van de onderbemetering per installatie of procesgroep meegenomen, zodat niet alleen de hoofdmeter maar ook de individuele verbruikers in beeld komen. In complexe omgevingen leidt dit tot het plaatsen van tijdelijke submeters op kritische punten tot het volledig bemeteren van de installatie met vaste kwartierdata per verdeler of machine. Al deze gegevens worden ingeladen in een digital twin: een simulatieomgeving die het huidige energieprofiel nauwkeurig nabootst en valideert aan de hand van de werkelijkheid. Pas als het model aansluit bij de gemeten werkelijkheid, wordt het als basis gebruikt voor scenarioanalyse.
SPIE pakt als multidisciplinair installateur niet alleen het symptoom, maar het hele energievraagstuk aan en doet dat met een vijf stappen-aanpak
Simuleren vóór installeren
Aan de hand van een representatief project illustreert Paanakker de werkwijze. ‘Een bedrijfspand met een 150 kW-aansluiting had incidenteel een vermogensoverschrijding tot 164 kW. Op zich nog wel beheersbaar, maar tóch aanleiding voor een melding van de energiemaatschappij. Want de klant had ambitieuzere plannen: extra huurders met eigen installaties, volledige elektrificatie van de warmtevoorziening via warmtepompen, en verduurzaming van het volledige wagenpark van diesel naar elektrisch. Alle verwachte toekomstige verbruiksprofielen werden ingeladen en we zagen dat het pand continu boven het gecontracteerde vermogen zou uitkomen, dag na dag, gedurende aaneengesloten perioden’, aldus Paanakker. Vervolgens werd in dezelfde omgeving doorgerekend wat de effecten zijn van zonnepanelen op het dak, een uitgebreide laadinfrastructuur en een modulair batterijsysteem bestaande uit drie grote eenheden. De simulatie toonde per kwartier de state of charge van de accu, de vermogensbijdrage van de pv-installatie, het resterende netvermogen en de momenten waarop de accu moet bijspringen om de contractgrens niet te overschrijden. Tegelijkertijd beoordeelde SPIE de bestaande elektrotechnische installatie: zijn de verdelers, beveiligingen en kabelwegen berekend op de toekomstige piekbelastingen? Omdat de kabels toch de grond in moesten voor de nieuwe installatie, konden ze direct worden gedimensioneerd op de eindsituatie over meerdere jaren, inclusief het aantal kabelgangen dat nodig is voor de drie batterijmodules. ‘Het is natuurlijk zonde om twee keer het asfalt open te breken’, zegt Paanakker. De gefaseerde realisatie volgde logisch uit het model: eerst de elektrotechnische versterking, dan één batterijmodule, dan de zonnepanelen, later de uitbreiding naar drie modules zodra de groei van de klantvraag dat rechtvaardigde.
‘Het is zonde om twee keer het asfalt open te breken’
Rule-based EMS als regisseur
‘Als alle hardware is geïnstalleerd, begint de sturingsuitdaging’, vertelt Paanakker. ‘Want als je alle installaties, van zonnepanelen, batterijen, laadpalen tot warmtepompen en gebouwbeheersystemen hun eigen gang laat gaan, conflicteren ze vroeg of laat met elkaar’, waarschuwt hij.
Een voorbeeld: op een zonnige dag produceert de pv-installatie meer dan het pand verbruikt. Teruglevering aan het net is contractueel uitgesloten: zero feed-in. De batterij staat geprogrammeerd om te ontladen, de laadpalen hebben voldoende vermogen. Op het moment dat de zonne-opwekking toch richting de teruglevergrenzen gaat, schakelen de omvormers de pv-installatie terug. Dat vermogensverlies bereikt de laadpalen, die automatisch overschakelen op loadbalancing en hun laadvermogen verlagen. Tegelijkertijd ‘begrijpt’ de batterijsturing niet waarom haar ontladingsopdracht niet wordt uitgevoerd terwijl de vraag is afgenomen. Het resultaat: een installatie die zichzelf in de knoop werkt, zonder dat er een storing is opgetreden. ‘Het laatste wat we willen is een vuilniszak over de laadpaal’, zegt Paanakker plastisch. De oplossing is volgens hem een zogeheten rule-based EMS. Dat is een regelstrategie op basis van geprogrammeerde prioriteitsregels die alle subsystemen hiërarchisch aanstuurt. Op het hoogste niveau staat de netaansluiting: het gecontracteerde vermogen mag nooit worden overschreden. Daaronder staat de zero feed-in-beperking voor de pv-omvormers. Vervolgens heeft het gebouw zelf de hoogste verbruiksprioriteit. De laadinfrastructuur is de eerste belasting die bij krapte wordt teruggeregeld of afgeschakeld, omdat dit de minste impact heeft op de bedrijfscontinuïteit. Alle componenten communiceren via een beveiligde virtual LAN, volledig gescheiden van het reguliere bedrijfsnetwerk en ingericht conform ISO 27001-certificering. Zo is zowel de cybersecurity als de beschikbaarheid van het EMS voor bedrijfskritische processen gewaarborgd.
