Juni 2025
Landelijk Actieprogramma Netcongestie werpt eerste vruchten af
Netcongestie
Eind 2022 stelde de overheid het Landelijk Actieprogramma Netcongestie vast. Vorig jaar volgde een eerste voortgangsrapportage. Daaruit blijkt dat er op verschillende actielijnen vooruitgang wordt geboekt. Desondanks merken ondernemers en ontwikkelaars nog nauwelijks verlichting op het elektriciteitsnet. De rapportage toont dan ook dat er nog een lange weg te gaan is.
De concrete aanleiding voor de vaststelling van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) was het volle elektriciteitsnet in Limburg en Noord-Brabant. Het net ging in beide provincies op slot voor nieuwe of zwaardere netaansluitingen. De toenmalige minister voor Klimaat en Energie stelde zelfs een speciaal coördinator aan om oplossingen te vinden voor deze acute problematiek.
Sinds die tijd zijn in meer provincies congestieproblemen ontstaan. Dit belemmert duidelijk de groei- en duurzaamheidsambities bij met name ondernemers en projectontwikkelaars. Bedrijven kunnen niet uitbreiden en nieuwe woonwijken krijgen steeds lastiger of met vertraging een aansluiting op het elektriciteitsnet. Niet voor niets kijkt iedereen met spanning naar de landelijke aanpak die – samen met netbeheerders, overheden en marktpartijen – netcongestie moet oplossen.
Drie sporen
Het LAN is inmiddels uitgegroeid tot een stevig actieprogramma waarin verschillende partners aan oplossingen werken volgens drie actielijnen: (1) Sneller bouwen, (2) Beter benutten en (3) Slimmer inzicht.
Onbelemmerde en eenvoudige toegang tot het elektriciteitsnet is noodzakelijk voor tal van maatschappelijke doelen. Steeds meer sectoren – het bedrijfsleven, maar ook woningbouw en mobiliteit – kampen inmiddels met de beperkingen die netcongestie veroorzaakt. Begin 2024 is daarbovenop de Actieagenda Netcongestie Laagspanning gepresenteerd. Daarmee zijn de acties die al eerder in het LAN waren opgesteld, uitgebreid naar plannen voor de ‘lagere netten’.
De komende jaren zijn er meer dan 50.000 extra transformatorhuisjes nodig.
Sneller bouwen
Bij de eerste actielijn, Sneller Bouwen, ligt de nadruk op het verkorten van doorlooptijden, het voorkomen van vertragingen of het wegnemen van barrières. Maar ook bij het versnellen van de bouw van nieuwe infrastructuur door uitvoeringsacties. Verder bevordert men de samenwerking tussen netbeheerders, gemeenten, provincies en het Rijk door hen op bovenstaande punten te stimuleren en te faciliteren.
De acties richten zich hierbij op verschillende categorieën. Allereerst de buurt- en gebiedsaanpak, waarbij het gaat om laag- en middenspanningsnetten. In een op de drie straten moeten we de kabel in de grond verzwaren. Acties in deze categorie zijn afkomstig uit de Actieagenda Netcongestie Laagspanning. Zo is er een procesvoorstel voor de aanpak van de verzwaring van laagspanningsnetten per wijk uitgewerkt. Het verzwaringswerk is in de eerste wijken begonnen en dat levert belangrijke leerervaringen op.
De komende jaren zijn ook meer dan 50.000 extra transformatorhuisjes nodig. Daarvoor zijn standaardopties ontwikkeld voor de ruimtelijke inpassing van stations (op alle schaalniveaus). Ook is er een project dat zich richt op versnelling van beleidsmatige en uitvoeringsgerichte acties. In alle netten op alle spanningsniveaus wil men vertragingen voorkomen en projecten versnellen. En er is aandacht voor het versterken van de samenwerking om de wet- en regelgeving (het zogenaamde ‘instrumentarium’) op orde te brengen.
In een op de drie straten moet de kabel in de grond worden verzwaard
Beter benutten
De tweede actielijn focust zich op het beter benutten van de beschikbare transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Het net is namelijk niet op alle momenten vol, de capaciteit schiet (mogelijk) tekort op piekmomenten. Binnen deze actielijn gaat de focus naar drie onderdelen: het beter benutten mogelijk maken, oplossingen voor grootverbruikers (bedrijven en instellingen) en oplossingen voor kleinverbruikers (huishoudens en mkb).
Men zoekt oplossingen in bijvoorbeeld de randvoorwaarden van verschillende flexibele contractvormen, die de mogelijkheden van congestiemanagement vergroten. Zo worden bedrijven en instellingen gestimuleerd om gebruik te maken van flexibele contractvormen en probeert men bij huishoudens de flexibiliteit te vergroten. Door goed congestiemanagement ontstaat meer ruimte op het net om meer partijen te kunnen aansluiten. De netbeheerder kan daarvoor een beroep doen op partijen die, tegen een vergoeding, op bepaalde plaatsen en tijden een inspanning leveren om congestie tegen te gaan.
Voor het beter benutten van capaciteit ontwikkelt en verbetert men ook instrumenten op het gebied van flexibele contractvormen en congestiemanagement. Daarbij wordt voorrang gegeven aan instrumenten met een hoog maatschappelijk nut. Hierbij moeten we denken aan het opstellen van nieuwe of gewijzigde netcodes. Op die manier worden alle nieuwe contractvormen zo snel mogelijk beschikbaar.
