EW02 cover 600
September 2025

5 veelgestelde vragen over E bij een WP

De warmtepomp

18 01

Steeds meer huishoudens stappen over op een (hybride of all-electric) warmtepomp. Dat is goed voor het klimaat én voor de gasrekening. Maar wie overstapt, ziet vaak ook het elektriciteitsverbruik stijgen. En dat roept technische vragen op: is de elektrische installatie in de woning er wel geschikt voor? Moet de meterkast aangepast worden? En wie regelt dat eigenlijk? We leggen vijf veelgestelde vragen voor aan John van Vugt, vakspecialist Techniek en Markt bij Techniek Nederland.

1 Met een warmtepomp in huis stijgt ook het elektriciteitsverbruik. Met hoeveel eigenlijk?

‘Dat hangt sterk af van het type warmtepomp en de manier waarop deze werkt’, legt Van Vugt uit. ‘Bij een hybride pomp valt het nog mee, maar bij een all-electric warmtepomp kun je op jaarbasis zomaar twee keer zoveel elektriciteit gaan verbruiken.’
Het vermogen dat een warmtepomp vraagt, varieert volgens Van Vugt tussen de 2 en 9 kW. ‘Dat is dus een flinke stap ten opzichte van de gemiddelde elektriciteitsvraag van een huishouden.’ Extra hoog kan het verbruik zijn bij pompen met een elektrisch verwarmingselement: ‘Dan ben je eigenlijk elektrisch aan het bijstoken en dat kost veel energie.’
Een belangrijk kengetal is de zogeheten COP (coefficient of performance): die geeft aan hoeveel warmte-energie een pomp levert per kW elektriciteit. ‘Een COP van 4 betekent dat je met 1 kW stroom 4 kW aan warmte kunt maken. Maar als er een verwarmingselement in de warmtepomp is opgenomen, kan dat rendement zo maar dalen naar 1 op 1.’

2 Kan een warmtepomp ook ‘gewoon’ op een wandcontactdoos?

In de meeste gevallen niet, stelt Van Vugt duidelijk. ‘Een warmtepomp vraagt pieken in vermogen en schakelt relatief vaak in, zeker in de winter. Een standaard wandcontactdoos is daar simpelweg niet op berekend. De leidingen kunnen het nog wel even aan, maar de verbindingen – zoals de wcd zelf, de klemmen en de installatieautomaat – zijn de zwakke plekken. Die kunnen warm worden of zelfs doorsmelten, met alle risico’s van dien.’
Daarom adviseert Van Vugt om alle warmtepompen die structureel meer dan 2 kW trekken niet op een wcd aan te sluiten, maar om ze apart aan te sluiten volgens de regels van netbeheer.

3 Moet er een aparte groep komen in de meterkast?

‘Het korte antwoord is: vaak wel’, zegt Van Vugt. ‘Als je weet wat het opgenomen vermogen van de warmtepomp is, kun je een berekening maken. Dan zie je of het past op een bestaande groep. Maar als je dat niet zeker weet, of als de warmtepomp meer dan 2 kW vraagt, is een aparte groep zeker aan te raden.’
Volgens de geldende normen mag een groep in een woonhuis doorgaans maar beperkt belast worden, met als richtlijn circa 2,5 kW. Van Vugt: ‘En dat is inclusief gelijktijdig gebruik met andere apparaten. Zet je daar een warmtepomp bij op dezelfde groep, dan overschrijd je die grens al heel snel.’

4 Moet er worden overgestapt naar een 3-­fasen aansluiting?

Dat is sterk afhankelijk van het type warmtepomp. ‘Lichtere warmtepompen tot circa 2,5 kW kunnen vaak nog wel op één fase draaien’, vertelt Van Vugt. ‘Maar zodra je richting de 4 tot 9 kW gaat, heb je een 3-fasen aansluiting nodig. Dat is simpelweg omdat één fase het vermogen niet meer kan leveren.’
Een 3 fasen-aansluiting vereist ook een aangepaste installatie: ‘Een reguliere 1-fase groepenkast is dan niet voldoende. Je hebt een 3-fasen verdeler nodig en de hele aansluiting moet daarop worden ingericht.’
Dat brengt uiteraard kosten met zich mee. ‘Voor de overgang van een 1-fase naar een 3-fasen aansluiting betaalt de consument eenmalig voor de verzwaring. Daarnaast kan ook het vastrecht duurder worden. Kijk daarvoor naar de tarieven van de netbeheerders, want in sommige gevallen kan het verschil behoorlijk oplopen’, aldus Van Vugt.

5 Wie doet wat bij het installeren?

De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij de consument zelf. ‘De netbeheerder maakt de aansluiting zwaarder, maar die aanvraag moet je als consument zelf doen’, zegt Van Vugt. ‘De installateur kan daar wel bij helpen, maar het is geen standaard onderdeel van de installatie.’
Ook de communicatie tussen W-installateurs en E-installateurs verdient aandacht. ‘Steeds vaker zie ik dat warmtepompen worden geplaatst zonder dat goed naar de elektrische aansluiting is gekeken’, waarschuwt Van Vugt. ‘Soms wordt er simpelweg een stekker in de wcd gestoken, maar dat is dus echt vragen om problemen. Warmtepompen vragen om een goed afgestemde elektrotechnische installatie. Het is geen losstaand apparaat, maar een integraal onderdeel van de woning.’
Zijn advies? ‘Beoordeel bij installatie altijd eerst goed de bestaande installatie. Kijk naar het vermogen van de warmtepomp, de COP-waarde, en het gebruikspatroon. En zorg dat de aansluiting – en de meterkast – daarop zijn berekend.’

Goed Advies

De overstap naar een warmtepomp biedt veel voordelen op het gebied van duurzaamheid en energiekosten, maar het betekent óók een zwaardere belasting van de elektrische installatie. Een goed advies, heldere berekening en zorgvuldige uitvoering maken het verschil tussen een duurzame investering en een kostbare vergissing.
Of zoals Van Vugt het samenvat: ‘Een warmtepomp vraagt veel energie. Daar moet de installatie klaar voor zijn; niet alleen technisch, maar ook administratief. Voor de consument is dat best een flinke stap. Geef als installateur daarom een goed advies.’

Tekst: Robbert Hoeffnagel
Fotografie: Sander van der Torren

Lees meer artikelen in het dossier Laagspanningsinstallaties