SPIE verduurzaamde vakantiepark Roompot dankzij een innovatief accupakket dat zonne-energie opvangt zonder het elektriciteitsnetwerk zwaarder te belasten.
Voorspellende sturing dankzij AI
Een geprogrammeerde regelstrategie lost het directe sturingsconflict op, maar is per definitie reactief. SPIE voegt daarom een voorspellende laag toe boven op het rule-based EMS, aangedreven door een AI-systeem. ‘Dit systeem kijkt naar het historische verbruiksprofiel van de locatie en weet dat op maandag en woensdag altijd meer mensen aanwezig zijn. Het voorspelt het energieverbruik zo’n 48 uur vooruit, en betrekt daarin ook de weersverwachtingen’, legt hij uit. Op basis van die voorspelling neemt het systeem proactieve laadbesluiten voor de batterij. Als drie aaneengesloten zonnige dagen worden voorspeld, wordt de accu de avond ervoor niet volgeladen met ingekochte netenergie, maar wordt juist ruimte vrijgehouden voor de te verwachten pv-opbrengst overdag. Omgekeerd: als de voorspelling bewolkt is en de accu dreigt leeg te raken, kiest het systeem het moment dat de spotprijs het laagst is om alsnog netenergie in te kopen, zodat de bedrijfszekerheid gegarandeerd blijft.
Fasering, financiering en de menselijke factor
Een aanpak die elektrotechniek, werktuigbouw, regeltechniek, IT en assetmanagement combineert, vraagt om meer dan technische expertise alleen. Subsidietrajecten, vergunningaanvragen bij de omgevingsdienst, PGS 37.1-rapportages voor lithiumhoudende opslagsystemen (vereist voor verzekering en omgevingsdienst), en SDE++-trajecten voor duurzame opwek, maken volgens Paanakker allemaal onderdeel van hetzelfde adviestraject. ‘Hiervoor moet je vergunningen aanvragen, daarvoor moet je naar de omgevingsdienst, en weer iets anders raakt de verzekering. Dat nemen wij allemaal mee in onze aanpak.’ De PGS 37.1-rapportage specificeert waar en hoe de batterijmodules worden opgesteld, welke brandveiligheidsmaatregelen gelden en in welke volgorde de uitbreiding plaatsvindt, zodat de omgevingsdienst al in de vergunningsfase een compleet beeld heeft van de eindsituatie.
‘Het laatste wat we willen is een vuilniszak over de laadpaal’
Even belangrijk, en even serieus genomen, is volgens Paanakker de menselijke kant. ‘Een warmtepomp die een uur eerder opstart dan gebruikelijk om vermogenspieken te vermijden, wekt verbazing bij de beheerder die om negen uur binnenkomt en ziet dat de installatie al op vol vermogen draait. Als dat niet wordt uitgelegd, belt iemand de storingsdienst. Daarom nemen we de mensen mee. Dat doen we door storytelling: we laten zien wat er gaande is, waarom de installatie zo reageert en wat het oplevert.’ SPIE neemt klanten ook mee voor de bedrijfseconomische kant: elke fase van de gefaseerde realisatie heeft een eigen businesscase, passend bij het investeringsritme van de klant, maar met een elektrotechnische infrastructuur die al is voorbereid op de eindsituatie jaren later. Want één ding staat vast, weet Paanakker: ‘Verduurzaming gaat altijd gepaard met meer elektrisch vermogen. Wie dat niet meesimuleert, bouwt vandaag een oplossing voor een probleem dat hij morgen verdubbeld terugziet. Wij willen dus niet over twee jaar terugkomen om opnieuw het asfalt open te breken.’
Kantoor SPIE als levend laboratorium
Het kantoor van SPIE in Hoogezand fungeert als een volledig operationeel voorbeeldproject voor de eigen netcongestie-aanpak. De locatie is voorzien van een uitgebreid pv-systeem op het dak, een extern accusysteem, laadpunten voor elektrische voertuigen en een volledig geïntegreerd EMS met digitale twin. Teruglevering aan het net is contractueel niet toegestaan, wat de installatie dwingt tot een optimale interne energiebalans. De accu vangt overproductie van de zonnepanelen op, voedt ’s nachts de klimaatinstallatie en laadt ’s ochtends vroeg elektrische auto’s op bij lage netstroomtarieven. De AI-gestuurde voorspellingslaag combineert historische verbruiksprofielen met weersverwachtingen om het laadbesluit van de accu 48 uur vooruit te optimaliseren. Het resultaat is een 20 procent lager energieverbruik door betere balans, nul energieverlies dankzij slimme interne opvang en geen boetes voor overschrijding van het gecontracteerde vermogen. De locatie is toegankelijk als Experience Centre voor klanten en collega’s die in de praktijk willen zien wat een geïntegreerde smartgrid-aanpak oplevert.