Oude kabels eruit om ruimte te maken voor nieuwe, zwaardere kabels.
Praktische maatregelen
Andere, concrete voorbeelden van het beter benutten van capaciteit zijn:
• Stimuleren van energiehubs. Deze kunnen bijdragen aan ontlasting van het net door vraag en aanbod lokaal beter op elkaar af te stemmen.
• Stimuleren van meer flexibiliteit binnen bedrijven. Het gaat dan vooral om communiceren, activeren en het bieden van handelingsperspectief aan ondernemers bij netcongestie.
• Vergroten van de flexibiliteit bij bedrijven en instellingen. Hierbij brengt men eerst de knelpunten voor meer flexibiliteit in kaart, die als input kunnen dienen voor gerichte (overheids)interventies.
• Uitwerking van het amendement van Silvio Erkens (VVD) over middelen tegen netcongestie. Dit amendement maakt 55 miljoen euro vrij om snel meer ruimte op het stroomnet te creëren om een deel van de netcongestie te verlichten.
Voor huishoudens en mkb wordt vooral gekeken naar de manier waarop slimme apparaten kunnen helpen om netcongestie tegen te gaan. Dergelijke toestellen kunnen automatisch hun verbruik aanpassen en de druk op het net verminderen. Het doel is om apparaten die veel elektriciteit vragen zodanig slim te maken dat ze hun verbruik aanpassen zonder dat de consument hier veel van merkt. De consument zal wel altijd vooraf moeten instemmen met de inzet van deze technieken.
Slimmer inzicht
In de derde en laatste actielijn draait het om slimmer inzicht. Hierbij ligt de focus op drie categorieën: tarieven & markt, slimme apparaten & woningen, netbewust laden & mobiliteit. Het doel hier is meer mogelijkheden creëren waarmee gebruikers inzicht krijgen in hun energiegebruik. Dat betekent onder meer de ontwikkeling en het eenvoudig beschikbaar stellen van (open) dataproducten. Daarmee krijgen marktpartijen meer ruimte om te handelen en innovaties te ontwikkelen die netcongestie voorkomen of verminderen.
Mogelijkheden hier liggen onder meer bij netdigitalisering, zoals het versnelt uitrollen van slimme sensoren in tienduizenden middenspanningsruimtes. Dit vergroot het inzicht in de actuele belasting van midden- en laagspanningsnetten. Maar ook het breder en slimmer toepassen van slimme meters, waardoor we meer inzicht krijgen in de (groei van de) vermogensvraag op het laagspanningsnet door warmtepompen, thuislaadpunten, zonnepanelen en thuisbatterijen.
Flitspeiling
Sinds vorig jaar houdt LAN met enige regelmaat een ‘Flitspeiling netcongestie’. Deze peiling brengt in beeld hoe het Nederlands publiek staat tegenover de netcongestieproblematiek. Ook wordt gekeken in hoeverre zij bereid zijn om een bijdrage te leveren aan vermindering daarvan.
De jongste flitspeiling (januari 2025) levert een aantal belangrijke bevindingen op. Zo zegt de helft (51 procent) van de ondervraagden nog nooit van netcongestie te hebben gehoord. Eén op de tien (18 procent) kent de term alleen van naam en circa drie op de tien (31 procent) zeggen ongeveer of goed te weten wat de term inhoudt. Na een korte uitleg over dat er sprake is van netcongestie en wat dit inhoudt, zegt 60 procent een beetje bekend te zijn met de drukte op het stroomnet. Eén op de vijf zegt hier goed van op de hoogte te zijn (19 procent) of hier juist niets vanaf te weten (21 procent). Nederlanders met zonnepanelen, een elektrische auto, laadpaal, warmtepomp of aardgasvrije woning zijn doorgaans beter op de hoogte.
Een tweede vaststelling is dat de meeste mensen (48 procent) de drukte op het stroomnet vaker zien als een probleem voor Nederland dan voor zichzelf (20 procent). Na een uitleg over netcongestie, maakt 26 procent zich in grote mate zorgen over de drukte op het stroomnet en de gevolgen hiervan. Een kwart (25 procent) zegt zelf al iets te hebben gemerkt van netcongestie.
De meesten mensen vinden netbeheerders (69 procent) en de overheid (59 procent) verantwoordelijk voor het aanpakken van netcongestie. Zij vinden zichzelf (11 procent) en huishoudens (9 procent) het minst vaak verantwoordelijk. Ze zijn wel zelf bereid om ook een bijdrage te leveren, maar alleen als dit niet veel tijd, geld of moeite kost (64 procent). Een klein deel (11 procent) zou dit ook doen als het wél veel tijd, geld of moeite kost. 11 procent wil helemaal geen eigen bijdrage leveren. Bij de peiling vorig jaar was dit laatste percentage nog 14 procent. We gaan dus met kleine stapjes vooruit, maar de weg lijkt nog lang.
Informatie
Actieprogramma Netcongestie: www.actieprogrammanetcongestie.nl/
Voortgangsrapportage LAN: https://bit.ly/EW-VoortgangLAN
Flitspeiling netcongestie: https://bit.ly/4iy5nBU